Spring naar inhoud

Technische competenties rvc

Samenvatting

Wenselijke situatie
Bij vijf van de negentien competenties/eigenschappen zijn alle benchmarks het duidelijk of volstrekt eens dat deze in de rvc aanwezig moeten zijn. Het gaat hierbij om competenties op het gebied van bestuur, veranderingsprocessen, risicomanagement, financiën en een maatschappelijke antenne.
Bij nog eens elf andere competenties scoort minimaal de helft van de benchmarks een 4.0 of hoger.
Alleen bij internationaal netwerk (40 procent), marketing (20 procent) en politiek-bestuurlijk (13 procent) zien we geen meerderheid van de benchmark die dat duidelijk wenselijk vindt.

Veranderwensen
Bij zeven van de negentien stellingen hebben minstens tien benchmarks een veranderwens. Koploper is duurzaamheid waar vijftien benchmarks een verbeterwens hebben, op de voet gevolgd door innovatie, digitalisering en technologie. Daar hebben telkens veertien benchmarks een veranderwens. Ook bij internationaal netwerk (12), ICT (11) en HR (10) hebben veel benchmarks een veranderwens.
De enige competentie met weinig veranderwensen (0) is financiën. Ook bestuurlijk met slechts één benchmark, marketing met twee benchmarks en met elk drie benchmarks bij managen operationele werkzaamheden, sector-/branche, juridisch domein, politiek-bestuur en netwerk in Nederland laten een zeer bescheiden aantal verbeterwensen zien.

Huidige situatie
In de huidige situatie zijn bij twee competenties alle benchmarks van mening dat die aanwezig zijn in hun rvc: heel klassiek, bestuur en financiën. Daarnaast zijn er vier competenties waar meer dan de helft van de benchmarks het minimaal duidelijk eens is: risicomanagement waar 75 procent van de benchmarks het duidelijk eens is, managen operationele werkzaamheden en internationaal werken geeft 60 procent van de benchmarks aan dat dat voldoende aanwezig is in de rvc en maatschappelijke antenne is bij 53 procent van de benchmarks voldoende aanwezig.

Onderzoeksvraag

We hebben aan de respondenten gevraagd of negentien competenties aanwezig zijn in de rvc en wat wenselijk is. We hebben deze stellingen in eerdere jaren al vaker voorgelegd en kunnen daarom ook een vergelijking in de tijd maken. We hebben gekozen voor de jaren 2021 en 2018.

Gebruikt is de 5-puntsschaal met: 1 = volstrekt oneens, 2 = oneens, 3 = deels oneens/deels eens, 4 = eens en 5 = volstrekt mee eens.

2.1 Wenselijke situatie

.

Gewenste situatie basisprofiel

Bij het basisprofiel vallen nagenoeg alle competenties in de klassen volledig mee eens (score ≥ 4.5) of duidelijk mee eens (4 ≤ score < 4.5). Alleen de competenties op het gebied van marketing en politiek-bestuur vallen een klasse lager in ‘min of meer mee eens’ (3.5 ≤ score < 4.0).

Draagvlak: hoe breed delen de benchmarks de wenselijkheid?

Overall valt 73 procent van de onderwerpen in de klasse duidelijk mee eens of hoger

De mate van wenselijkheid van het basisprofiel wordt breed gedeeld onder de andere benchmarks. Bij vijf competenties zijn alle benchmarks het duidelijk of volstrekt eens dat deze in de rvc aanwezig moeten zijn. Het gaat hierbij om competenties op het gebied van bestuur, veranderingsprocessen, risicomanagement, financiën en een maatschappelijke antenne.
Bij nog eens elf andere competenties scoort minimaal de helft van de benchmarks een 4.0 of hoger.

Alleen bij internationaal netwerk (40 procent), marketing (20 procent) en politiek-bestuurlijk (13 procent) zien we geen meerderheid van de benchmarks die dat duidelijk wenselijk vindt.

