Samenvatting
Wenselijk
De mate van wenselijkheid van het basisprofiel wordt breed gedeeld onder de andere benchmarks. Er zijn zeven stellingen waarbij minimaal de helft van de benchmarks, inclusief het basisprofiel, een 4.0 of hoger scoort. Het gaat hierbij om het als rvc/commissie jaarlijks spreken met de internal auditor, met de controlerend accountant en met de compliance officer zonder dat de rvb daarbij aanwezig is. Verder betreft dit de binnen en buiten de organisatie gegenereerde informatie, het als rvc jaarlijks collectief doen van minimaal één bedrijfsbezoek en het gebruik van controlemogelijkheden door de rvc buiten de rvb.
Veranderwensen
We kunnen een duidelijke top drie onderscheiden qua aantal veranderwensen. Op één vinden we het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de interne vertrouwenspersoon met veertien benchmarks die daar een verbeterwens hebben. Op een gedeelde tweede/derde plek vinden we de stelling over het spreken met de externe vertrouwenspersoon waar twaalf benchmarks een veranderwens hebben en de stelling over het als individueel commissaris buiten de rvb spreken met andere mensen uit de organisatie (met melding vooraf aan de rvb).
Er zijn twee stellingen waar geen enkele veranderwens is te zien. Dat gaat om binnen de organisatie gegenereerde informatie en om het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de internal auditor.
Huidige situatie
In de huidige situatie heeft bij vier stellingen minimaal de helft van de benchmarks van de benchmarks aangeven het daar daarmee minimaal duidelijk mee eens te zijn. Dat gaat om binnen de organisatie gegenereerde informatie (92 procent van de benchmarks), het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de controlerend accountant (60 procent van de benchmarks), het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de internal auditor(58 procent van de benchmarks) en buiten de organisatie gegenereerde informatie (58 procent van de benchmarks).
Onderzoeksvraag
We hebben aan respondenten gevraagd of zij vonden dat twaalf opties bijdragen aan een goede informatievoorziening voor de rvc. Een groot deel van de stellingen is eerder voorgelegd, maar kende een andere insteek. We kunnen daarom slechts gedeeltelijk een vergelijking maken.
We hebben de 5-puntsschaal gebruikt met: 1 = volstrekt oneens, 2 = oneens, 3 = deels oneens/deels eens, 4 = eens en 5 = volstrekt mee eens.
6.1 Wenselijke situatie
.
Zeer wenselijk om zonder rvb met accountant en internal auditor te spreken
Basisprofiel
Bij het basisprofiel vallen twee stellingen in de klasse volledig mee eens (score ≥ 4.5). Het gaat hierbij om het spreken met de internal auditor en met de controlerend accountant zonder dat de rvb daarbij aanwezig is.
In de klasse duidelijk mee eens (4 ≤ score < 4.5) vinden we vijf stellingen. Het gaat hierbij om binnen de organisatie gegenereerde informatie, het als rvc jaarlijks collectief doen van minimaal één bedrijfsbezoek, buiten de organisatie gegenereerde informatie, het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de compliance officer en het gebruik van controlemogelijkheden door de rvc buiten de rvb.
De stellingen ‘het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de interne vertrouwenspersoon’ en ‘het als individueel commissaris buiten de rvb spreken met andere mensen uit de organisatie (met melding vooraf aan de rvb)’ valt net buiten de zojuist genoemde klasse en vinden we in de klasse min of meer mee eens (3.5 ≤ score < 4.0) terug.
In de klasse neigt naar instemming (3.2 ≤ score < 3.5) bevindt zich alleen de stelling het als individueel commissaris jaarlijks doen van minimaal één bedrijfsbezoek.
Het als individueel commissaris buiten de rvb spreken met andere mensen uit de organisatie zonder melding vooraf aan de rvb wijst het basisprofiel af.
Draagvlak: hoe breed delen de benchmarks de wenselijkheid?
