Spring naar inhoud

Samenvatting

Samenvatting

In de zomer en herfst van 2024 vond de 17e editie van het Grant Thornton commissarissen benchmarkonderzoek van Board in Balance en Herbert Rijken plaats. Dit onderzoek heeft een vergelijkbare aanpak als de voorgaande jaarlijkse onderzoeken. In totaal zijn 162 vragenlijsten voldoende ingevuld om te gebruiken in de kwantitatieve analyse. Hiervan vulden 124 commissarissen, 18 rvb-/directieleden, 10 secretarissen van rvc’s en 10 internal auditors deze in. Een deel van de vragenlijsten is ingevuld in combinatie met een persoonlijk interview. Dit jaar hebben we 97 persoonlijke interviews afgenomen. De overige vragenlijsten zijn via een webbased vragenlijst ingevuld.

Voor de verwerking van de resultaten hebben we een regressieanalyse toegepast.

Grant Thornton was dit jaar voor het 15e jaar op rij de hoofdsponsor van het onderzoek. iWink is voor het tweede jaar co-sponsor.

Ook werkten we dit jaar weer met een basisprofiel (gemakshalve het beursgenoteerde bedrijf genoemd) en zeventien profielen/andere benchmarks. De benchmarks verdelen we in bedrijfsbenchmarks (groot niet-beursgenoteerd bedrijf, MKB, woningcorporatie, zorg en welzijninstelling, onderwijsinstelling, culturele instelling en overige non-profitinstellingen) en persoonsgebonden benchmarks (voorzitter rvc, jongere commissaris, vrouwelijke commissaris, commissaris lid van de auditcommissie, commissaris lid van de remuneratiecommissie, een commissaris met minder dan vijf jaar ervaring en een commissaris die elders in een rvb zit) en drie niet-commissaris benchmarks (rvb-/directieleden, secretarissen van rvc’s en internal auditors). Omdat we de secretarissen en de internal auditors minder vragen hebben voorgelegd dan de commissarissen doen we alleen bij een beperkt aantal vragen verslag van hun opvattingen.

Ook dit jaar zijn we, naast benieuwd naar hoe respondenten tegen de huidige situatie aan kijken, ook benieuwd of ze daar tevreden mee zijn en/of dat ze van mening zijn dat zaken anders moeten in de nabije toekomst.

Inhoud tweede deelrapport

Dit rapport vormt het tweede deel van het onderzoek. Hier gaan we in op de antwoorden die de respondenten hebben gegeven op de onderwerpen over de technische competenties, maar vooral in op de adviesrol en de informatievoorziening van de rvc. Daarna volgen nog twee korte hoofdstukken over gezondheid en waardering en genomen tijd door de rvc. 

Aan het eind van het rapport geven we in de appendix een toelichting op de gehanteerde regressieanalyse.

Technische competenties rvc

Wenselijke situatie

 

Bij vijf, van de negentien, competenties/eigenschappen zijn alle benchmarks het duidelijk of volstrekt eens dat deze in de rvc aanwezig moeten zijn. Het gaat hierbij om competenties op het gebied van bestuur, veranderingsprocessen, risicomanagement, financiën en een maatschappelijke antenne. Bij nog eens elf andere competenties scoort minimaal de helft van de benchmarks een 4.0 of hoger.

Alleen bij internationaal netwerk (40 procent), marketing (20 procent) en politiek-bestuurlijk (13 procent) zien we geen meerderheid van de benchmark die dat duidelijk wenselijk vindt.

Veranderwensen; wat moet anders of kan beter?

 

Bij zeven van de negentien stellingen hebben minstens tien benchmarks een veranderwens. Koploper is duurzaamheid waar vijftien benchmarks een verbeterwens hebben, op de voet gevolgd door innovatie, digitalisering en technologie. Daar hebben telkens veertien benchmarks een veranderwens. Ook bij internationaal netwerk (12), ICT (11) en HR (10) hebben veel benchmarks een veranderwens.

De enige competentie met weinig veranderwensen (0) is financiën. Ook bestuurlijk met slechts één benchmark kent weinig benchmarks die daar een verbeterwens hebben.