Andere benchmarks vergeleken met het basisprofiel

Overall afwijkingspercentage hoog bij non-profitsector

Overall is het afwijkingspercentage substantieel bij de bedrijfsbenchmarks (57 procent). Dat komt voornamelijk vanuit de non-profitsector met 72 procent. Voor de profitsector is het percentage met 32 procent veel lager. Het overall afwijkingspercentage bij de persoonsgebonden benchmarks is 17 procent, waarbij de commissarissen benchmarks amper afwijken (5 procent) en de niet-commissarissen juist wat meer (58 procent).

.

Grote overeenstemming met basisprofiel

Bedrijfsbenchmarks

Bij de profitsector is sprake van een grote mate van overeenstemming met het basisprofiel. GB en MKB wijken beide drie keer materieel af. Beide hebben een (fors) lagere instemming voor de wenselijkheid van internationaal werken en voor een internationaal netwerk. GB heeft verder minder instemming bij competenties in het juridisch domein.
Opmerkelijk is dat MKB het min of meer mee eens is dat competenties op het gebied van ICT in de rvc aanwezig zijn. Bapr en GB zijn het daar duidelijk mee eens.

Non-profitsector veelal lagere instemming

In de non-profitsector1 zien we meer materiële afwijkingen van het basisprofiel. Zowel Corp, Zorg als ONP hebben minder instemming bij het managen van operationele werkzaamheden, bij internationale ervaring en netwerk, bij het juridisch domein, bij technologie en bij marketing. Opmerkelijk is verder de lagere instemming, slechts min of meer mee eens, bij Corp en Zorg voor de aanwezigheid van de competenties op het gebied van ICT en digitalisering. En bij Zorg verder voor duurzaamheid en innovatie. Bij Corp en ONP valt de lagere waardering voor de HR-competentie op. Een materieel hogere instemming zien we bij Zorg en ONP voor politiek-bestuur.

1 Als we uitgaan van acht waarnemingen komen ook OW en Cult in beeld. OW sluit aan bij de gemaakte opmerkingen over Corp, Zorg en ONP. Cult heeft een hogere instemming dan de andere non-profitbenchmarks bij het juridisch domein.

.

Nagenoeg complete instemming met basisprofiel

Persoonsgebonden benchmarks

Bij de persoonsgebonden benchmarks bij de commissarissen zien we nagenoeg geen materiële afwijkingen. Alleen Remu wijkt negatief af bij de aanwezigheid van een internationaal netwerk.

Niet-commissaris kritischer

Bij de niet-commissarissen treffen we daarentegen heel veel materiële afwijkingen aan. DIR heeft een lagere instemming bij: het managen van operationele werkzaamheden, internationaal werken en netwerk, sector-/branche-ervaring, innovatie, ICT, digitalisering, technologie, duurzaamheid, politiek-bestuur en netwerk in Nederland. IA heeft een lagere instemming dan het basisprofiel bij: managen operationele werkzaamheden, technologie, HR en netwerk in Nederland.

2.2 Veranderwensen en huidige situatie

.

Zes verbeterwensen

Basisprofiel

Bij het basisprofiel geldt dat bij zes van de negentien competenties sprake is van verbeterwensen. Urgent zijn die bij internationaal netwerk en bij duurzaamheid. Forse verbeterwensen zijn er verder bij: innovatie, digitalisering, technologie en HR.

.

Gemiddeld overall veranderpercentage

Andere benchmarks

Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met 44 procent gemiddeld. De scores van die veranderingen liggen in de wenselijke situatie niet allemaal boven de 3.2. Dat betekent dat een deel van de veranderwensen bespreekbare punten zijn. Voor de bedrijfsbenchmarks in totaal is het percentage 40 procent. De profitsector heeft een hoger veranderpercentage dan de non-profitsector (47 om 33 procent).

Voor de persoonsgebonden benchmarks is het overall veranderpercentage 47 procent, waarbij de commissarissen een lager veranderpercentage (44 procent) hebben dan de niet-commissarissen (58 procent).

.

