Spring naar inhoud

Adviesrol van de rvc

Samenvatting

Wenselijke situatie
Het basisprofiel vindt het (zeer) wenselijk dat de rvc gevraagd en ongevraagd advies geeft. Verder ook dat de rvb in het algemeen buiten de rvc-vergadering om advies vraagt aan de rvc en aan de individuele leden van de rvc (inclusief de respondent zelf). De mate van wenselijkheid van het basisprofiel wordt breed gedeeld onder de andere benchmarks. Bij zes van de zeven stellingen scoort minimaal de helft van de benchmarks een 4.0 of hoger scoort. Bovenaan staat, evenals bij het basisprofiel, dat de rvc gevraagd advies geeft. Alle benchmarks zijn het daar duidelijk of volstrekt mee eens dat dat wenselijk is. 86 procent van de benchmarks is van mening dat het (zeer) wenselijk is dat de rvc ook ongevraagd advies geeft. 75 procent van de benchmarks vindt het wenselijk dat de rvb een individueel rvc-lid (inclusief de respondent zelf) buiten de rvc-vergadering om advies vraagt.

53 procent van de benchmarks vindt het wenselijk dat de rvb in de rvc-vergadering om advies vraagt en 50 procent van de benchmarks dat de rvb buiten de rvc-vergadering om advies vraagt. Slechts 29 procent van de benchmarks vindt het wenselijk dat de individuele commissaris ongevraagd advies buiten de vergadering geeft.

Veranderwensen
Er zijn twee stellingen die er duidelijk bovenuit springen wat betreft gedeelde verbeterwensen. Dat is dat de rvb vaker in en buiten de rvc-vergadering om advies moet vragen. Dertien benchmarks hebben die mening. Als derde punt mag de rvb volgens tien benchmarks ook vaker individuele rvc-leden buiten de rvc-vergadering om advies vragen.

De enige stelling met geen veranderwensen is dat de rvc gevraagd advies geeft. Ook bij de stellingen ‘de rvc geeft ongevraagd advies’ en ‘ik / de individuele commissaris geef ongevraagd advies buiten de vergadering’ zien we met telkens één benchmark weinig verbeterwensen.

Huidige situatie
Het basisprofiel is het duidelijk mee eens dat de rvc gevraagd en de rvc ongevraagd advies geeft. Ze is het min of meer mee eens dat de rvb de respondent zelf buiten de rvc-vergadering om advies vraagt, dat de rvb een individueel rvc-lid buiten de rvc-vergadering om advies vraagt en dat de individuele commissaris ongevraagd advies buiten de vergadering geeft.
De stelling ‘de rvb vraagt buiten de rvc-vergadering om advies’ vinden we in de klasse neigt naar instemming (3.2 ≤ score < 3.5) en de stelling ‘de rvb vraagt in de rvc-vergadering om advies’ zelfs nog een klasse lager, in deels oneens/deels eens.

In de huidige situatie is bij slechts twee van de zeven stellingen meer dan de helft van de benchmarks het minimaal duidelijk eens. Dat zijn de volgende twee:

  • de rvc geeft gevraagd advies (92 procent van de benchmarks)
  • de rvc geeft ongevraagd advies (71 procent van de benchmarks)

Onderzoeksvraag

Aan de respondenten zijn zeven stellingen voorgelegd met betrekking tot de adviesrol. We hebben deze stellingen niet eerder voorgelegd en hebben daarom geen vergelijkingsmateriaal uit eerdere jaren. 

Gebruikt is de 5-puntsschaal met: 1 = volstrekt oneens, 2 = oneens, 3 = deels oneens/deels eens, 4 = eens en 5 = volstrekt mee eens.

4.1 Wenselijke situatie

.

Basisprofiel: vijf stellingen zeer gewenst

Gewenste situatie basisprofiel

Bij het basisprofiel krijgen twee van de zeven stellingen de hoogste mate van instemming, volstrekt eens (score ≥ 4.5). Het gaat hierbij om het geven van gevraagd en ongevraagd advies door de rvc. Drie stellingen vallen in de klasse duidelijk mee eens (4.0 ≤ score < 4.5). Het gaat er hierbij om ‘de rvb vraagt een individueel rvc-lid buiten de rvc-vergadering om advies’, ‘de rvb vraagt mij buiten de rvc-vergadering om advies’ en ‘de rvb vraagt buiten de rvc-vergadering om advies’.

Het basisprofiel is het min of meer mee eens dat de rvb in de rvc-vergadering om advies vraagt en dat de individuele commissaris ongevraagd advies buiten de vergadering geeft.