Huidige situatie

 

In de huidige situatie zijn bij twee competenties alle benchmarks van mening dat die aanwezig zijn in hun rvc. Dat betreft, klassiek, bestuur en financiën. Daarnaast zijn er vier competenties waar meer dan de helft van de benchmarks het minimaal duidelijk eens is. Dat betreft risicomanagement waar 75 procent van de benchmarks het duidelijk eens is. Bij managen operationele werkzaamheden en internationaal werken geeft 60 procent van de benchmarks aan dat dat voldoende aanwezig is in de rvc. De maatschappelijke antenne is bij 53 procent van de benchmarks voldoende aanwezig.

Advies van de rvc, voldoende of te weinig?

 

Voldoende gevraagd/ongevraagd advies van de rvc aan de rvb

De commissarissen geven aan dat zij met name op het gebied van financiën, strategie en bestuur voldoende gevraagd dan wel ongevraagd advies geven aan de rvb. Het gaat bij die laatste twee bijvoorbeeld om opmerkingen als ‘scenarioplanning’ en ‘toekomst’ en ‘governance’ en ‘leiderschap’. Na deze top drie van categorieën komen we ook meerdere opmerkingen tegen die we hebben geplaatst in risicomanagement, HR, digitalisering en duurzaamheid. Ook bij de rvb-leden en bij de niet-secretarissen staat de categorie financiën op één.

 

Te weinig advies gevraagd door de rvb aan de rvc

Op één bij de commissarissen waarvan ze vinden dat de rvb te weinig advies aan de rvc vraagt staat de categorie ‘HR’. Daar valt veel onder, onder andere ‘succession planning’, ‘cultuur’. De tweede categorie, op enige afstand, is ‘strategie’ (onder andere ‘lange termijnvisie’, ‘scenarioplanning’ ). Op de derde plek staat ‘veranderingsprocessen’, op de vierde plek ‘digitalisering’ en op de vijfde plek ‘innovatie’.

Adviesrol van de rvc

Wenselijke situatie

 

Bovenaan staat dat de de rvc gevraagd advies geeft. Alle benchmarks zijn daar het daar duidelijk of volstrekt mee eens dat dat wenselijk is. 86 procent van de benchmarks is van mening dat het (zeer) wenselijk is dat de rvc ook ongevraagd advies geeft. 75 procent van de benchmarks vindt het wenselijk dat de rvb een individueel rvc-lid buiten de rvc-vergadering om advies vraagt en dat de rvb de respondent zelf buiten de rvc-vergadering om advies vraagt.

53 procent van de benchmarks vindt het wenselijk dat de rvb in de rvc-vergadering om advies vraagt en 50 procent van de benchmarks dat de rvb buiten de rvc-vergadering om advies vraagt. Slechts 29 procent van de benchmarks vindt het wenselijk dat de individuele commissaris ongevraagd advies buiten de vergadering geeft.

Veranderwensen; wat moet anders of kan beter?

 

Er zijn twee stellingen die er duidelijk bovenuit springen wat betreft gedeelde verbeterwensen. Dat is dat de rvb vaker in en buiten de rvc-vergadering om advies moet vragen. Dertien benchmarks zijn die mening toegedaan. Ook mag de rvb volgens tien benchmarks vaker individuele rvc-leden buiten de rvc-vergadering om advies vragen.
De enige stelling met geen veranderwensen is dat de rvc gevraagd advies geeft. Ook bij de stellingen ‘de rvc geeft ongevraagd advies’ en ‘ik / de individuele commissaris geef ongevraagd advies buiten de vergadering’ zien we met telkens één benchmark weinig verbeterwensen.

Huidige situatie

 

In de huidige situatie is bij slechts twee van de zeven stellingen meer dan de helft van de benchmarks het minimaal duidelijk eens. Dat betreft de volgende twee:

  • de rvc geeft gevraagd advies (92 procent van de benchmarks)
  • de rvc geeft ongevraagd advies (71 procent van de benchmarks)

Informatievoorziening

Wenselijke situatie

 

De meeste benchmarks zijn het duidelijk of volstrekt met alle acht stellingen eens. Minimaal driekwart van de benchmarks scoort een 4.0 of hoger. Bovenaan staat dat het wenselijk is dat de commissaris zelf externe bronnen over de onderwerpen in de rvc-vergadering raadpleegt. Alle benchmarks zijn daar het daar duidelijk of volstrekt mee eens dat dat wenselijk is.
Aan de ‘onderkant’ van deze acht stellingen vinden we dat de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot zicht op succession planning waardevol moet zijn. 79 procent van de benchmarks is het daar duidelijk mee eens.

