Spring naar inhoud

Inleiding

1.1 Aanpak in dit onderzoek

Repeterende vragen en capita selecta

Dit onderzoek heeft een vergelijkbare aanpak als de voorgaande jaarlijkse onderzoeken in 2008 tot en met 2023. Vragen over prestaties en competenties van de rvc en rvb (vanuit rvc perspectief) herhalen we vaak en zijn bijna hetzelfde in alle voorgaande versies. Zo kunnen we trends in de periode tussen 2008 en 2024 analyseren.


Daarnaast nemen we elk jaar een aantal specifieke aandachtsgebieden op. Voor 2024 waren dit:

  • adviesrol
  • informatievoorziening
  • (nood)scenario’s
  • fraude en integriteit
  • datamanagement

Samenstelling van de respondenten is vergelijkbaar met de afgelopen vijf jaar

  • In totaal zijn 162 vragenlijsten verwerkt in de kwantitatieve analyse. Deze zijn ingevuld door: 124 commissarissen, 18 directie-/rvb-leden, 10 secretarissen van rvc’s en 10 internal auditors, een vergelijkbare samenstelling als in de afgelopen vijf jaar.
  • We verkregen bruikbare statistische resultaten met 162 respondenten, vergelijkbaar met de aantallen in de afgelopen vijftien jaar (160 in 2023, 197 in 2022, 168 in 2021, 269 in 2020, 342 in 2018, 300 in 2017, 366 in 2016, 351 in 2015, 216 in 2014, 134 in 2013, 129 in 2012, 115 in 2011, 93 in 2010 en 111 in 2008).
  • Dit jaar zijn 97 vragenlijsten ingevuld in combinatie met een persoonlijk interview. Deze interviews zijn altijd een bron van inspiratie en bieden zeer waardevolle informatie. Ze helpen ons om kritisch boven de ‘getallen’ uit te stijgen en de nodige nuanceringen aan te brengen bij de cijfermatige resultaten.
  • De resterende 65 vragenlijsten zijn via een webbased vragenlijst ingevuld. Hiervoor zijn commissarissen benaderd via FBNed, de Governance Academy, IIA Nederland, de NCD, de NCR, de NVTZ, de NVTC, de VTW, SER Topvrouwen, VNO-NCW metropool Amsterdam, VTOI-NVTK, stichting Blikverruimers en onze eigen database.

1.2 Uitwerking resultaten naar basisprofiel en variaties daarop

Basisprofiel als referentiepunt

De structuur van de analyse is als volgt:

  • Allereerst analyseerden we de resultaten voor een herkenbaar basisprofiel. De definitie van het basisprofiel geven we in paragraaf 1.2.1.
  • Daarna analyseerden we de invloed van variaties in het basisprofiel op de resultaten (de definities van de variaties vindt u in paragraaf 1.2.1).
  • Het voordeel van het werken met een basisprofiel is dat we de resultaten beter kunnen interpreteren aan de hand van een helder eenduidig profiel. Ook de invloed van variaties in scores op het basisprofiel leveren ons extra inzichten op. Bovendien maken we de resultaten hiermee onafhankelijk van toevallige variaties in de samenstelling van de groep commissarissen en andere die de enquête hebben ingevuld en kunnen we de resultaten van dit onderzoek goed vergelijken met de eerdere versies van dit onderzoek.

1.2.1 Basisprofiel en variaties/benchmarks

 

We hebben respondenten gevraagd de enquête in te vullen vanuit het perspectief van één van de commissariaten (of andere toezichthoudende functies). Rvb-/directieleden, secretarissen van rvc’s en internal auditors beantwoorden de enquête vanuit het perspectief van de eigen organisatie. Ook vroegen we naar algemene achtergrondgegevens. De invloed van scores op het perspectief en achtergrond zijn cruciaal voor een goede interpretatie van de resultaten. Het profiel van de respondent is opgesteld aan de hand van de antwoorden op een aantal kenmerkvragen:

  • een deel van de kenmerkvragen gaat over de achtergrondgegevens van de respondent, zoals de leeftijd en gender van de respondent.
  • daarnaast heeft de respondent aangegeven vanuit welk perspectief hij/zij de vragenlijst invult, zoals: het type organisatie, de grootte van de organisatie en de rol die de respondent heeft bij de organisatie.

Definitie basisprofiel

Net als in vorige edities van het onderzoek hebben we het basisprofiel als volgt gedefinieerd: hij heeft/is:

  • commissaris bij een beursgenoteerde onderneming
  • een gewoon rvc-lid en geen voorzitter van de rvc
  • meer dan 4 jaar ervaring met een commissariaat
  • geen rvb-positie elders
  • ouder dan 55 jaar
  • man
  • geen lid van de audit- of remuneratiecommissie

Variaties op het basisprofiel

In tabel 1.1 hebben we het aantal onderscheiden variaties/benchmarks weergegeven en de gehanteerde afkortingen (met tussen haakjes het aantal waarnemingen per variatie).