Overall valt 50 procent van de onderwerpen in de klasse duidelijk mee eens of hoger
De mate van wenselijkheid van het basisprofiel wordt breed gedeeld onder de andere benchmarks. Er zijn zeven stellingen waarbij minimaal de helft van de benchmarks een 4.0 of hoger scoort. Dat betreft dezelfde stellingen als bij het basisprofiel.
Daarnaast is er ook één stelling waarbij alle benchmarks onder 3.0 scoren en daarmee aangeven dat niet wenselijk te vinden. Dat gaat om het als individueel commissaris buiten de rvb spreken met andere mensen uit de organisatie (zonder melding vooraf aan de rvb).
Andere benchmarks vergeleken met basisprofiel
Overall afwijkingsper-centage hoog bij non-profitsector
Overall is het afwijkingspercentage substantieel bij de bedrijfsbenchmarks (60 procent). Dat komt voornamelijk vanuit de non-profitsector met 75 procent. Voor de profitsector is het percentage met 43 procent lager. Het overall afwijkingspercentage bij de persoonsgebonden benchmarks is met 34 procent lager.
.
Grote overeenstemming met basisprofiel
Bedrijfsbenchmarks
Bij de profitsector is sprake van een grote mate van overeenstemming met het basisprofiel. GB laat drie keer een groot verschil zien, waarvan tweemaal materieel. Het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb met de compliance officer spreken zit een klasse lager qua instemming, het als individueel commissaris jaarlijks doen van minimaal één bedrijfsbezoek juist een klasse hoger. MKB heeft alleen een lager materieel verschil voor het gebruik van controlemogelijkheden door de rvc buiten de rvb.
Corp zeven keer lagere instemming
In de non-profitsector1 zien we meer materiële afwijkingen van het basisprofiel, Corp wijkt liefst vijf keer materieel af, allemaal minder instemming dan het basisprofiel. Het gaat om buiten de organisatie gegenereerde informatie, het gebruik van controlemogelijkheden door de rvc buiten de rvb, het als rvc jaarlijks collectief doen van minimaal één bedrijfsbezoek, het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de internal auditor en de compliance officer. ONP wijkt vijf keer materieel af waarvan het als individueel commissaris jaarlijks doen van minimaal één bedrijfsbezoek een klasse hoger zit qua instemming.
1 Zorg heeft bij twee stellingen voldoende waarnemingen en OW slecht bij één stelling.
.
Grote mate van instemming met basisprofiel. Merv wijkt meest af
Persoonsgebonden benchmarks
Bij de persoonsgebonden benchmarks bij de commissarissen zien we minder materiële afwijkingen. Merv wijkt drie keer materieel af. VZ wijkt twee keer materieel af waarvan beide keer positief. AC en Jong elk een keer, VR, Remu en rvbEL hebben elk geen materiële verschillen. Enkele opvallende verschillen met het basisprofiel zijn dat zowel VZ als Merv enthousiaster zijn dan het basisprofiel over het bijdragen van het als individueel commissaris jaarlijks doen van minimaal één bedrijfsbezoek aan een goede informatievoorziening. VZ, AC en Merv zijn ook enthousiaster (duidelijk mee eens) dat het aan een goede informatievoorziening bijdraagt om als individueel commissaris buiten de rvb met andere mensen uit de organisatie te spreken (met melding vooraf aan de rvb).
Bij de niet-commissarissen heeft alleen DIR voldoende waarnemingen. Deze benchmark wijkt drie keer materieel af van het basisprofiel. Als het gaat over buiten de organisatie gegenereerde informatie, het gebruik van controlemogelijkheden door de rvc buiten de rvb en het als rvc jaarlijks collectief doen van een bedrijfsbezoek is DIR het daar min of meer mee eens terwijl het basisprofiel het daar duidelijk mee eens is.
6.2 Veranderwensen en huidige situatie
.