Draagvlak: hoe breed delen de benchmarks de wenselijkheid?

Overall valt 66 procent van de onderwerpen in de klasse duidelijk mee eens of hoger

De mate van wenselijkheid van het basisprofiel wordt breed gedeeld onder de andere benchmarks. Bij zes van de zeven stellingen scoort minimaal de helft van de benchmarks een 4.0 of hoger. Bovenaan staat, net als bij het basisprofiel, dat de rvc gevraagd advies geeft. Alle benchmarks zijn het daar duidelijk of volstrekt mee eens dat dat wenselijk is. 86 procent van de benchmarks is van mening dat het (zeer) wenselijk is dat de rvc ook ongevraagd advies geeft. 75 procent van de benchmarks vindt het wenselijk dat de rvb in het algemeen een individueel rvc-lid buiten de rvc-vergadering om advies vraagt en dat ook bij de respondent doet.

 

53 procent van de benchmarks vindt het wenselijk dat de rvb in de rvc-vergadering om advies vraagt en 50 procent van de benchmarks dat de rvb buiten de rvc-vergadering om advies vraagt.

Slechts 29 procent van de benchmarks vindt het wenselijk dat de individuele commissaris ongevraagd advies buiten de vergadering geeft. Opvallend is dat dit alleen bij de persoonlijke commissaris benchmarks voorkomt en wel bij VZ, AC, Jong en Merv.

Andere benchmarks vergeleken met het basisprofiel

Overall afwijkingspercentage hoog bij non-profitsector

Overall is het afwijkingspercentage substantieel bij de bedrijfsbenchmarks (45 procent). Dat komt voornamelijk vanuit de non-profitsector met 53 procent. Voor de profitsector is het percentage met 36 procent veel lager. Het overall afwijkingspercentage bij de persoonsgebonden benchmarks is met 27 procent nog lager.

.

Grote overeenstemming met basisprofiel

Bedrijfsbenchmarks

Bij de profitsector is sprake van een grote mate van overeenstemming met het basisprofiel. Alleen MKB wijkt twee keer materieel af. Er is minder instemming als het gaat om het als rvc ongevraagd advies geven en als het gaat om het als rvb buiten de rvc-vergadering een individueel rvc-lid om advies vragen.

ONP en Corp twee keer lagere instemming

In de non-profitsector1 zien we meer materiële afwijkingen van het basisprofiel. ONP en Corp wijken twee keer af en Zorg één keer. ONP heeft een lagere instemming bij de stelling ‘de rvb vraagt individueel rvc-lid/ en de respondent buiten de rvc-vergadering om advies’. Corp is wat minder instemmend met het ongevraagd advies geven door de rvc. Corp en Zorg hebben een lagere instemming bij het als individuele commissaris ongevraagd advies geven buiten de vergadering. Bapr is het daar min of meer mee eens, Corp neigt naar instemming en Zorg zit aan de onderkant van de deels oneens/deels eens klasse.

1 OW heeft te weinig waarnemingen bij dit onderdeel.

.

Grote mate van instemming met basisprofiel

Persoonsgebonden benchmarks

Bij de persoonsgebonden benchmarks bij de commissarissen zien we ook weinig materiële afwijkingen: VZ, VR, Merv twee keer, Remu één keer en AC, Jong en rvbEL niet. VZ is het duidelijk eens met de stellingen dat de ‘rvb vraagt in de rvc-vergadering om advies’ en ‘ik/de individuele commissaris geef ongevraagd advies buiten de vergadering’. Het basisprofiel is het daar min of meer mee eens. VR zit bij de stellingen ‘de rvb vraagt mij buiten de rvc-vergadering om advies’ en ‘ik/de individuele commissaris geef ongevraagd advies buiten de vergadering’ een klasse lager qua instemming dan het basisprofiel. VR en Remu neigen slechts naar instemming bij die laatste. Merv is het min of meer mee eens dat de rvb buiten de rvc-vergadering om advies vraagt en dat de rvb een individueel rvc-lid buiten de rvc-vergadering om advies vraagt.

Bij de niet-commissarissen treffen we geen materiële afwijkingen aan.

4.2 Veranderwensen en huidige situatie

.

Twee urgente verbeterwensen

Basisprofiel

Het basisprofiel heeft bij drie stellingen een verbeterwens. Urgent is dat de rvb vaker in en buiten de rvc-vergadering om advies gaat vragen. Een forse verbeterwens is er bij de stelling dat de rvb een individueel rvc-lid buiten de rvc-vergadering om advies vraagt.

