Spring naar inhoud

Appendix 1 Toelichting regressieanalyse

Appendix 1 Toelichting regressieanalyse

Regressieanalyse

  • De scores voor basisprofiel en de variaties op het basisprofiel verkrijgen we met behulp van regressieanalyses.
  • In het regressiemodel is de te verklaren variabele (de variabele die gemodelleerd wordt) de score Sij ingevuld door respondent i op een vraag j in de enquête. Deze score Sij = 1 wanneer de respondent volstrekt oneens is met de stelling, = 2 bij oneens, = 3 bij deel oneens/deel eens, = 4 bij eens, = 5 bij volstrekt mee eens.
  • De verklarende variabelen (model variabelen) Dv,i zijn 17 dummy variabelen die de 17 variaties V representeren. De variabele Dv,i is 0 wanneer de respondent i niet scoort op de betreffende variatie V en deze variabele Dv,i is 1 wanneer de respondent i wel scoort op de betreffende variatie V. Bijvoorbeeld de dummy variabele DMKB, i is gelijk aan 1 indien de respondent i de enquête heeft ingevuld vanuit het perspectief van een niet-beursgenoteerd (for-profit) MKB-bedrijf met een balanstotaal ≤ 100 miljoen euro. In alle andere gevallen heeft deze dummy variabele de waarde 0.
  • In tabel A1 zijn de 17 variaties en het basisprofiel op een rij gezet.

Tabel A1 Basisprofiel en 17 variaties op het basisprofiel

  Basisprofiel   17 variaties
       
Type en grootte organisatie * Beursgenoteerd bedrijf (19); balanstotaal, mediaan gemiddelde 5000 miljoen euro. GB Groot, niet-beursgenoteerd for-profit bedrijf (36); balanstotaal > € 100 miljoen euro; (mediaan gemiddelde 500 miljoen euro.)
    MKB Midden- en kleinbedrijf, niet-beursgenoteerd for-profit bedrijf (18); balanstotaal ≤ € 100 miljoen euro; (mediaan gemiddelde 25 miljoen euro.)
    Fam Niet-beursgenoteerd familiebedrijf (12); mediaan gemiddelde 150 miljoen euro.
    Corp Woningcorporatie (19); balanstotaal, mediaan gemiddelde 5.000 miljoen euro.
    Zorg Zorg en welzijnsorganisatie (18); balanstotaal, mediaan gemiddelde 25 miljoen euro.
    OW Onderwijsinstelling (21); balanstotaal, mediaan gemiddelde 25 miljoen euro.
    ONP Overig non-profit: stichting, vereniging en overig (17); balanstotaal, mediaan gemiddelde 25 miljoen euro.
       
Rol bij organisatie Gewoon rvc-lid, geen voorzitter, geen lid auditcommissie, geen rvb-lid elders, geen IA VZ Voorzitter rvc (42)
    VVZ Vicevoorzitter rvc/rvt (22)
    rvbEL Commissaris met rvb-positie elders (31)
    AC Commissaris tevens lid auditcommissie (67)
    DIR Lid rvb/directie (13)
    Secr Secretaris van de rvc/rvt (9)
    IA Internal auditor (9)
       
Ervaring Meer dan 4 jaar ervaring in de aangegeven rol
Merv Minder dan 5 jaar ervaring in de aangegeven rol (20)
Leeftijd > 55 jaar Jong Commissaris ≤ 55 jaar (55)
Gender Man VR Vrouw (71)

Regressiemodel

  1. Het volgende regressiemodel schatten we voor de score Sij gegeven door respondent i op vraag j in de enquête.

    Sij = α + βGB,jDGB,i + βMKB,jDMKB,i + βFam,jDFam,i + βCorp,jDCorp,i + βZorg,jDZorg,i + βOW,jDOW,i + βNP,jDNP,i + βVZ,jDVZ,i + βViceVZ,jDViceVZ,i + βELD,jDELD,i + βAUD,jDAUD,i + βRvB,jDRvB,i + βSecr,jDSecr,i + βIA,jDIA,i + βERV,jDERV,i + βJong,jDJong,i + βVR,jDVR,i + i,j
  2. Voor elke vraag j schatten we de 17 bovengenoemde beta’s βV,j met behulp van een regressiemodel.
  3. Met het regressiemodel verkrijgen we de ‘zuivere’ verschillen tussen de variaties en het basisprofiel. Voorwaarde is wel dat de correlaties tussen de 17 dummy variabelen niet te hoog mogen zijn (zeker wanneer het aantal variabelen van 17 relatief hoog is ten opzichte van het aantal respondenten van 160).
  4. De absolute waarden van de correlatiecoëfficiënten in de correlatiematrix voor de 17 variaties blijven in absolute waarde beperkt tot 0.30 of minder. Volgens een vuistregel is dit een veilig bereik om de β’s zuiver te kunnen interpreteren. In twee gevallen is een hogere correlatiecoëfficiënt tussen de variaties aanwezig: (1) een correlatiecoëfficiënt van 0.36 tussen de dummy variabelen DJong en DERV en (2) een correlatiecoëfficiënt van 0.34 tussen de dummy variabelen DJong en DSecr.