Vier verbeterwensen
Basisprofiel
Bij het basisprofiel doen zich vier verbeterwensen voor. Urgent zijn die voor het als individueel commissaris buiten de rvb spreken met andere mensen uit de organisatie (met melding vooraf aan de rvb) en die voor het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de interne vertrouwenspersoon. Het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de compliance officer en het als individueel commissaris jaarlijks doen van minimaal één bedrijfsbezoek zijn voor het basisprofiel twee forse verbeterwensen.
.
Gemiddeld overall veranderpercentage
Andere benchmarks
Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met 46 procent gemiddeld. De ambitie van die veranderingen liggen in de wenselijke situatie niet allemaal boven de 3.2. Dat betekent dat een deel ook bespreekbare punten betreft (score < 3.2). Voor de bedrijfsbenchmarks in totaal is het percentage 46 procent. De profitsector heeft een iets minder grote wens tot verandering (44 procent) dan de non-profitsector (48 procent).
Voor de persoonsgebonden benchmarks is het overall veranderpercentage 46 procent.
Bedrijfsbenchmarks
In de profitsector ontlopen de benchmarks elkaar enigszins wat betreft het aantal veranderwensen. GB heeft er zes en MKB vijf, bapr drie. Alle drie delen de urgente verbeterwens voor het als individueel commissaris buiten de rvb spreken met andere mensen uit de organisatie (met melding vooraf aan de rvb) en die voor het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de interne vertrouwenspersoon. Ook de forse verbeterwens voor het als individueel commissaris jaarlijks doen van minimaal één bedrijfsbezoek wordt gedeeld. GB en MKB hebben in tegenstelling tot bapr ook een forse verbeterwens voor het als rvc jaarlijks collectief doen van minimaal één bedrijfsbezoek. Beide delen ook een urgente verbeterwens voor een gesprek met de externe vertrouwenspersoon.
Corp en ONP beide vijf veranderwensen
In de non-profitsector zien we dat zowel Corp als ONP vijf veranderwensen hebben. Vier daarvan zijn een verbeterwens. De veranderwens voor het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de externe vertrouwenspersoon is voor beide een urgent bespreekbaar punt.
.
Jong, rvbEL, VR en Merv veel verbeterwensen
Persoonsgebonden benchmarks
Bij de commissarissen zijn Jong en rvbEL koplopers met beide zeven veranderwensen. VR en Merv hebben er zes, Remu vier, AC drie en VZ twee. Allen hebben veranderwensen bij het spreken met de interne dan wel externe vertrouwenspersoon. Bij ieder, op de VZ na, is dit urgent. Het als individueel commissaris buiten de rvb spreken met andere mensen uit de organisatie (met melding vooraf aan de rvb) is alleen voor VZ geen verbeterwens. Het als rvc jaarlijks collectief doen van minimaal één bedrijfsbezoek is daarentegen alleen voor Merv en rvbEL een verbeterwens.
DIR vindt dat commissaris vaker organisatie op mag zoeken
Bij de niet-commissarissen heeft DIR zeven, veelal urgente, veranderwensen. Bespreekbaar punten zijn dat de individuele commissaris jaarlijks minimaal één bedrijfsbezoek doet en dat de individuele commissaris buiten de rvb spreekt met andere mensen uit de organisatie, zonder melding vooraf aan de rvb. Ook de jaarlijkse gesprekken van de rvc met de controlerend accountant en de vertrouwenspersonen behoeven verbetering.
.
Top drie: gesprek met vertrouwenspersoon (in- en externe) en als individuele commissaris praten met anderen uit bedrijf
Gedeelde veranderwensen
We kunnen een duidelijke top drie onderscheiden qua aantal veranderwensen. Op één vinden we het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de interne vertrouwenspersoon met veertien benchmarks die daar een verbeterwens hebben. Op een gedeelde tweede/derde plek vinden we de stelling over het spreken met de externe vertrouwenspersoon waar twaalf benchmarks een veranderwens hebben en de stelling over het als individueel commissaris buiten de rvb spreken met andere mensen uit de organisatie (met melding vooraf aan de rvb).
Er zijn twee stellingen waar geen enkele veranderwens is te zien. Dat gaat om binnen de organisatie gegenereerde informatie en om het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de internal auditor.
