Spring naar inhoud

Gezondheid rvc en rvb en waardering voor rvc(-lid)

Samenvatting

Wenselijke situatie
Geen van de benchmarks, inclusief het basisprofiel, wil zich zorgen maken over de fysieke of mentale gesteldheid van de rvc of van de rvb.

Alle benchmarks, inclusief het basisprofiel, vinden het (zeer) wenselijk dat de commissaris zich gewaardeerd voelt door de rvc en door de rvb. Ook vindt men het (zeer) wenselijk dat de rvc zich gewaardeerd voelt door de rvb.

Veranderwensen
Het basisprofiel heeft bij alle vier de stellingen, over de fysieke en mentale gesteldheid van de rvc en rvb, bespreekbare punten. Dat geldt ook voor veel van de andere benchmarks.

Bij de bedrijfsbenchmarks zien we dat de rvc bij GB wel meer waardering wil voelen door de rvb en dat dat ook geldt voor de individuele commissaris bij OW. Bij de persoonsgebonden benchmarks zien we dat zowel Jong als rvbEL vinden dat de rvc wel wat meer waardering mag krijgen van de rvb.

Huidige situatie
Geen van de benchmarks, inclusief het basisprofiel, maakt zich zorgen over de fysieke en mentale gesteldheid van de rvc of van de rvb.

Het basisprofiel ontvangt voldoende waardering, als individu en als rvc van de rvb en ook van de collega’s in de rvc. Dat geldt ook voor het grootste deel van de benchmarks. Zorg is het bij alle drie de stellingen ‘slechts’ min of meer mee eens. OW neigt slechts naar instemming als het gaat over de waardering die hij of zij als individu voelt van de rvb.

Onderzoeksvraag

Aan de respondenten zijn vier stellingen over de fysieke en mentale gesteldheid van de rvc en rvb voorgelegd. Daarnaast is gevraagd naar de waardering die men voelt. Dit is de eerste keer dat we deze stellingen voorleggen. We hebben daarom geen vergelijkingsmateriaal uit eerdere jaren.
Gebruikt is de 5-puntsschaal met: 1 = volstrekt oneens, 2 = oneens, 3 = deels oneens/deels eens, 4 = eens en 5 = volstrekt mee eens.

9.1 Wenselijke situatie

.

Basisprofiel: alle vier (zeer) ongewenst

Gewenste situatie basisprofiel

Bij het basisprofiel zitten de vier stellingen over de fysieke en mentale gesteldheid van de rvc en van de rvb in de klasse met de laagste mate van instemming, volstrekt oneens (score ≥ 2.5).

Basisprofiel: waardering gewenst

Bij de stellingen over de waardering zien we het tegenovergestelde. Het is wenselijk dat de respondent zich zelf gewaardeerd voelt door de rvb en door de (collega’s in de) rvc. Dat de rvc zich gewaardeerd voelt door de rvb is ook wenselijk.

Draagvlak: hoe breed delen de benchmarks de wenselijkheid?

Grote mate van overeenstemming onder de benchmarks

Alle benchmarks vinden het, niet verbazingwekkend, niet wenselijk dat ze zich zorgen moeten gaan maken om de fysieke en mentale gesteldheid van de rvc of de rvb.

Ook over de waardering als individu en als rvc geldt dat alle benchmarks het daar duidelijk of volstrekt mee eens zijn.

9.2 Veranderwensen en huidige situatie

.

Vier bespreekbare punten

Basisprofiel

Het basisprofiel heeft bij alle vier de stellingen, over de fysieke en mentale gesteldheid van de rvc en rvb, veranderwensen. Dat zijn, gezien de scores in de wenselijke situatie, alle vier bespreekbare punten.

Geen veranderwens qua waardering

Het basisprofiel heeft geen veranderwensen als het gaat over de waardering.

.

Grote mate van overeenstemming

Andere benchmarks

We zien in de tabel hierboven dat het gros van de benchmarks veranderwensen heeft. Net als bij het basisprofiel gaat het daarbij nagenoeg volledig om de stellingen over het zich zorgen maken over de fysieke en mentale gezondheid. Men doet dat niet en wil het eigenlijk ook niet doen, hoewel het afwijzend accent iets minder uitgesproken is.