GB elf en MKB tien veranderwensen

Bedrijfsbenchmarks

In de profitsector hebben GB en MKB veel meer veranderwensen dan het basisprofiel, respectievelijk elf en tien. Zowel GB als MKB hebben allebei geen veranderwensen voor competenties op het gebied van besturen, op het gebied sector-/branche, op het gebied van financiën, op het juridische domein, op marketinggebied, op politiek-bestuurlijk gebied en bij netwerk in Nederland. Bij alle andere opties hebben beide of één van beide veranderwensen. Waarbij er twee bij GB een urgent karakter hebben.

Zorg en ONP meeste veranderwensen met acht en zeven

Bij de benchmarks in de non-profitsector zien we wat minder veranderwensen. Zorg heeft er acht, ONP zeven en Corp vier.1 Voor Corp, Zorg en ONP zit er urgentie in de aanwezigheid van meer digitalisering in de rvc, voor ONP is dat ook bij duurzaamheid het geval. Overigens delen alle drie de verbeterwensen voor innovatie, ICT en duurzaamheid. Zorg en ONP delen nog de verbeterwensen voor technologie en HR. Verder zijn er enkele opvallende verbeterwensen. Zo geeft Zorg aan dat er wel wat minder politiek-bestuurlijke kennis in de rvc mag zitten en heeft bij de bedrijfsbenchmarks Cult als enige een veranderwens als het gaat over de sector/branche-kennis.

1 Als we benchmarks met acht waarnemingen meenemen dan zien we dat OW acht veranderwensen heeft.

.

Vooral Remu, rvbEL en Jong veel verbeterwensen

Persoonsgebonden benchmarks

Bij de commissarissen zien we drie duidelijke koplopers qua aantal verbeterwensen. Remu heeft er dertien, rvbEL twaalf en Jong elf. Merv heeft er negen, AC zes en VZ en VR vier. Veel veranderwensen worden gedeeld. Zo hebben alle commissarissen een verbeterwens bij: technologie, duurzaamheid en internationaal netwerk. Alle commissarissen op VZ na hebben een verbeterwens bij innovatie en alle commissarissen behalve VR een verbeterwens bij digitalisering. Remu, Jong en rvbEL delen twee verbeterwensen voor: netwerk in Nederland en maatschappelijke antenne. Verder opvallend zijn dat Merv en rvbEL als enigen vinden dat risicomanagement nog wel wat beter geborgd kan zijn en heeft Remu als enige een verbeterwens bij de aanwezigheid van competenties op het gebied van bestuur, marketing en politiek-bestuur.

Financiën en managen operationele werkzaamheden zijn volgens de commissarissen voldoende afgedekt in de rvc.

Opvallende verbeterwens DIR en IA

Bij de niet-commissarissen heeft IA dertien en DIR negen verbeterwensen.1 DIR heeft een urgente verbeterwens voor innovatie en voor technologie. IA heeft urgente verbeterwensen voor competenties op het gebied van digitalisering, duurzaamheid en politiek-bestuur.
Zeer opvallend is dat beide benchmarks aangeven dat competenties op het gebied van het managen van operationele werkzaamheden(lijnfunctie) wel iets minder kan.

Als we benchmarks met acht waarnemingen meenemen dan zien we dat Secr vijf verbeterwensen heeft, waarvan die voor ICT, digitalisering en technologie urgent zijn.

.

Zeer veel gedeelde veranderwensen

Gedeelde veranderwensen

Bij zeven van de negentien stellingen hebben minstens tien benchmarks een veranderwens. Koploper is duurzaamheid waar vijftien benchmarks een verbeterwens hebben, op de voet gevolgd door innovatie, digitalisering en technologie. Daar hebben telkens veertien benchmarks een veranderwens. Ook bij internationaal netwerk (12), ICT(11) en HR (10) hebben veel benchmarks een veranderwens.

De enige competentie met heel weinig veranderwensen (0) is financiën. Ook bestuurlijk met slechts één benchmark, marketing met twee benchmarks en met elk drie benchmarks bij managen operationele werkzaamheden, sector/branche-kennis, juridisch domein, politiek-bestuur en netwerk in Nederland laten een zeer bescheiden aantal verbeterwensen zien.

