Samenvatting
Wenselijke situatie
Het basisprofiel is het duidelijk of volstrekt met alle acht stellingen eens. Deze mate van wenselijkheid van het basisprofiel wordt breed gedeeld onder de andere benchmarks. Bij de acht stellingen scoort minimaal driekwart van de benchmarks een 4.0 of hoger. Bovenaan staat, net als bij het basisprofiel, dat het wenselijk is dat de commissaris zelf externe bronnen over de onderwerpen in de rvc-vergadering raadpleegt. Alle benchmarks zijn het daar duidelijk of volstrekt mee eens dat dat wenselijk is. Aan de ‘onderkant’ van deze acht stellingen vinden we dat de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot zicht op succession planning waardevol moet zijn. 79 procent van de benchmarks is het daar duidelijk mee eens.
Veranderwensen
Alle benchmarks met voldoende waarnemingen (14) hebben een verbeterwens bij de stelling dat de inbreng van medewerkers(niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot zicht op succession planning waardevol is.
Op een ruime afstand zien we zeven benchmarks met een verbeterwens bij het als rvc oog hebben voor desinformatie en zes benchmarks voor de brengplicht van de rvb.
Er zijn twee stellingen met geen enkele veranderwens. Dat betreft het zelf raadplegen van externe bronnen over de onderwerpen in de rvc-vergadering en verstrekken van ad hoc informatie aan de rvc via de rvb laten lopen.
Huidige situatie
In de huidige situatie is bij vier van de acht stellingen meer dan de helft van de benchmarks het minimaal duidelijk eens. Dat gaat om het zelf raadplegen van externe bronnen over de onderwerpen in de rvc-vergadering (100 procent, alle benchmarks), om het laten verlopen van ad hoc informatie aan de rvc via de rvb (77 procent), om het als rvb voldoen aan de brengplicht (71 procent) en om het als rvc voldoen aan de haalplicht (60 procent).
Met name bij de stelling over het waardevol zijn van de inbreng van medewerkers in termen van succession planning lopen de meningen uiteen. VZ, AC, Merv en Zorg zijn het daar min of meer mee eens terwijl Jong en MKB daaraan twijfelen. Ook de score van DIR bij het voldoen aan de haalplicht als rvc valt op. Dat is geen voldoende.
Onderzoeksvraag
We vroegen de respondenten naar hun mening over acht aan informatievoorziening gerelateerde stellingen. Deze zijn nieuw en dat betekent dat we die niet kunnen vergelijken in de tijd.
We hebben de 5-puntsschaal gebruikt met: 1 = volstrekt oneens, 2 = oneens, 3 = deels oneens/deels eens, 4 = eens en 5 = volstrekt mee eens.
5.1 Wenselijke situatie
.
Basisprofiel: acht stellingen over het algemeen zeer wenselijk
Basisprofiel
Bij het basisprofiel vallen vijf stellingen in de klasse met de hoogste mate van instemming, volstrekt eens (score ≥ 4.5): ik raadpleeg zelf externe bronnen over de onderwerpen in de rvc-vergadering, de rvb voldoet aan de brengplicht, de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot zicht op succession planning is waardevol, het verstrekken van ad hoc informatie aan de rvc loopt via de rvb en collega’s in de rvc brengen geregeld nieuwe informatie (de rvc-vergadering) in.
Drie stellingen vallen in de klasse duidelijk mee eens (4.0 ≤ score < 4.5). Het gaat er hierbij om: ‘de rvc voldoet aan de haalplicht’, ‘de rvc heeft voldoende oog voor desinformatie’ en ‘de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot de informatie die zij geven is waardevol’.
Draagvlak: hoe breed delen de benchmarks de wenselijkheid?