Huidige situatie
Het basisprofiel is het er volstrekt mee eens dat een gesprek met de internal auditor en een gesprek met de controlerend accountant bijdraagt aan een goede informatievoorziening van de rvc. Duidelijk mee eens dat binnen en buiten de organisatie gegenereerde informatie, het gebruik van controlemogelijkheden door de rvc buiten de rvb en het als rvc jaarlijks collectief doen van minimaal één bedrijfsbezoek dat ook doen. Min of meer mee eens dat een gesprek met de compliance officer dat doet.
Opmerkelijk genoeg betwijfelt het basisprofiel of het als individueel commissaris jaarlijks doen van minimaal één bedrijfsbezoek, het als individueel commissaris buiten de rvb spreken met andere mensen uit de organisatie (met melding vooraf aan de rvb) en een gesprek met de interne vertrouwenspersoon bijdragen aan een goede informatievoorziening van de rvc. Het kan ook betekenen dat deze opties nog niet zo vaak worden benut. Een andere verklaring is dat genoemde activiteiten extra tijd vragen van de commissaris. En dat is blijkbaar een schaars goed!
In totaal 30 procent van de opties score ≥ 4.0
In de huidige situatie heeft bij vier stellingen minimaal de helft van de benchmarks van de benchmarks aangegeven het daar minimaal duidelijk mee eens te zijn. Dat gaat om binnen de organisatie gegenereerde informatie (92 procent van de benchmarks), het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de controlerend accountant (60 procent van de benchmarks), het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de internal auditor (58 procent van de benchmarks) en buiten de organisatie gegenereerde informatie (58 procent van de benchmarks).
In totaal heeft slechts 30 procent van de opties een score ≥ 4.0. In de wenselijke situatie is dat 50 procent. Wanneer we de grens bij een score van 3.5 leggen, scoort in de huidige situatie 50 procent boven die grens tegen 76 procent in de wenselijke situatie.
Corp wijkt het vaakst af
Bij de bedrijfsbenchmarks hebben zowel de profit- als de non-profitsector de nodige grote afwijkingen van het basisprofiel.
Bij de stelling over het spreken met de internal auditor zien we dat alleen het basisprofiel daar duidelijk mee instemt en dat alle andere bedrijfsbenchmarks daar ruim achter blijven. Verder valt ook op dat Zorg en OW laag scoren als het gaat om het gesprek met de controlerend accountant. ONP wijkt materieel het vaakst af met zes keer.
Bij de persoonsgebonden benchmarks bij de commissarissen is het beeld iets rustiger. Remu en Jong wijken bijvoorbeeld nergens materieel af. Merv vijf keer, VZ drie keer, AC, VR en rvbEL elk twee keer. AC bijvoorbeeld is het als enige benchmark duidelijk eens dat een gesprek met de compliance officer, zonder rvb, bijdraagt aan een goede informatievoorziening. VR scoort lager dan de anderen bij het gebruik van controlemogelijkheden door de rvc buiten de rvb. Verder zien we dat vooral bij het als individueel commissaris buiten de rvb spreken met andere mensen uit de organisatie (met melding vooraf aan de rvb) de meningen sterk uiteenlopen.
Bij de niet-commissarissen wijkt DIR vijf keer materieel en negatief af van het basisprofiel. Met name de verschillen bij de stellingen ‘het als rvc jaarlijks collectief doen van minimaal één bedrijfsbezoek’ en ‘het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de controlerend accountant’ zijn groot.
6.3 Enige bespiegelingen/vragen/kanttekeningen
Wat weerhoudt basisprofiel van een individueel bedrijfsbezoek?