Huidige situatie

Veel instemming bij negen stellingen door basisprofiel

Bij het basisprofiel vallen negen competenties’ in de klassen volledig mee eens (score ≥ 4.5) of duidelijk mee eens (4 ≤ score < 4.5). Hieronder vallen financiën, bestuur, risicomanagement, managen operationele werkzaamheden, veranderingsprocessen, internationaal werken, maatschappelijke antenne, juridisch domein en ICT.

In de klasse min of meer mee eens (3.5 ≤ score < 4.0) vinden we negen andere competenties: HR, sector/branche-ervaring, netwerk in Nederland, marketing, duurzaamheid, technologie, innovatie, digitalisering en politiek-bestuur.

In de klasse deels oneens/deels eens vinden we internationaal netwerk.

In totaal 36 procent van de opties score ≥ 4.0

In de huidige situatie zijn bij twee competenties alle benchmarks van mening dat die aanwezig zijn in hun rvc. Dat betreft, klassiek, bestuur en financiën. Daarnaast zijn er vier competenties waar meer dan de helft van de benchmarks het minimaal duidelijk eens is. Dat betreft risicomanagement waar 75 procent van de benchmarks het duidelijk eens is. Bij managen operationele werkzaamheden en internationaal werken geeft 60 procent van de benchmarks aan dat dat voldoende aanwezig is in de rvc. De maatschappelijke antenne is bij 53 procent van de benchmarks voldoende aanwezig.

In totaal heeft 36 procent van de opties een score 4.0. In de wenselijke situatie is dat 73 procent. Wanneer we de grens bij een score van 3.5 leggen, scoort in de huidige situatie 72 procent boven die grens tegen 93 procent in de wenselijke situatie.

 

Afgezien van de internationale dimensie zien we vooral sterk uiteenlopende verschillen tussen benchmarks bij de competentie marketing. Dat laatste is minder aanwezig in de non-profitsector en meer in de profitsector.

Historische vergelijking basisprofiel 2021-2024

 

Wenselijk

Als we kijken naar waar we grote veranderingen zien in deze drie jaar dan is dat voornamelijk bij de wenselijkheid of het toegenomen belang van juridische kennis en kennis van duurzaamheid. De eerste zat in de min of meer mee eens klasse, de tweede in de duidelijk mee eens.Beide zijn een klasse gestegen.
Verder is de stijging van politiek-bestuurlijke ervaring opvallend. Dat was eigenlijk niet zo wenselijk voor de rvc, maar in 2024 is de respondent het daar min of meer mee eens.

 

Verbeterwensen

De wensen voor een verbetering van kennis over digitalisering, duurzaamheid en een internationaal netwerk zijn gebleven. Waarbij die laatste twee zijn veranderd van een forse naar een urgente verbeterwens. Verder is kennis van ICT voor het eerst sinds lange tijd geen verbeterwens en zijn technologische kennis en HR-kennis dat na lange tijd juist weer wel.

 

Huidige situatie

We zien dat commissarissen bij beursgenoteerde bedrijven de kennis in hun rvc van ICT en van politiek-bestuurlijke ervaring hoger zijn gaan inschatten. Het hebben van een netwerk in Nederland is daarentegen gedaald in deze periode.

2.3 Enige bespiegelingen/vragen/kanttekeningen

Kan rvc wachten tot een volgende benoeming met aanpak lacunes?

Innovatie, digitalisering, technologie en duurzaamheid. Dat zijn de breedst gedeelde verbeterwensen. Ja, allemaal gebieden waar de ontwikkelingen elkaar snel opvolgen en die vaak in elkaar overlopen. Commissarissen lijken zich bewust van de lacunes in hun rvc. De vraag is dan vervolgens: als ze dat constateren, wat is de actie om dit aan te pakken? Stel er staat een strategiesessie op de rvc-agenda, denkt u dan, de geconstateerde lacunes in de rvc gaan we daarbij niet missen, de rvc herbergt voldoende brede kennis? Vermoedt u dat de organisatie zelf voldoende kennis herbergt en dat die kennis bij het totstandkomen van het strategievoorstel is gebruikt? Vullen andere stakeholders deze leemtes op? Of doet u het voorstel om externe hulp in te roepen? Of wordt gewacht tot een volgende benoeming in de rvc? Of herbenoeming? Maar heeft een rvc en organisatie die tijd wel?