Interpretatie regressie resultaten

De coëfficiënten α en βV in het regressiemodel interpreteren we als volgt:

- De constante α geeft de score wanneer alle dummy variabelen 0 zijn, wat gebeurt voor het basisprofiel.

- De βV coëfficiënten geven de variaties in de score S aan voor de 17 variaties. Bijvoorbeeld: de score voor een jonge commissaris bij een MKB-bedrijf is volgens het regressiemodel: S = α+ βMKB + βJong.

Voorbeeld

Met de geschatte coëfficiënten α en βV berekenen we eenvoudig de scores voor alle variatie profielen. In de onderstaande tabel geven we een voorbeeld voor de score S met betrekking tot de stelling ‘ik heb zicht op de rol van de vice-voorzitter’.

Tabel A2 Regressieresultaten voor de scores op de huidige situatie met betrekking tot de stelling 'Ik heb zicht op de rol van de vicevoorzitter'

Tabel A2 Regressieresultaten voor de scores op de huidige situatie met betrekking tot de stelling 'Ik heb zicht op de rol van de vicevoorzitter'. De score S verklaren we gedeeltelijk met 17 verklarende dummy variabelen (Dv,j), zie de regressievergelijking hierboven. NB. In de tabel hieronder hebben we niet alle 17 regressiecoëfficiënten βV weergegeven.

bapr GB MKB Corp VZ VR Merv DIR SECR IA
α βgb βmkb βcorp βvz βvr βmerv βdir βsecr βia
4.1 0.0 0.5 0.1 0.5 -0.4 -0.6 -0.8 -0.4 0.0
 

In het basisprofiel is de score S voor de huidige situatie met betrekking tot de stelling 'Ik heb zicht op de rol van de vicevoorzitter' gelijk aan 4.1 (dit is de geschatte coëfficiënt α). Variaties op het basisprofiel, kunnen we met α en βV berekenen. De geschatte score voor bijvoorbeeld een voorzitter rvc bij een GB bedrijf is dan gelijk aan 4.1(α) + 0.0(βGB) + 0.5(βVZ)= 4.6. In een vergelijkbare schatting is de score voor een vrouwelijke rvc commissaris gelijk aan 4.1(α) – 0.4 (βVR)= 3.7 en voor een lid DIR is de score 4.1(α) – 0.8(βRVB)= 3.3.

Nut regressieanalyse

Resultaten relatief ongevoelig voor samenstelling groep respondenten

Het voordeel van deze regressieanalyse is driedelig:

  • De resultaten voor het basisprofiel en haar variaties verkrijgen we zonder dat er respondenten exact aan de profielbeschrijving hoeven te voldoen. In dit onderzoek voldoet maar één van de 160 respondenten exact aan het basisprofiel. Omdat veel responden­ten op één of enkele variaties na voldoen aan het basisprofiel kan toch een nauwkeurige schatting worden gemaakt van de score voor het basisprofiel.
  • De analyse is niet afhankelijk van de exacte samenstelling van de groep respondenten. De resultaten van het basisprofiel en haar variaties zijn alleen voor het significantieniveau afhankelijk van de samenstelling van de groep respondenten.

Invloed van variaties zijn bijna ‘zuiver’ te bepalen

  • We kunnen de ‘zuivere’ (of netto) invloeden van de 17 variaties bepalen. Bijvoorbeeld wanneer we gemiddelde scores van beursgenoteerde bedrijven vergelijken met die van niet-beursgenoteerde bedrijven, is het de vraag of de verschillen toe te schrijven zijn aan het niet beursgenoteerd zijn of dat het ligt aan de gemiddeld kleinere omvang van de niet-beursgenoteerde bedrijven. In dit geval kan de zuivere relatie niet worden vastgesteld.
    Met behulp van een regressieanalyse (en nagenoeg onafhankelijke variaties en een complete set aan variaties) kunnen de “zuivere” relaties wel worden vastgesteld door deze te “controleren” voor “concurrerende” variabelen. De geschatte regressie coëfficiënten βV representeren dan nagenoeg de “zuivere” effecten.