Overall valt 87 procent van de onderwerpen in de klasse duidelijk mee eens of hoger
De mate van wenselijkheid van het basisprofiel wordt breed gedeeld onder de andere benchmarks. Bij de acht stellingen scoort minimaal driekwart van de benchmarks een 4.0 of hoger. Bovenaan staat, net als bij het basisprofiel, dat de commissaris zelf externe bronnen over de onderwerpen in de rvc-vergadering raadpleegt. Alle benchmarks zijn het daar duidelijk of volstrekt mee eens dat dat wenselijk is. Aan de ‘onderkant’ vinden we dat de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot zicht op succession planning waardevol moet zijn. 79 procent van de benchmarks is het daar duidelijk mee eens.
Andere benchmarks vergeleken met basisprofiel
Overall afwijkingspercentage hoog bij non-profitsector
Overall is het afwijkingspercentage substantieel bij de bedrijfsbenchmarks (53 procent). Dat komt voornamelijk vanuit de non-profitsector met 73 procent. Voor de profitsector is het percentage met 25 procent veel lager. Het overall afwijkingspercentage bij de persoonsgebonden benchmarks is met 19 procent veel lager.
.
Grote overeenstemming met basisprofiel
Bedrijfsbenchmarks
Bij de profitsector is sprake van een grote mate van overeenstemming met het basisprofiel. Alleen het MKB wijkt twee keer materieel af. Er is minder instemming als het gaat om of de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot zicht op succession planning waardevol is en of de rvc voldoende oog heeft voor desinformatie.
ONP vier keer lagere instemming
In de non-profitsector1 zien we meer materiële afwijkingen van het basisprofiel. ONP wijkt vier keer materieel af, Corp drie keer en Zorg één keer. ONP is het ‘slechts’ min of meer mee eens dat de rvb moet voldoen aan de brengplicht, dat de rvc moet voldoen aan de haalplicht, dat collega’s in de rvc geregeld nieuwe informatie inbrengen (in de rvc-vergadering) en dat de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot zicht op succession planning waardevol moet zijn. Dit laatste is ook actueel bij Zorg. Corp heeft minder instemming bij het als rvc voldoen aan de haalplicht, bij het verstrekken van ad hoc informatie aan rvc via rvb en bij het als rvc voldoende oog hebben voor desinformatie.
1 OW heeft te weinig waarnemingen bij dit onderdeel.
.
Grote mate van instemming met basisprofiel
Persoonsgebonden benchmarks
Bij de persoonsgebonden benchmarks bij de commissarissen zien we ook weinig materiële afwijkingen. Alleen Merv wijkt één keer materieel af en wel bij het ‘ verstrekken van ad hoc informatie aan rvc via rvb’. Merv is het daar min of meer mee eens terwijl het basisprofiel het daar duidelijk mee eens is.
Bij de niet-commissarissen wijkt alleen DIR eenmaal materieel af. Als het gaat over het als rvc voldoen aan de haalplicht is DIR het daar min of meer mee eens terwijl het basisprofiel het daar volstrekt mee eens is.
5.2 Veranderwensen en huidige situatie
.
Drie verbeterwensen, waarvan één urgent
Basisprofiel
Het basisprofiel heeft drie verbeterwensen. Urgent is die voor de stelling ‘de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot zicht op succession planning is waardevol’. De twee forse verbeterwensen betreffen de stelling dat ‘de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot de informatie die zij geven is waardevol’ en de stelling dat ‘de rvc heeft voldoende oog voor desinformatie’.
.
Lager dan gemiddeld overall veranderpercentage
Andere benchmarks
Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met 36 procent lager dan het gemiddelde. Voor de bedrijfsbenchmarks in totaal is het percentage 35 procent. De profitsector heeft een hoger veranderpercentage dan de non-profitsector (42 procent om 27 procent).
Voor de persoonsgebonden benchmarks is het overall veranderpercentage 37 procent.
.
MKB ziet bij helft stellingen verbetermogelijkheden
Bedrijfsbenchmarks
In de profitsector hebben het basisprofiel en GB beide drie verbeterwensen, MKB vier. Voor alle drie geldt dat de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot de informatie die zij geven waardevoller kan en dat de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot zicht op succession planning waardevoller kan. Voor bapr en GB is dat laatste urgent. Verder zijn GB en MKB van mening dat de rvb nog beter kan voldoen aan de brengplicht. Dat is voor MKB zelfs urgent. Die laatste benchmark is verder ook nog van mening dat collega’s in de rvc vaker geregeld nieuwe informatie in de rvc-vergadering mogen inbrengen.