.

Gemiddeld overall veranderpercentage

Andere benchmarks

Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met 44 procent gemiddeld. De scores van die veranderingen liggen in de wenselijke situatie allemaal boven de 3.2. Dat betekent dat alle veranderwensen ook verbeterwensen zijn. Voor de bedrijfsbenchmarks in totaal is het percentage 45 procent. De profitsector en de non-profitsector ontlopen elkaar weinig (48 procent om 41 procent).

Voor de persoonsgebonden benchmarks is het overall veranderpercentage 43 procent.

.

Bij drie stellingen alle drie verbeterwensen

Bedrijfsbenchmarks

In de profitsector delen GB en MKB de drie verbeterwensen van het basisprofiel zij het dat alleen MKB ook de urgentie voelt bij de stelling ‘rvb vraagt buiten de rvc-vergadering om advies’. De andere verbeterwensen zijn forse verbeterwensen. MKB heeft daarnaast nog een verbeterwens bij het ongevraagd advies geven als rvc.

Veel dezelfde verbeterwensen als bij profitbenchmarks

Bij de benchmarks in de non-profitsector zien we dat Corp en ONP de drie verbeterwensen met het basisprofiel delen, zij het dat het forse verbeterwensen zijn en geen urgente verbeterwensen. Zorg heeft alleen bij de stelling ‘de rvb vraagt buiten de rvc-vergadering om advies’ een forse verbeterwens.

.

Vooral Merv, VR en rvbEL veel verbeterwensen

Persoonsgebonden benchmarks

Bij de commissarissen zijn de koplopers Merv met vijf en VR en rvbEL met elk vier verbeterwensen. Remu en Jong hebben er drie, AC twee en VZ één. Op VZ na hebben ze allemaal een (urgente) verbeterwens voor een rvb die vaker om advies in en buiten de rvc-vergadering vraagt. Remu, Jong, VR, Merv en rvbEL hebben ook nog een forse verbeterwens bij de stelling ‘de rvb vraagt individueel rvc-lid buiten de rvc-vergadering om advies’. VR, Merv en rvbEL zouden graag zien dat de rvb hun vaker buiten de rvc-vergadering om advies vraagt.

DIR twee forse verbeterwensen

Bij de niet-commissarissen zien we dat DIR zelf ook aangeeft dat zij vaker in en buiten de rvc-vergadering om advies zou moeten vragen.

.

Rvb moet vaker advies vragen in en buiten rvc- vergadering

Gedeelde veranderwensen

Er zijn twee stellingen die er duidelijk bovenuit springen wat betreft gedeelde verbeterwensen. Dat is dat de rvb vaker in en buiten de rvc-vergadering om advies moet vragen. Dertien benchmarks zijn die mening toegedaan. Ook mag de rvb volgens tien benchmarks vaker individuele rvc-leden buiten de rvc-vergadering om advies vragen.

De enige stelling met geen veranderwensen is dat de rvc gevraagd advies geeft. Ook bij de stellingen ‘de rvc geeft ongevraagd advies’ en ‘ik/de individuele commissaris geef ongevraagd advies buiten de vergadering’ zien we met telkens één benchmark weinig verbeterwensen.

Huidige situatie

Rvc geeft gevraagd en ongevraagd advies

Bij het basisprofiel vallen twee stellingen in de klasse duidelijk mee eens qua instemming. Dat betreft stellingen dat de rvc gevraagd en ongevraagd advies geeft. Drie stellingen vallen in de klasse min of meer mee eens: de rvb vraagt mij en het individuele rvc-lid buiten de rvc-vergadering om advies en ik/de individuele commissaris geef ongevraagd advies buiten de vergadering.

De stelling ‘de rvb vraagt buiten de rvc-vergadering om advies’ vinden we in de klasse neigt naar instemming (3.2 ≤ score < 3.5) en de stelling ‘de rvb vraagt in de rvc-vergadering om advies’ zelfs nog een klasse lager, in deels oneens/deels eens.

In de huidige situatie is bij slechts twee van de zeven stellingen meer dan de helft van de benchmarks het minimaal duidelijk eens. Dat betreft de volgende twee:

  • de rvc geeft gevraagd advies (92 procent van de benchmarks)
  • de rvc geeft ongevraagd advies (71 procent van de benchmarks)

In totaal 31 procent van de opties score ≥ 4.0

In totaal heeft 31 procent van de opties een score 4.0. In de wenselijke situatie is dat 66 procent. Wanneer we de grens bij een score van 3.5 leggen, scoort in de huidige situatie 64 procent boven die grens tegen 96 procent in de wenselijke situatie.