Het basisprofiel had in 2020 een urgente verbeterwens voor het individueel doen van een bedrijfsbezoek en forse verbeterwensen voor een collectief bedrijfsbezoek als rvc en voor het als rvc/auditcommissie jaarlijks zonder rvb spreken met de compliance officer en/of internal auditor. Als we dan kijken of deze drie in de ogen van het basisprofiel bijdragen aan een goede informatievoorziening, dan zien we dat dat verschilt per stelling. We zien bijvoorbeeld dat het basisprofiel er niet echt van overtuigd lijkt te zijn dat een individueel bedrijfsbezoek veel bijdraagt aan een goede informatievoorziening. Dat staat in schril contrast met het als collectief doen van een bedrijfsbezoek waar het basisprofiel wel een grote meerwaarde voor de informatievoorziening in ziet. Ook in het spreken met de compliance officer en/of internal auditor, zonder rvb, ziet het basisprofiel zeker een meerwaarde.
Het als commissaris doen van een individueel bedrijfsbezoek is een, in ons onderzoek, met enige regelmaat terugkerende verbeterwens. Niet alleen bij het beursgenoteerde bedrijf overigens. Het lijkt dat we dit jaar daar dan een verklaring voor hebben, en dat is dat de meerwaarde voor de informatievoorziening niet of onvoldoende wordt gezien. Het wordt echter wel wenselijk gevonden om als individueel commissaris individueel buiten de rvb met andere mensen uit de organisatie te spreken. Deze tegenstrijdigheid kunnen we wat moeilijk plaatsen. Wij horen regelmatig dat een dergelijk bezoek een mogelijkheid biedt om wat gevoel/inkleuring te krijgen bij het bedrijf en de mensen achter de cijfers. Daarbij geeft het individuele karakter van het bezoek de commissaris de mogelijkheid al zijn/haar vragen te stellen. Er hoeft geen rekening te worden gehouden met collega-commissarissen die ook wat willen vragen en misschien iets vragen waar je geen interesse in hebt. Het lijkt ons dat een individueel bedrijfsbezoek bij uitstek geschikt is om juist die persoonlijke noot tot zijn recht te laten komen. Is dat geen belangrijke toegevoegde (informatieve) waarde?
Is signaal rvb/directie een uitnodiging aan commissaris om breder informatie in te winnen?
Het aantal veranderwensen van de benchmark DIR (rvb-leden/directieleden) is opvallend hoog. Immers, het gaat om het bijdragen aan de informatievoorziening van de rvc niet om wat de rvb-leden wel of niet kunnen bijdragen en ook niet over de informatievoorziening aan de rvb zelf. De benchmark DIR heeft drie urgente verbeterwensen, één forse verbeterwens en twee bespreekbare punten. Eigenlijk alleen voor het binnen en buiten de organisatie gegenereerde informatie en voor het gebruik van controlemogelijkheden buiten de rvb heeft DIR geen veranderwensen. De veranderwensen die er zijn hebben allen betrekking op het contact dat een rvc heeft met de organisatie. Via collectieve of individuele bedrijfsbezoeken of het spreken met individuele interne of externe functionarissen. Deze veranderwensen gecombineerd met de verbeterwens van DIR en Secr in het vorige hoofdstuk over de haalplicht van de rvc kunnen we niet anders zien dan als een oproep van de rvb aan de commissaris om zich beter in de organisatie te verdiepen? Aan de andere kant geeft DIR toch wel blijk van enige ambivalente gevoelens, want het ambitieniveau bij de genoemde veranderwensen is soms aan de bescheiden kant. Misschien is het goed als DIR en rvc eens praten over de hier genoemde opties om te kijken hoe deze op een goede manier gestructureerd ingebed kunnen worden in het relatiepatroon van rvc, bedrijf en rvb.
Waarom ziet zorg en welzijnssector weinig toegevoegde waarde in gesprek met controlerend accountant zonder rvb?