In de non-profitsector zien we dat Zorg drie veranderwensen heeft, Corp twee en ONP één. Alle drie zijn van mening dat de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot zicht op succession planning waardevoller kan. Corp en Zorg zijn van mening dat collega’s in de rvc vaker geregeld nieuwe informatie in (de rvc-vergadering) kunnen inbrengen.
.
Rvc moet meer oog krijgen voor desinformatie
Persoonsgebonden benchmarks
Bij de commissarissen hebben Jong en AC de meeste veranderwensen (5 en 4). Merv heeft er drie, de andere vier benchmarks hebben er twee. Alle benchmarks zijn van mening dat de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot zicht op succession planning waardevoller moet zijn. En alle benchmarks, behalve rvbEL, zijn van mening dat de rvc meer oog moet krijgen voor desinformatie. AC, Jong en rvbEL vinden dat de rvb meer kan doen om te voldoen aan de brengplicht. AC en Jong vinden dat ook de rvc wel wat beter zijn best kan doen in het kader van de haalplicht.
DIR en Secr vinden dat rvc meer kan doen aan haalplicht
Bij de niet-commissarissen zien we dat DIR twee urgente verbeterwensen heeft voor het als rvc voldoen aan de haalplicht en voor een waardevollere inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot zicht op succession planning. Secr heeft een forse verbeterwens als het gaat over het als rvc voldoen aan de haalplicht.1
1 DIR heeft bij vijf van de acht stellingen voldoende waarnemingen, Secr bij één van de acht.
.
Één onderwerp waar alle benchmarks een verbeterwens hebben
Gedeelde veranderwensen
Er is één stelling waar alle benchmarks met voldoende waarnemingen(14) een verbeterwens hebben. Dat is bij de stelling dat de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in de rvc-vergadering met betrekking tot zicht op succession planning waardevol is.
Op een ruime afstand zien we dat zeven benchmarks een verbeterwens hebben bij het als rvc oog hebben voor desinformatie en zes benchmarks voor de brengplicht van de rvb.
Er zijn twee stellingen met geen enkele veranderwens. Dat zijn het zelf raadplegen van externe bronnen over de onderwerpen in de rvc-vergadering en verstrekken van ad hoc informatie aan de rvc via de rvb laten lopen.
Huidige situatie
.
Ruime overtuiging basisprofiel bij vijf stellingen
Basisprofiel
Bij het basisprofiel valt alleen het zelf raadplegen van externe bronnen over de onderwerpen in de rvc-vergadering in de klasse met de hoogste mate van instemming, volstrekt eens (score ≥ 4.5). Het voldoen aan de brengplicht als rvc, het voldoen aan de haalplicht als rvc, dat collega’s in de rvc geregeld nieuwe informatie in de rvc-vergadering inbrengen en het verstrekken van ad hoc informatie aan de rvc loopt via de rvb zitten in de klasse duidelijk mee eens qua instemming.
In de klasse min of meer mee eens (3.5 ≤ score < 4.0) vinden we de andere stellingen. Dat betreft de twee stellingen over de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in termen van waardevol zijn qua informatie die zij geven en waardevol in het kader van succession planning en de stelling over het oog hebben voor desinformatie.
In totaal 49 procent van de opties score ≥ 4.0
In de huidige situatie is bij vier van de acht stellingen meer dan helft van de benchmarks het minimaal duidelijk eens. Dat gaat om het zelf raadplegen van externe bronnen over de onderwerpen in de rvc-vergadering (100 procent, alle benchmarks), om het laten verlopen van ad hoc informatie aan de rvc via de rvb (77 procent), de rvb voldoet aan de brengplicht (71 procent) en de rvc voldoet aan de haalplicht (60 procent).