Als het gaat over de waardering speelt een ander verhaal. De scores in de wenselijke situatie zitten allemaal in de categorie duidelijk mee eens of hoger. Dat betekent dat de vier veranderwensen verbeterwensen zijn en dat we daar serieus naar moeten kijken. Bij de bedrijfsbenchmarks zien we dat de rvc bij GB wel meer waardering zou willen voelen door de rvb en dat dat ook geldt voor de individuele commissaris bij OW. Bij de persoonsgebonden benchmarks zien we dat zowel Jong als rvbEL vinden dat de rvc wel wat meer waardering mag krijgen van de rvb.

Huidige situatie

Geen zorgen over fysieke en mentale gesteldheid

Het basisprofiel maakt zich op dit moment geen zorgen over de fysieke of mentale gesteldheid van de rvc of van de rvb.

Voldoende waardering

Het basisprofiel is van mening dat ze voldoende waardering van de rvb krijgt, als individu en als rvc als geheel en ook van de collega’s in de rvc.

.

Ook geen zorgen bij andere benchmarks

Andere benchmarks

Andere benchmarks volgen in grote lijn de opvattingen van het basisprofiel. Geen van de benchmarks maakt zich zorgen over de fysieke en mentale gesteldheid van de rvc of van de rvb.

Zorg ‘slechts’ min of meer mee eens met waardering

Als het gaat om de waardering zien we wel wat opvallende verschillen. Bij de profitbenchmarks zien we dat GB een keer onder de 4.0 duikt. Deze benchmark is het er slechts min of meer mee eens dat de rvc zich voldoende gewaardeerd voelt door de rvb. Bij de non-profitbenchmarks zien we dat de benchmark Zorg en welzijn het bij alle drie de stellingen min of meer mee eens is. ONP sluit aan als het gaat over de waardering door de rvb. OW neigt slechts naar instemming als het gaat over de waardering die hij of zij als individu voelt van de rvb.

Bij de persoonsgebonden benchmarks zien we bij Remu, Jong en rvbEL dat zij het slechts min of meer mee eens zijn dat de rvc zich voldoende gewaardeerd voelt door de rvb.

9.3 Enige bespiegelingen/vragen/kanttekeningen

Te weinig erkenning voor rvc in onderwijs?

Gezien de beperkte omvang van de benchmark onderwijs moeten we wat voorzichtig zijn met uitspraken daarover. Toch valt het op dat deze benchmark als enige bedrijfsbenchmark onder de klasse ‘min of meer mee eens’ duikt als het gaat over de waardering die de individuele respondent voelt van de rvb. En als we met een schuin oog kijken, want net te weinig waarnemingen, naar de stelling over de waardering door de rvb van de rvc zien we daar min of meer hetzelfde. Ook daar scoort de benchmark het laagst van de bedrijfsbenchmarks. Dat roept de vraag op: waarom voelt de rvc zich minder gewaardeerd door de rvb dan de rvc in andere sectoren? Is de (machts)balans in het onderwijs wat meer in het voordeel van de rvb doorgeslagen? En geeft de rvb het signaal af het ook prima zonder een rvc te kunnen? En is het daarmee een stukje ontbreken van erkenning van het werk dat een rvc doet voor de organisatie?
Mogelijke andere verklaringen zijn: het niveau van de rvc bij de betrokken instellingen is lager dan gewenst, ook kan het zijn dat de leden van de rvb nog onvoldoende weten wat zij van een rvc kunnen/mogen verwachten. Uiteraard kan het ook een combinatie van deze en andere factoren zijn. Misschien kan een ‘indringend’ gesprek tussen rvb en rvc over governance verhoudingen de lucht wat op doen klaren.

Wordt er wel expliciet en regelmatig naar waardering rvc- en rvb-leden gevraagd?

Naar aanleiding van de scores over de waardering van de rvc en de afzonderlijke leden vragen wij ons af of in de jaarlijkse(zelf-)evaluatie van de rvc in het kader van bijvoorbeeld een 360-gradenbenadering wel expliciet een oordeel wordt gevraagd over het functioneren van rvc, rvb en de individuele leden van deze beide gremia. We weten dat zeker daar, waar het de individuele poppetjes betreft, vaak sprake is van een zekere terughoudendheid om dat te doen. Dit getuigt naar ons idee niet van professionaliteit. Het gaat ons niet om het creëren van een afrekencultuur, maar een open gedachtewisseling om te zien waar iemand zich kan verbeteren en zijn/haar toegevoegde waarde voor de organisatie kan verhogen en blijven leveren. In dat verband is het misschien te overwegen om de waardering niet als een totaalcijfer te geven, maar te verbijzonderen naar de bijdragen met betrekking tot de individuele taken van een rvc: werkgeversrol, adviesrol, ambassadeursrol en toezichtsrol. Ons advies is om zo’n meting periodiek te doen.