Oproep aan commissarissen om zich minder bezig te houden met de operatie?

Er zijn slechts drie van de negentien competenties/eigenschappen waar minder dan twee benchmarks verbeterwensen hebben: kennis van financiën is overal goed geborgd en zijn geen verbeterwensen, bij bestuurlijke ervaring heeft slechts één benchmark een verbeterwens. De derde is het managen van operationele werkzaamheden (lijnfunctie). Door deze mee te nemen in dit rijtje spelen we een eigenlijk beetje vals. Er is namelijk maar één benchmark (grootbedrijf) die vindt dat de rvc meer van dit soort ervaring zou kunnen gebruiken. Aan de andere kant zijn er nog twee benchmarks te vinden dat het beter kan, alleen dan omgedraaid. Zowel de rvb/directie als de internal auditor geven aan dat de rvc wel wat minder van deze ervaring zou mogen hebben. We kunnen vermoedelijk niet anders dan concluderen dan dit een verkapte oproep is aan commissarissen om minder op de stoel van de bestuurder te gaan zitten bij bepaalde onderwerpen.

Gezocht: commissarissen/toezichthouders met ervaring in de cultuursector

Gezien het aantal respondenten dat binnen deze benchmark valt, moeten we wat voorzichtig zijn met uitspraken. Niettemin valt de verbeterwens van de benchmark cultuur op. Als enige bedrijfsbenchmark is zij van mening dat de aanwezigheid van sector/branche-ervaring in de rvc fors beter kan. Dat betekent dat commissarissen (toezichthouders) zelf concluderen dat er wat aan schort, misschien daarbij geholpen door een directie(eur) die daar graag over zou willen klankborden, maar dat nu niet kan. Ook een aantal jaar geleden werd deze competentie door de respondenten uit de cultuursector al als niet voldoende beschouwd. Heeft ervaring in de cultuursector dan te weinig prioriteit bij het selecteren van nieuwe rvc/rvt-collega’s?

Wat ziet de remuneratiecommissie dat de auditcommissie niet ziet?

Bij de persoonsgebonden benchmarks is vooral de commissaris die lid is van de remuneratiecommissie ontevreden. Bij maar liefst dertien van de negentien genoemde competenties/eigenschappen moet het gehalte daarvan in de rvc (urgent) omhoog. Dat staat in sterk contrast met de commissaris die lid is van de auditcommissie. Deze heeft bij slechts zes van de negentien een forse verbeterwens. Wat ziet de remuneratiecommissie dat de auditcommissie niet ziet? Zes verbeterwensen van de commissaris die lid is van de auditcommissie worden gedeeld door de collega die lid is van de remuneratiecommissie. De laatste wil echter ook meer bestuurlijke ervaring in de rvc zien, meer ervaring met veranderingsprocessen, meer kennis van marketing en HR, een betere maatschappelijke antenne, meer politiek-bestuurlijke ervaring en een groter netwerk in Nederland.

We kunnen ons voorstellen dat als de remuneratiecommissie tegelijkertijd ook de selectie- en benoemingscommissie is, dat dit een verklaring kan zijn voor deze verschillen. Deze commissie zal vermoedelijk met een frequenter en breder oog kijken naar de samenstelling van de rvc dan een auditcommissie. Waarschijnlijk zijn ze zelf ook grotendeels verantwoordelijk voor het maken van een voorstel voor de te hanteren profielen en de keuzes ten aanzien van de daarbij te leggen accenten. Een verklaring voor de verschillen tussen beide commissies kan dan zijn dat er in het verleden andere prioriteiten zijn gelegd, die inmiddels achterhaald zijn door nieuwe ontwikkelingen. Maar wellicht speelt ook mee dat de bril van een lid van de auditcommissie per definitie een andere is dan die van een lid van de selectie- en benoemingscommissie.
Als de remuneratiecommissie niet ook de selectie- en benoemingscommissie is dan moeten we de verklaring ergens anders zoeken. Gezien het onderwerp van de commissie ligt het voor de hand om dan te kijken naar de beloningen en het proces daarom heen: afgesproken kpi’s, leiderschap, input van stakeholders en van collega-commissarissen, WNT/peervergelijkingen et cetera. Maar eerlijk gezegd kunnen we ook aan deze aspecten geen afdoende verklaring vinden.