In totaal heeft 49 procent van de opties een score ≥ 4.0. In de wenselijke situatie is dat 87 procent. Wanneer we de grens bij een score van 3.5 leggen, scoort in de huidige situatie 88 procent boven die grens tegen 100 procent in de wenselijke situatie.
Met name bij de stelling over het waardevol zijn van de inbreng van medewerkers in termen van succession planning lopen de meningen uiteen. VZ, AC, Merv en Zorg zijn het daar min of meer mee eens terwijl Jong en MKB daaraan twijfelen. Verder valt de lage score, neigt naar instemming, van MKB op voor het voldoen aan de brengplicht van de rvb en het verschil in scores tussen bapr en Corp als het gaat over het verstrekken van ad hoc informatie aan de rvc. De eerste is het daar duidelijk mee eens, de tweede neigt naar instemming.
Opvallend is verder ook de lage score die DIR geeft aan de haalplicht van de rvc. Dat is geen voldoende. Ook Secr geeft hier een negatief signaal af, zij het wat minder uitgesproken.
5.3 Enige bespiegelingen/vragen/kanttekeningen
Wat voegt de inbreng van medewerkers (niet rvb-leden) in rvc-vergadering eigenlijk toe?
Met enige regelmaat nodigt de gemiddelde rvc gasten uit in zijn rvc-vergadering. Bij sommige rvc’s geldt dat voor elke rvc-vergadering, andere rvc’s houden het bij één of twee keer per jaar. Ook wij zijn daar altijd een warm pleitbezorger van geweest omdat het een van de mogelijkheden is om als rvc kennis te maken met medewerkers. Nu blijkt uit de resultaten van dit jaar dat veel commissarissen niet volledig overtuigd zijn of deze inbreng van medewerkers met betrekking tot de informatie die zij geven waardevol is. De meeste bedrijfsbenchmarks en ook de meeste persoonsgebonden benchmarks zijn het ‘slechts’ min of meer mee eens met deze stelling. En alleen de profitbenchmarks (beursgenoteerd bedrijf, grootbedrijf en MKB) en Jong geven aan dat daar wat aan moet gebeuren. Ligt het aan de kwaliteit van de gebrachte inhoud of kan een rvc door kennisachterstand ook niet de juiste vragen stellen? En, is er überhaupt tijd om vragen te stellen of is een ander format beter? In hoeverre spelen setting van een rvc-vergadering, tone at the top in het bedrijf, samenstelling van de vergadering en gedrag in de vergadering een rol?
Nog veel meer twijfelen commissarissen over het waardevol zijn van de inbreng van medewerkers in termen van het zicht op succession planning. Niemand is het daar duidelijk mee eens en de meeste scores zitten eerder onder de 3.5 dan er boven. Wel hebben alle benchmarks hier een forse of zelfs urgente verbeterwens. Dat roept de nodige vragen op. Met name hoe het waardevoller kan. Heeft de rvc nooit met de bril van succession planning op gekeken naar medewerkers als die iets kwamen presenteren? Dat zou op zich aansluiten bij eerdere onderzoeksresultaten waar succesion planning een vaak terugkerende verbeterwens is. Het kan natuurlijk ook zijn dat het initiatief om iemand uit te nodigen niet echt bij de rvc ligt, maar meer bij de rvb. Zou een rvc meer moeten nadenken over wie ze wil uitnodigen in zijn vergadering? Misschien niet alleen op basis van inhoud, maar ook op basis van potentie? Of is het te overwegen een medewerker wat te laten presenteren, maar dat de rvb daarbij niet aanwezig is?
Hoe krijgt rvc meer oog voor desinformatie?
Dat de rvc voldoende oog heeft voor desinformatie lijkt nog geen gegeven volgens de commissarissen. Enkel de commissaris die elders in een rvb zit heeft hier geen verbeterwens. Met name de jongere commissaris en in mindere mate de minder ervaren commissaris lijken zich zorgen te maken. De jongere commissaris valt vooral op vanwege de urgentie van de verbeterwens en vanwege de, ten opzichte van de andere commissarissen benchmarks, lagere score in de huidige situatie. Voor de zekerheid, de jongere commissaris is in ons onderzoek een commissaris onder de 55 jaar.