Veranderwensen; wat moet anders of kan beter?

 

Er is één stelling waar alle veertien benchmarks een verbeterwens hebben. Dat is bij de stelling dat de inbreng van medewerkers (niet-rvb-leden) in rvc-vergadering met betrekking tot zicht op succession planning waardevol is.

Op een ruime afstand zien we zeven benchmarks die een verbeterwens hebben bij het als rvc oog hebben voor desinformatie en zes benchmarks bij de stelling over de brengplicht van de rvb.
Er zijn twee stellingen met geen enkele veranderwens. Dat betreft het zelf raadplegen van externe bronnen over de onderwerpen in de rvc-vergadering en verstrekken van ad hoc informatie aan de rvc via de rvb laten lopen.

Huidige situatie

 

In de huidige situatie is bij vier van de acht stellingen meer dan de helft van de benchmarks het minimaal duidelijk eens. Dat gaat om het zelf raadplegen van externe bronnen over de onderwerpen in de rvc-vergadering (100 procent, alle benchmarks), om het laten verlopen van ad hoc informatie aan de rvc via de rvb (77 procent), om het als rvb voldoen aan de brengplicht (71 procent) en om het als rvc voldoen aan de haalplicht (60 procent).

Met name bij de stelling over het waardevol zijn van de inbreng van medewerkers in termen van succession planning lopen de meningen uiteen. Ook de score van DIR bij het voldoen aan de haalplicht als rvc valt op. Dat is geen voldoende.

Aan een goede informatievoorziening voor de rvc dragen bij:

Wenselijke situatie

 

De benchmarks delen een grote mate van wenselijkheid bij de zeven stellingen. Er zijn zeven stellingen waarbij minimaal de helft van de benchmarks een 4.0 of hoger scoort. Het gaat hierbij om het spreken met de internal auditor en het spreken met de controlerend accountant zonder dat de rvb daarbij aanwezig is. Verder gaat het hierbij om binnen de organisatie gegenereerde informatie, het als rvc jaarlijks collectief doen van minimaal één bedrijfsbezoek, buiten de organisatie gegenereerde informatie, het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de compliance officer en het gebruik van controlemogelijkheden door de rvc buiten de rvb.

Veranderwensen; wat moet anders of kan beter?

 

We kunnen een duidelijke top drie onderscheiden qua aantal veranderwensen. Op één vinden we het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de interne vertrouwenspersoon met veertien benchmarks die daar een verbeterwens hebben. Op een gedeelde tweede/derde plek vinden we de stelling over het spreken met de externe vertrouwenspersoon waar twaalf benchmarks een veranderwens hebben en de stelling over het als individueel commissaris buiten de rvb spreken met andere mensen uit de organisatie (met melding vooraf aan de rvb).

Er zijn twee stellingen waar geen enkele veranderwens is te zien. Dat gaat om binnen de organisatie gegenereerde informatie en om het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de internal auditor.

Huidige situatie

 

In de huidige situatie kan bij vier stellingen minimaal de helft van de benchmarks van de benchmarks aangeven het minimaal duidelijk eens te zijn. Dat gaat om binnen de organisatie gegenereerde informatie (92 procent van de benchmarks), het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de controlerend accountant (60 procent van de benchmarks), het als rvc/commissie jaarlijks zonder rvb spreken met de internal auditor (58 procent van de benchmarks) en buiten de organisatie gegenereerde informatie (58 procent van de benchmarks).

Informatie van de rvb

Wenselijke situatie

 

Zowel het basisprofiel als de andere benchmarks vinden het (zeer) wenselijk dat de informatie die de rvc van/namens de rvb ontvangt, tijdig, relevant, volledig, duidelijk en qua hoeveelheid gebalanceerd is.

Veranderwensen; wat moet anders of kan beter?

 

De stelling die, qua aantal verbeterwensen, met kop en schouders boven de andere uitspringt is over het gebalanceerd zijn qua hoeveelheid informatie. Enkel de voorzitter van de rvc en rvb/directie hebben daar geen (urgente) verbeterwens.