De meeste bedrijfsbenchmarks zijn van mening dat een gesprek met de controlerend accountant, zonder de rvb, bijdraagt aan een goede informatievoorziening van de rvc. Zowel onderwijs als de overige non-profit zijn het daar min of meer mee eens, maar de laagste instemming vinden we bij de zorg- en welzijnssector. Deze is het deels eens/deels oneens en twijfelt daarmee sterk aan die bijdrage. Dat kan aan de (kwaliteit) van de controlerende accountant liggen en indirect aan het aantal contactmomenten dat diegene heeft met de organisatie. Als er weinig contact is, kan de controlerend accountant bijvoorbeeld minder iets zeggen over de cultuur van een financiële afdeling en organisatie. Maar het kan ook wat zeggen over de kwaliteit en de samenstelling van de auditcommissie, de aan de accountant verstrekte controle-opdracht of aan de (overlappende) activiteiten van de in de zorg actieve externe toezichthouders.
Moet een rvc in gesprek met een vertrouwenspersoon?
Bij dit onderdeel zijn de stellingen over de vertrouwenspersoon degene die leiden tot de meeste veranderwensen. Alle benchmarks, met voldoende waarnemingen, hebben hier veranderwensen. Veelal urgent van aard. Daar moeten de commissarissen iets mee! Maar wat? Dat lijkt de grote vraag waar respondenten verschillend over denken.
We zien bijvoorbeeld al dat er een groot onderscheid is tussen enerzijds of het wenselijk is te praten met de interne vertrouwenspersoon en anderzijds of het wenselijk is te praten met de externe vertrouwenspersoon. Dat verschil slaat altijd door naar de eerste, waarbij het onderscheid in wenselijkheid sterk per benchmark verschilt. Bij de bedrijfsbenchmarks zit het grootste verschil bij de woningcorporatie en de overige non-profit en het kleinste verschil bij het MKB. Bij de persoonsgebonden benchmarks zit het grootste verschil bij de commissaris met minder dan vier jaar ervaring en het kleinste verschil bij de vrouwelijke commissaris.
Als we over een andere as naar de verschillen kijken zien we dat het beursgenoteerde bedrijf het meest enthousiast is over een gesprek met de interne vertrouwenspersoon en of dat bijdraagt aan een goede informatievoorziening van de rvc. Zorg en welzijn neigt naar instemming. Bij de persoonsgebonden benchmarks zijn het de commissaris die lid is van de auditcommissie en/of remuneratiecommissie en de jongere commissaris het duidelijk eens en vinden we de vrouwelijke commissaris aan de, relatief, andere kant. Maar ondanks deze verschillen is iedereen het er op zijn minst min of meer mee eens dat een gesprek met een interne vertrouwenspersoon, zonder rvb, bij kan dragen aan een goede informatievoorziening van de rvc.
Dat is anders bij een gesprek met de externe vertrouwenspersoon. Sommige benchmarks denken niet dat zo’n gesprek een meerwaarde heeft. Dat geldt in elk geval voor de woningcorporatie en eigenlijk ook zorg- en welzijn en de overige non-profit en bij de persoonsgebonden benchmarks de minder ervaren commissaris. De grootste voorstanders zijn het MKB en de jongere commissaris, hoewel dat met een min of meer mee eens score relatief is.
Kortom, op meerdere vlakken zijn er grote verschillen die in onze ogen duiden op het feit dat er door commissarissen niet is nagedacht over welke relatie een rvc zou moeten onderhouden met een vertrouwenspersoon. Of personen als het er meer zijn. Een kennismakingsgesprek, een jaarlijks telefoontje? De kernvraag in dit geheel is waarom je een dergelijk gesprek zou aangaan als rvc. We merkten tijdens de interviews al dat slechts enkele rvc’s een vorm van contact hadden met de interne en in veel minder mate met de externe vertrouwenspersoon. Er zijn/waren ook organisaties die nog geen vertrouwenspersoon hadden, er waren ook rvc’s die geen rapportages ontvingen van de vertrouwenspersoon(en). Wat kan het opleveren? Een puzzelstukje dat iets kan bijdragen aan het beeld dat je als rvc hebt van de cultuur van een organisatie, afdeling, groepsonderdeel. Het kan je als commissaris ook een beeld schetsen van die vertrouwenspersoon, intern of extern. Bovendien, maar minder gerelateerd aan informatievoorziening, creëer je een ‘warme band’ als rvc mocht er een melding binnen komen bij een vertrouwenspersoon over de rvb. Want wat ga je dan doen als rvc?