Volgens de overheid spreek je van desinformatie wanneer iemand opzettelijk onjuiste informatie deelt om te misleiden of schade aan te richten.1 Misinformatie is valse of misleidende informatie die gedeeld is, maar zonder schadelijke bedoelingen. Natuurlijk wordt als eerste gedacht aan het publieke domein wat niet gek is gezien bijvoorbeeld de desinformatiestroom die vanuit Rusland en inmiddels ook vanuit de Trumpregering de wereld in wordt geslingerd. Maar tegelijkertijd moeten wij denken aan de gegeven antwoorden bij het hoofdstuk over(nood)scenario’s en met name de scenario’s bij calamiteiten veroorzaakt door polarisatie bij interne en externe stakeholders. De wenselijkheid voor zo’n scenario ligt laag, maar wat doet de organisatie als zij met desinformatie wordt geconfronteerd?
Verder is het de vraag of desinformatie alleen in de buitenwereld aanwezig is of ook vanuit de organisatie kan komen? Het is van alle tijden dat men bijvoorbeeld desinformatie verspreid over bepaalde personen in een organisatie. Wat doet de rvc als het gaat over de rvb? Herkent de rvc de desinformatie? Daarnaast is het met toegenomen digitale mogelijkheden, waaronder AI, misschien ook gemakkelijker geworden om desinformatie te verspreiden.
Commissarissen lijken zich toch zorgen te maken dat ze zich misschien laten misleiden.
Als gedacht wordt aan een masterclass voor de rvc om een helder onderscheid te kunnen maken, kan dat natuurlijk nooit kwaad. Wat volgens ons ook geen kwaad kan is het vorig jaar verschenen rapport van IIA Nederland, getiteld ‘Waarheidsv(erb)inding in een wereld vol feiten, ficties en frames’ door te nemen.2 En last but not least deel ‘missers’ en ‘ervaringen’ met elkaar als commissarissen en houd permanent een spiegel voor om zelf in te kijken.
1 https://www.digitaleoverheid.nl/overzicht-van-alle-onderwerpen/desinformatie/wat-is-desinformatie/
2 https://www.iia.nl/SiteFiles/IIA%20SVO-EUR%20Publicatie%20Waarheidsvinding_HR.pdf
AI, haalplicht en desinformatie?
De recente ontwikkelingen op het gebied van AI worden gemengd bekeken. Kun je als commissaris blind vertrouwen op antwoorden die je via AI krijgt op vragen die je stelt? Het antwoord is blijkbaar nee. Maar als je vragen stelt op een gebied dat niet tot je vakterrein/discipline behoort, ben je dan in staat goed en fout te onderscheiden? En als je als commissaris geen ervaring hebt met het doen van (wetenschappelijk) onderzoek of nooit meegewerkt hebt aan het bouwen van een algoritme, weet je dan hoe je impliciete vooronderstellingen kunt ontdekken in de antwoorden die je krijgt? En heeft u wel eens overwogen eenzelfde vraag in verschillende talen en bij verschillende AI systemen te stellen? We kunnen u verzekeren dat dit interessante uitkomsten en inzichten kan opleveren. Een afgewogen antwoord/oplossing hebben wij niet. Maar overweeg eens zelf te experimenteren samen met wat anderen en dan de uitkomsten met elkaar te bespreken.
Pas op voor het weggooien van het kind met het badwater. Maar realiseer uzelf goed dat sommige producten/diensten een lange aanloop kunnen hebben naar een grotere mate van betrouwbaarheid dan nu gebruikelijk. Maar 100 procent betrouwbaarheid zal een idee fixe blijken te zijn. Maar waar nemen we genoegen mee en weten we dan ook waar we zijn op de ‘betrouwbaarheidsschaal'?