Op een gedeelde tweede plaats vinden we de tijdigheid en duidelijkheid van de informatie terug waar zes benchmarks van mening zijn dat zaken beter moeten. Over de relevantie en volledigheid hebben ‘slechts’ vier benchmarks een klacht.

Huidige situatie

 

In de huidige situatie is bij vier stellingen meer dan de helft van de benchmarks, inclusief het basisprofiel, het minimaal duidelijk eens. Dat gaat om:

  • de relevantie van de informatie (88 procent van de benchmarks)
  • de duidelijkheid van de informatie (71 procent)
  • de tijdigheid van de informatie (65 procent)
  • de volledigheid van de informatie (56 procent

De organisatie in de zorg en welzijnsector en in de overige non-profit zijn het minst tevreden en scoren nergens een duidelijk mee eens.

Historische vergelijking

 

We zien dat respondenten in vergelijking met 2016 met name tevredener zijn geworden over de tijdigheid en volledigheid en vooral minder tevreden over de hoeveelheid informatie.

Informatievoorziening, via welke weg?

Wenselijke situatie

 

Er is een grote mate van overeenstemming onder de verschillende benchmarks, inclusief het basisprofiel, dat de rvc de informatie die zij van/namens de rvb ontvangt via een online portal wil ontvangen. Een enkele benchmark ziet ook nog wel wat in het gebruik van versleutelde e-mail. Via onversleutelde e-mail of op papier is niet wenselijk.

Veranderwensen; wat moet anders of kan beter?

 

Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met 85 procent zeer hoog. Bij alle vier de opties hebben minstens tien benchmarks een veranderwens. Koploper met dertien benchmarks is de wens om het gebruik van onversleutelde e-mail terug te dringen en meer gebruik te maken van een online portal (11). Eventueel meer gebruik van versleutelde e-mail is een veelal urgent bespreekbaar punt

Huidige situatie

 

Bij het basisprofiel valt alleen de optie ‘ontvangt informatie van/namens de rvb via een online portal’ in de klasse ‘min of meer mee eens’. Ook bij de andere benchmarks krijgt deze optie telkens de relatief hoogste score. Relatief omdat de instemming bij deze optie sterk uiteen loopt, van deels oneens/deels eens tot duidelijk mee eens.

Gezondheid en waardering

Wenselijke situatie

 

Geen van de benchmarks, inclusief het basisprofiel, wil zich zorgen maken over de fysieke of mentale gesteldheid van de rvc of van de rvb.

Alle benchmarks, inclusief het basisprofiel, vindt het (zeer) wenselijk dat dat de commissaris zich gewaardeerd voelt door de rvc en door de rvb. Ook vindt men het (zeer) wenselijk dat de rvc zich gewaardeerd voelt door de rvb.

Veranderwensen; wat moet anders of kan beter?

 

Het basisprofiel heeft bij alle vier de stellingen, over de fysieke en mentale gesteldheid van de rvc en rvb, bespreekbare punten. Dat geldt ook voor veel van de andere benchmarks.

Bij de bedrijfsbenchmarks zien we dat de rvc bij het grootbedrijf wel meer waardering zou willen voelen door de rvb en dat dat ook geldt voor de individuele commissaris bij het onderwijs. Bij de persoonsgebonden benchmarks zien we dat zowel de jongere commissaris als de commissaris die tevens elders lid is van de rvb vinden dat de rvc wel wat meer waardering mag krijgen van de rvb.

Huidige situatie

 

Geen van de benchmarks, inclusief het basisprofiel, maakt zich zorgen over de fysieke en mentale gesteldheid van de rvc of van de rvb.

Het basisprofiel ontvangt voldoende waardering, als individu en als rvc van de rvb en ook van de collega’s in de rvc. Dat geldt ook voor het grootste deel van de benchmarks. De zorg en welzijnorganisatie is het bij alle drie stellingen ‘slechts’ min of meer mee eens is. Het onderwijs neigt slechts naar instemming als het gaat over de waardering die hij of zij als individu voelt van de rvb.

Tijd

 

Het basisprofiel en nagenoeg alle andere benchmarks ook vinden het (zeer) wenselijk dat de rvc, de collega en hij of zij zelf voldoende de tijd neemt om zijn of haar taak uit te voeren. Ook zijn zij van mening dat dit ook gebeurt. Veranderingen zijn derhalve niet nodig.