Waarom geen gesprek met anderen uit bedrijf zonder melding vooraf aan de rvb?
Opvallend is dat, vergeleken met onze eerdere onderzoeken, ‘praten met anderen zonder melding vooraf aan de rvb’ helemaal uit de gratie is geraakt. Wel is er altijd sprake geweest van een zekere terughoudendheid om dit te doen. Meestal was het verhaal ‘zoiets doe je niet’. Je gaat als basis uit van vertrouwen. Maar mag er (deels) geen controle zijn op een manier die je als commissaris prettig/wenselijk vindt? De eerste vraag die beantwoord moet worden, is of een commissaris dergelijke gesprekken mag hebben. Het antwoord lijkt ons afgezien van zeer bijzondere uitzonderlijke situaties zonder meer ‘ja’ te zijn.Als een commissaris een dergelijk gesprek heeft gehad, dan past het in onze omgangsvormen om daarvan (zo spoedig mogelijk) melding te doen aan collega-commissarissen, de secretaris van de vennootschap en de rvb. Op de inhoud van een dergelijke terugkoppeling gaan wij hier nu niet in.
Geregeld lazen wij gelezen of hoorden we van commissarissen dat een situatie toch wat ‘genuanceerder’ lag in het bedrijf en de daar heersende cultuur dan zij op grond van hun rvc- en commissievergaderingen hadden verondersteld. Maar ook hoorden wij van commissarissen dat de inzichten die ze op deze manier hadden opgedaan, versterkten wat zij aan beeld in de formele vergaderingen hadden gekregen. De tweede situatie is uiteraard prettig, maar de eerste situatie kan zorgelijk zijn en aanleiding vormen om wat meer aandacht te schenken aan ontvangen signalen of opgedane impressies. We gaan ervan uit dat de eerste situatie geen schering en inslag is. Maar als deze misschien in vijf procent of meer van de gevallen voorkomt, is de betrokken commissaris en daarmee ook de rvc dan niet blij dat een dergelijk gesprek wel heeft plaatsgevonden? Wij denken dat de hier bedoelde gesprekken een instrument kunnen zijn voor de rvc om invulling te geven aan de taken van de rvc. Waarom zou je een dergelijk instrument dan niet hanteren?
Stel dat een rvb, of misschien in het bijzonder de voorzitter van een rvb, aangeeft dit soort gesprekken van een commissaris niet te appreciëren. Ongeacht de daarvoor aangevoerde argumentatie kunnen wij ons voorstellen dat dit bij sommige commissarissen leidt tot ongemakkelijke gevoelens. En misschien is dat dan een reden om deze gesprekken juist wel aan te gaan. Uit een bijeenkomst met een aantal rvb-leden van verschillende bedrijven herinneren wij ons twee reacties. Het ene lid zei: ‘Laat ze hun gang maar gaan. Ik heb niets te verbergen. Bovendien hoef ik sommigen domme vragen dan niet te beantwoorden’. Het andere lid, net in functie bij dat bedrijf, zei: ‘Ik wil hebben dat zij mij van tevoren inseinen’.
Een laatste, elegante oplossing kwam van een gelouterde commissaris. Deze zei: ‘Elk jaar zeg ik aan het begin van het jaar bij de eerste rvc-vergadering tegen de rvb, dat ik net als voorgaande jaren ook dit jaar weer gesprekken zal voeren met mensen in het bedrijf zonder dat ik dit van tevoren aankondig.’ Daarmee legde deze commissaris de basis voor het geaccepteerd krijgen van deze werkwijze en daarmee de hantering van dit instrument als onderdeel van zijn/haar toolkit.
U mag zelf kiezen of u dit instrument in uw tool-kit opneemt. Bedenk wel of een gevoelsopvatting u moet weerhouden een toegestaan en waardevol instrument niet te gebruiken bij de uitoefening van uw taak als commissaris.