Tabel 1.1 Onderscheiden variaties ten opzichte van het basisprofiel (benchmarks)

Variaties in bedrijfsbenchmarks     Variaties persoonsgebonden benchmarks     Variaties in niet-commissaris benchmarks  
bapr Basisprofiel/beursgenoteerd bedrijf (16)   VZ Voorzitter rvc/rvt (41)   DIR Rvb-/directielidlid (18)
GB Groot, niet-beursgenoteerd bedrijf (46)   Remu Commissaris lid remuneratiecommissie (25)   Secr Secretaris van de rvc (10)
MKB Midden- en kleinbedrijf (18)   Merv Minder dan vijf jaar ervaring in de aangegeven rol (22)   IA Internal auditor (10)
Corp Woningcorporatie (27)   Jong Commissaris ≤ 55 jaar (56)
     
Zorg Zorg en welzijnsinstelling (16)   VR Vrouwelijke commissaris (83)      
OW Onderwijsinstelling (10)   AC Commissaris lid auditcommissie (45)      
Cult Culturele instelling (10)   rvbEL Commissaris met rvb positie elders (34)      
ONP Overige non-profit (19)            

In vergelijking met vorig jaar hebben we twee benchmarks toegevoegd en twee verwijderd

In vergelijking met vorig jaar hebben we de variaties ‘familiebedrijf’ en ‘vicevoorzitter rvc’ verwijderd. In plaats daarvan zijn de variaties ‘culturele instelling’ en ‘commissaris die tevens lid is van de remuneratiecommissie’ toegevoegd. Met de verandering van twee van de zeventien variaties zijn de resultaten van het basisprofiel nog steeds goed te vergelijken met andere jaren, zeker met het lage aantal van twee veranderde variaties en het feit dat de variaties onderling laag gecorreleerd zijn.

Scores ‘buitenstaan­ders’ geven inzicht in zelfkritisch vermogen van rvc

De enquêtes zijn ook ingevuld door rvb/di­rectieleden, secretarissen en internal auditors van rvc’s en rvb’s. Zij hebben geantwoord vanuit hun rol als rvb-lid, als secretaris of als internal auditor bij een organisatie. De opvattingen van deze groepen kunnen inzicht geven in het zelfkritisch vermogen van de commissarissen.

1.2.2 Regressieresultaten

Appendix 1: nadere uitleg regressie analyse

  • We hebben de resultaten verkregen met behulp van een regressieanalyse. De regressieanalyse destilleert uit 162 ingevulde enquêteformulieren de resultaten voor het basisprofiel en de ‘zuivere’ verschillen tussen de variaties en het basisprofiel.
  • Appendix 1 geeft meer details van de regressieanalyse en de variaties.

Voordelen regressieanalyse:

-inschatten basisprofiel en variaties
-onafhankelijk van exacte samenstelling groep respondenten

De toegepaste regressie methodologie heeft drie voordelen:

  1. De resultaten voor het basisprofiel en haar variaties verkrijgen we zonder dat respondenten aan de exacte profielbeschrijving van het basisprofiel hoeven te voldoen. Dit jaar voldoet geen van de respondenten exact aan het basisprofiel. Maar met behulp van de schattingen met het regressiemodel kunnen we scores voor het basisprofiel en de zeventien variaties daarop wel achterhalen. Hierbij gaan we uit van een lineaire afhankelijkheid tussen de score S en een ieder van de zeventien variaties.

  2. De resultaten (hoogte van de scores in het basisprofiel en de zeventien variaties daarop) zijn praktisch niet afhankelijk van de exacte samenstelling van de groep respondenten. Deze verschilt van jaar op jaar. Wel kunnen we met het benaderen van commissarissen en het afnemen van interviews aansturen op een evenwichtige samenstelling van de groep respon­denten. Door elk jaar de verschillen in de samenstelling te controleren, kunnen we de resultaten voor meerdere jaren goed met elkaar vergelijken.

    Het significantieniveau van de resultaten is afhankelijk van het aantal respondenten dat scoort op de variaties. Er moet wel voldoende gescoord worden op de variaties. In tabel 1.1 is zichtbaar hoeveel respondenten ‘scoren’ op de verschillende variaties. Zijn bijvoorbeeld maar enkele rvc-leden aan een beursgenoteerde onderneming verbonden, dan kunnen we nauwelijks significante conclusies voor het basisprofiel trekken.

Invloed van variaties zijn bijna ‘zuiver’ te bepalen, ze zijn niet veel met elkaar gecorreleerd

3. Met regressieanalyses kunnen we de ‘zuivere’ (of netto) invloeden van de zeventien variaties bepalen. Bijvoorbeeld wanneer we gemiddelde scores van beursgenoteerde bedrijven vergelijken met die van niet-beursgenoteerde organisaties is het de vraag of de verschillen toe te schrijven zijn aan het niet beursgenoteerd zijn of dat het ligt aan de gemiddeld kleinere omvang van de niet-beursgenoteerde bedrijven. De geschatte regressiecoëfficiënten βV representeren nagenoeg de ‘zuivere’ effecten. Voorwaarde is wel dat de variaties niet teveel met elkaar gecorreleerd zijn. Deze voorwaarde is getoetst en grotendeels bevestigd.