Lagere scores dan 2.8 (oneens tot en met volstrekt oneens) komen slechts twee keer voor. Dat gaat om Zorg die aangeeft dat de individuele commissaris geen ongevraagd advies buiten de vergadering geeft en Jong die aangeeft dat de rvb niet in de rvc-vergadering om advies vraagt.

 

Niet verbazingwekkend is dat bij de stelling ‘de rvb vraagt buiten de rvc-vergadering om advies’ de hoogste scores zijn te vinden bij VZ en DIR. Verder zien we de grootste onderlinge verschillen bij de stelling ‘ik /de individuele commissaris geef ongevraagd advies buiten de vergadering’. MKB is het hier onder andere min of meer mee eens, terwijl Corp dit betwijfelt en Zorg dit afwijst. Bij de persoonsgebonden benchmarks zien we dat VZ het daar duidelijk mee eens is, AC, Jong, Merv min of meer mee eens, neigen Remu en rvbEL naar instemming en is VR het deels oneens/deels eens.
Opmerkelijk is dat bij de stelling ‘de rvb vraagt mij buiten de rvc-vergadering om advies’ we in de wenselijke situatie de laagste score bij VR vinden. Die neigt slechts nipt naar instemming.

4.3 Enige bespiegelingen/vragen/kanttekeningen

Voelt commissaris zich onvoldoende geraadpleegd? Te veel voor voldongen feiten gesteld? Gepasseerd?

Er zijn namelijk twee stellingen die er duidelijk bovenuit springen wat betreft gedeelde verbeterwensen. Dat is dat de rvb vaker in en buiten de rvc-vergadering om advies moet vragen. Dertien benchmarks (inclusief rvb/directie) hebben die mening, waarbij dat voor onder andere het beursgenoteerde bedrijf zelfs een urgente verbeterwens is. De instemming in de huidige situatie is verder ook opmerkelijk laag bij alle benchmarks. Niemand is het duidelijk eens dat de rvb om advies in en buiten de rvc-vergadering vraagt. De meeste benchmarks neigen naar instemming of zijn het slechts min of meer mee eens.
Een directe verklaring voor deze lage scores en verbeterwensen hebben we niet. Misschien is er ook sprake van een zeker ongemak/terughoudendheid. Bij de rvb speelt wellicht mee dat deze zich afvraagt of je met bepaalde zorgen/twijfels als rvb de rvc hiermee lastig kunt/mag/moet vallen? En bij de rvc speelt misschien mee: loop ik niet het risico dat ik op de stoel ga zitten van de rvb? Het kan ook zijn dat we de resultaten moeten interpreteren als een signaal van commissarissen dat de rvb de kennis en ervaring van de rvc onvoldoende benut. Of krijgt de rvc te veel voldongen feiten onder ogen waarna een advies van de rvc als mosterd na de maaltijd voelt? En is daarmee het informatieproces niet op orde en wordt de rvc te laat betrokken?
Wij vragen ons af of zowel rvc als rvb wel vaak genoeg met elkaar hun dilemma’s met betrekking tot bijvoorbeeld de invulling van de adviesfunctie delen in een open gesprek. Dat kan drempelverlagend werken om een meer open houding te krijgen ten aanzien van enerzijds beroep te doen op advies en anderzijds om ongevraagd advies te geven.

Ziet de jongere commissaris een lacune in de governance verhoudingen bij de adviesfunctie?