Kent rvc in zorg- en welzijnssector te veel (oud-)politici?

Net als de andere bedrijfsbenchmarks heeft ook de zorg- en welzijnssector de nodige veranderwensen. Acht om precies te zijn, waarvan een groot deel met de andere bedrijfsbenchmarks worden gedeeld. ICT-kennis, kennis digitalisering, innovatie en duurzaamheid zijn ook in andere rvc’s een punt van aandacht. Wat de benchmark zorg en welzijn apart doet staan van de rest is de veranderwens bij politiek-bestuurlijke ervaring. Geen enkele bedrijfsbenchmark heeft hierbij een veranderwens geuit, zorg en welzijn is de enige. Daarnaast is deze veranderwens niet, zoals bij de meeste andere veranderwensen, om aan te geven dat de rvc hier meer van aan boord moet hebben, maar juist het tegenovergestelde. Er zit eigenlijk te veel politiek-bestuurlijke ervaring aan tafel. Kent een rvc in de zorg- en welzijnssector te veel (oud-)politici? En wat betekent dat voor (besluitvorming en lacunes in) de rvc?

Wordt het geen tijd om in plaats van (oud-)politici (oud-)generaals op te nemen in een rvc?

Alleen MKB, Merv, rvbEL en IA hebben een verbeterwens bij risicomanagement. In het eerste deelrapport van het onderzoek zijn we tot de conclusie gekomen, dat de invulling van het risicomanagement bepaalt niet tot de sterkste punten van de rvc behoort en misschien ook wel niet van de rvb. In dat verband vragen wij ons af of het gezien het huidige tijdsbestek en het zich al een aantal jaren afspelende prelude niet zinvol is al dan niet tijdelijk een oud-generaal toe te voegen aan de rvc. Wij denken dat zij de nodige ervaring hebben met het omgaan met de politiek, maar wat zeker zo belangrijk is met scenarioplanning, geopolitieke ontwikkelingen, (inter)nationale samenwerking en inspelen op urgente situaties (crisismanagement in optima forma). Bovendien hebben zij ervaring met het managen van een grote organisatie. En vooral de verbeterwensen bij risicomanagement van met name Merv, rvbEL en IA hebben ons gestimuleerd om de genoemde suggestie te opperen.

Hangt lage ambitie voor marketing samen met attitude dat verliezen meer worden gevreesd dan winsten worden begeerd?

Al een aantal jaren constateren we dat marketing en klanten voor menig commissaris moeilijk uit te spreken woorden zijn. Het lijkt wel of die in een rvc-vergadering soms alleen maar zijdelings worden genoemd, als ze al worden genoemd. Praten met klagende klanten bleek niet erg populair te zijn. Je zou mogen veronderstellen dat de marketing competentie iets met klanten en uiteindelijk ook verkoop te maken heeft. En daarmee ook met winstvermogen. We constateren dat het belang van de marketing competentie is afgenomen en in de onderste regionen verkeerd en het belang voor risicomanagement licht is toegenomen en bij de topcompetenties behoort. Risico is een tweezijdig begrip, maar in de praktijk zien we onder risico met name de negatieve component vermeld, daarmee een oriëntatie op mogelijk verlies. Ook innovatie is duidelijk een gewenste competentie en op dat gebied hebben veertien benchmarks een verbeterwens aangegeven. Met andere woorden: we zijn er nog niet. Innovatie is een ‘mode-competentie’ die wel wat parallellen heeft met het bijvoeglijk naamwoord ‘strategisch’. Dat laatste begrip staat dan voor heel belangrijk, maar moeilijk te meten en te voorspellen. Innovatie is ook belangrijk, moeilijk te voorspellen wat er wanneer mee wordt bereikt, maar het is de panacee voor een aantal problemen. Maar vooral een ‘geloof’ dat het beter gaat daarmee. Maar marketing en kijken naar klanten leggen het af tegen de risicoaversie. Ligt dat aan ons Nederlanders of is het meer de mens in het algemeen? Kan het zijn dat onze respondenten groep misschien vooral oud-managers kent en te weinig ondernemers? Hoe maken we de eenzijdige downside-interpretatie van risico ongedaan en gaan we ook als rvc meer energie stoppen in de tegengestelde richting het upward potential?