Durft men fysieke en mentale gesteldheid rvc en rvb wel aan de orde te stellen?

We zien ontzettend veel kleuren in de tabel met veranderwensen over zorgen maken over de fysieke en mentale gesteldheid van zowel de rvc als de rvb. Normaal gesproken zouden we die als het slechts enkele benchmarks betrof negeren. De scores in zowel de huidige als wenselijke situatie zijn immers zeer laag. Nu we echter een heel kleurenpalet zien, vinden we het toch de moeite waard om wat overdenkingen te delen. Mede op basis van de interviews en antwoorden op de open vraag ‘waar ligt u wakker van met betrekking tot de organisatie’. In zowel de interviews als bij de antwoorden zien we soms zorgen over de rvb terugkeren. In een wereld die door veel respondenten als volatieler en complexer wordt gekenschetst, hoorden we tijdens de interviews zorgen over de rvb: trekt de ceo het nog, valt hij of zij niet om? Tegenwoordig wordt over dit soort zaken nog wel gesproken, zeker als het de werkzaamheden betreft. Het wordt soms wat moeilijker als het gaat over privézaken. En wat te doen als je merkt dat de oudere rvc-collega minder scherp lijkt te zien dan voorheen of dat de rvb-voorzitter opeens wel heel veel rookt?

Is een jaarlijkse assessment van leden rvc en rvb niet de moeite waard?

In het verleden hebben wij wel eens gevraagd: is het niet zinvol als commissarissen en rvb-leden jaarlijks een verplichte coopertest1 zouden doen. Hoe haalden we het in ons hoofd om een dergelijke domme vraag te stellen. Dat is een privézaak. O, ja? Is het niet zo dat voor sommige functies andere spelregels gelden dan voor de gemiddelde burger? En zouden dan in ieder geval rvb-leden en commissarissen daar dan niet juist onder vallen, gezien hun veronderstelde belang voor hun organisatie?Menig burger laat zich tegenwoordig op het gebied van gezondheid geregeld onderzoeken. Diverse bedrijven hebben dergelijke onderzoeken als secundaire arbeidsvoorwaarde opgenomen. Is het dan niet goed dat ook de top van het bedrijf laat zien daaraan deel te nemen om het belang ervan te onderstrepen? Een assessment gaat verder dan een gezondheidscheck, maar wat zijn de opportunity costs van het te laat ontdekken dat iemand niet meer(helemaal) geschikt lijkt te zijn om de volgende fase van het bedrijf ook mee te maken? Is het niet in het belang van bedrijf en persoon om een signaal te krijgen dat de houdbaarheidsdatum wellicht in zicht komt?

1 Een coopertest is een oefening waarbij de conditie van een deelnemer wordt gemeten. De bekendste vorm daarvan is die waarin een hardloper in twaalf minuten een zo groot mogelijke afstand aflegt (aldus Wikipedia).

Enige ervaringen op basis van interviews

Duidelijk is dat de respondenten zich geen zorgen willen moeten maken. Maar wat als er wel reden voor is? Dit blijkt in de praktijk voor te komen. Dan ligt het vaak op het bordje van de voorzitter van de rvc om hierover al dan niet bilateraal het gesprek aan te gaan met de betrokken persoon.Vervolgens moet dit dan in de voltallige rvc verder qua besluitvorming afgehandeld worden. Op grond van de tijdens de interviews gevoerde discussies bleek dat een gestructureerde aanpak, waarbij de gezondheid van rvb-leden en/of rvc-leden expliciet en periodiek op de agenda van de rvc staat, bepaald geen gemeengoed is. Diverse respondenten vonden dit toch wel een lacune en besloten dit eens binnen hun rvc te bespreken hoe daarmee om te gaan. Bij commissarissen bleek het meest voorkomend moment om dit onderwerp te bespreken de voorvergadering van de rvc te zijn, waar de rvb niet bij aanwezig was. Overigens was de teneur wel dat dit dan meer de rvb dan de rvc betreft.

Gezondheid’ rvb en ook rvc moet meer gestructureerd op de agenda komen.

.