In het verlengde van de bovenstaande bespiegeling valt het op dat, als we naar de rol en achtergrond van de commissaris kijken, we de ‘hoogste’ instemming in de huidige situatie vinden bij de voorzitter van de rvc. Met slechts één verbeterwens is deze überhaupt het meest tevreden over de adviesrol. Dat is natuurlijk relatief want ook de voorzitter is het slechts min of meer mee eens dat de rvb in en buiten de rvc-vergadering om advies vraagt. Datzelfde geldt voor de benchmark die op de tweede plek te vinden is qua instemming. Dat is de commissaris die tevens lid is van de auditcommissie. En daarmee lijkt zich een bepaald beeld af te tekenen. Een voorzitter die op basis van zijn rol meestal al meer contact heeft met de rvb dan zijn collega-commissarissen en een rvc-agenda die veelal gevuld is met financieel en risicogerelateerde onderwerpen waardoor een rvb vanzelf uitkomt bij de commissaris die tevens lid is van de auditcommissie. Bovendien is de voorzitter van de auditcommissie ook degene die doorgaans, relatief vaak, contact heeft met de CFO en dat ook buiten de vergadering. De andere persoonsgebonden benchmarks laten een (veel) lagere instemming zien met als ‘dieptepunt’ de jongere commissaris die het oneens is met de stellingen dat de rvb in de rvc-vergadering om advies vraagt en dat de rvb buiten de rvc-vergadering om advies vraagt. De commissaris die tevens lid is van de remuneratiecommissie scoort overigens maar nauwelijks beter.
Opvallend is dat de lage instemming van de jonge commissaris bij het raadplegen door de rvb van de rvc in en buiten de vergadering geen betrekking heeft op zijn/haar individuele rol. In beide gevallen ‘zelf geraadpleegd worden buiten de vergadering’ en zelf buiten de vergadering ongevraagd advies geven’ scoort de jonge commissaris relatief hoog. Is dit wellicht een indicatie dat de jonge commissaris van mening is dat de accenten van de invulling van de adviesfunctie meer gericht moet zijn op de hele rvc dan op de individuele commissaris? De vraag is wel of dat dan effectiever is dan de individuele invulling, die ook vanuit oogpunt om gevoel te krijgen/houden bij de kwaliteit van het management uitermate belangrijk is.

Mag een commissaris ongevraagd advies geven buiten de rvc-vergadering?

Dat een voorzitter van de rvc de telefoon opneemt om de voorzitter van de rvb te bellen, dat lijkt logisch. Ook een lid van de auditcommissie die de cfo uit zichzelf opbelt zien we wel gebeuren. En dan ook nog advies geven, maar de andere commissarissen? Als commissaris ongevraagd advies geven buiten de rvc-vergadering levert in dit hoofdstuk de grootste onderlinge verschillen op, zowel in de huidige als in de wenselijke situatie.
De voorzitter, de commissaris die lid is van de auditcommissie, de jongere commissaris en de minder ervaren commissaris vinden het als respondent wenselijk om ongevraagd advies te geven, de commissaris die lid is van de remuneratiecommissie en de vrouwelijke commissaris neigen slechts naar instemming.
De vrouwelijke commissaris is op dit moment ook het minst genegen om uit zichzelf ongevraagd advies te geven. Gecombineerd met het onlangs gepresenteerde onderzoek van Spencer Stuart waarin men stelde dat het aantal vrouwen in rvc’s weliswaar was toegenomen, maar niet op de ‘machtige’ posities van voorzitter rvc en voorzitter auditcommissie doet ons afvragen of de houding van de vrouwelijke commissaris ook op dit aspect, ongevraagd advies buiten de rvc-vergadering, die machtskloof tussen mannen en vrouwen in stand houdt/vergroot?

Is advies geven buiten de rvc-vergadering alleen voorbehouden aan voorzitter en auditcommissie? Betekent het woord advies voor iedereen hetzelfde? Mag een commissaris ongevraagd advies geven buiten de rvc-vergadering? Het antwoord op deze laatste vraag is volmondig ja! Wel is daarbij van belang in hoeverre de betrokken commissaris dit terugkoppelt naar de collega rvc-leden. Overigens zijn hier allerlei valkuilen en ongewenste situaties te bedenken. Dat gaan wij hier niet doen.

Heeft voorzitter van de rvc wel voldoende oog voor bijdragen andere rvc-leden aan invulling adviesfunctie?

Historisch gezien is de voorzitter van de rvc in onze onderzoeken een van de benchmarks met de minste verbeterwensen. Dat is bij dit onderdeel van het onderzoek ook weer het geval. Dat de voorzitter bij uitstek de persoon is die in die rol een belangrijk aandeel levert bij de invulling van de adviesfunctie is evident. Maar loopt de voorzitter niet het risico dat deze in dit opzicht een te dominante rol vervult en dat hij/zij onvoldoende oog heeft of de collega-commissarissen op dit gebied ook voldoende aan hun trekken(kunnen) komen? Stimuleert de voorzitter wel voldoende dat aan de ene kant de rvb naar de andere commissarissen toegaat en aan de andere kant dat de collega-commissarissen best meer initiatief mogen tonen om via de invulling van de adviesfunctie hun toegevoegde waarde te leveren? Wat dat betreft is het opvallend dat zowel commissarissen, als ook de rvb-leden, aangeven dat de rvb meer om advies moet vragen in en buiten de vergadering. Procesmatig lijkt het ons op het bordje van de voorzitter te liggen om deze verbeterwens op te pakken en te implementeren.

.