Ontbreekt kennis risicomanagement bij rvc of is werkwijze niet goed?

Risicomanagement door de rvc puzzelt ons dit jaar behoorlijk. Ook als we naar de verschillende competenties kijken en de accenten die worden aangebracht, maar ook de vele verbeterwensen of juist het ontbreken ervan blijven ons bezighouden. Als we constateren dat op sommige gebieden de verbeterwensen al vele jaren geconstateerd worden, maar blijkbaar niet worden verholpen, rijst de vraag: hoe komt dat? We denken dat in een aantal gevallen commissarissen zich onvoldoende realiseren hoe urgent de opvulling van sommige lacunes in competenties is. Zou je dit onbewust onbekwaam mogen noemen? Een andere invalshoek is dat wij eens zijn gaan denken over de werkwijze om tot een samenstelling van een rvc te komen dan wel tussentijds aan te passen. We zien daar nog steeds een zekere conservatieve inslag. Commissarissen nemen niet vaak tussentijds afscheid van een rvc (al dan niet op eigen initiatief). Herbenoemingen leiden doorgaans ook tot een herbenoeming. Maar als we alleen de laatste acht jaar kijken, dan is er wel het nodige veranderd in de wereld en we vrezen dat dit eerder standaard wordt dan dat het afneemt. En ondanks al die veranderingen kan de ‘oorspronkelijk’ rvc blijven zitten? Maar als we in dit proces een zeker conservatisme menen te ontdekken, is het dan niet aannemelijk dat ook in de manier waarop een rvc zich met risicomanagement bezighoudt ook wordt gekenmerkt door een zeker conservatisme? De rvb levert een notitie aan, al dan niet met support van een derde partij en de rvc gaat daarop reageren. De samenstelling van de rvc is nog steeds niet aangepast aan de wenselijke situatie. Dat betekent dat op sommige gebieden de rvc geen tegenspraak kan geven of andere invalshoeken kan laten zien. En zo modderen we verder.

Is terugval op dominantie van bestuurlijke ervaring en financiën geen indicatie van een verkeerde reflex?

Twintig jaar geleden waren bestuurlijke ervaring en financiële kennis/ervaring de sleutelcompetenties om lid te kunnen worden van een rvc. Ook het hebben van een juridische achtergrond speelde een belangrijke rol. Inmiddels is de wereld wat geëvolueerd en is er meer oog gekomen voor andere competenties. We zien nu weer een terugvallen op de twee als eerste genoemde sleutelcompetenties. Wij vinden die competenties inderdaad zeer belangrijk. We vragen ons wel af of deze ontwikkeling ertoe leidt dat andere competenties, zoals digitalisering en duurzaamheid, weer in gedrang gaan komen. We zien, net als dit jaar, bij deze twee competenties al een hele tijd de nodige verbeterwensen. Maar de vertaling naar de opname van deze competenties in de rvc blijkt toch niet zo urgent te zijn in de praktijk. Is de vertaling van de invulling van de bestuurlijke en financiële competentie in de samenstelling van een rvc niet wat overtrokken geraakt? Is de balans niet wat verstoord? En dreigen sommige competenties niet de ‘eeuwige’ verbeterwens te worden? Wel eens gedacht om te bepalen wat de opportunity costs zijn van het niet voldoende en/of op tijd invullen van een bepaalde competentie in de rvc?

.