Samenvatting
Collectief
Wenselijk
Het is wenselijk dat collectief kennis uit de organisatie wordt gehaald, min of meer wenselijk dat externe sprekers worden uitgenodigd en om met de rvb gezamenlijk aan educatie te doen en om collectief externe bijeenkomsten bij te wonen. Het is niet wenselijk om intervisie te doen met andere rvc’s.
Veranderwensen
Nagenoeg over de hele linie is sprake van veranderwensen. Alleen over het halen van kennis uit de organisatie zijn de meeste benchmarks (op drie na) tevreden. Het doen van intervisie is bij de dertien benchmarks die daar een veranderwens hebben in alle gevallen een bespreekbaar punt.
Huidige situatie
Eigenlijk blijft alleen overeind dat kennis uit de organisatie wordt gehaald door de rvc als collectief. Op een enkele benchmark na is de instemming bij de andere vier stellingen laag.
Individueel
Wenselijk
Op individueel niveau vinden commissarissen het wenselijk dat nieuws, actualiteiten en achtergronden worden bijgehouden en dat ze zelf kennis uit de organisatie halen. Ook voor het als individueel commissarissen fysiek bijwonen van externe bijeenkomsten is nog wel een meerderheid te vinden. Bij de overige activiteiten is de instemming lager (online bijeenkomsten bijwonen of online vakliteratuur bijwonen) of grotendeels afwezig (fysiek of online aan intervisie doen).
Veranderwensen
Koploper qua aantal veranderwensen is het online volgen van een cursus. Wel is dat bijna overal een bespreekbaar punt. Nummer twee op de lijst is het doen van een stage/een dagje meelopen in de organisatie. Daarbij verschilt de instemming in de wenselijke situatie wel erg per benchmark. Nummer drie, met tien benchmarks, is het fysiek volgen van cursussen. Ook hier lopen verbeterwensen en bespreekbare punten door elkaar heen.
Niemand heeft een verbeterwens bij het bijhouden van nieuws/actualiteiten en achtergrondverhalen.
Huidig situatie
De individuele commissaris heeft vooral nieuws/actualiteiten en achtergrondverhalen bijgehouden en in iets mindere mate ook kennis uit de organisatie gehaald.
Agendering permanente educatie
Bij alle benchmarks is elke rvc-vergadering agenderen van ervaringen en nieuwe informatie uit permanente educatie een veranderwens en, op twee na, ook een urgente. Wel zijn van al die veranderwensen er slechts vier een verbeterwens (GB, Zorg, Ow en VVZ). De rest zijn bespreekbare punten.
Onderzoeksvraag
Dit jaar is voor de tweede keer relatief uitgebreid aandacht geschonken aan permanente educatie/bijscholing. Aandacht is gevraagd voor activiteiten op dit gebied van de rvc als collectief en als individuele commissaris. Daarbij luidde de vraag ‘wat de commissarissen het afgelopen jaar collectief en individueel aan bijscholing hadden gedaan’. Dit is, zoals gebruikelijk, voor de feitelijke en de gewenste situatie gedaan.
Daarnaast is gevraagd in hoeverre de via de bijscholing verkregen ervaringen en nieuwe informatie via de rvc-vergadering gedeeld worden en in hoeverre de respondent van mening is dat de rvc voldoende inhoudelijke input vanuit en van buiten de organisatie vraagt.
Tijdens de interviews bleek dat voor sommige commissarissen bijscholing en permanente educatie niet altijd dezelfde betekenis had. Vooral commissarissen in sectoren, bijvoorbeeld de woningcorporaties, waar men werkt met als permanente educatie gelabelde bijscholing hanteerden soms een beperkte definitie van bijscholing. Wij hanteren bijscholing en permanente educatie als synoniemen voor elkaar.
We hebben de 5-puntsschaal gebruikt met 1 = volstrekt oneens, 2 = oneens, 3 = deels oneens/deels eens, 4 = eens en 5 = volstrekt mee eens.
6.1 Wenselijke situatie
.
Collectief: kennis uit de organisatie halen
Basisprofiel
Bij het basisprofiel wil de rvc als collectief aan bijscholing doen door kennis uit de organisatie te halen. Op de tweede plaats komt als instrument het uitnodigen van externe sprekers. Het als collectief bijwonen van externe bijeenkomsten en met de rvb gezamenlijk aan permanente educatie doen, neigt naar instemming.
Met andere rvc’s aan intervisie doen, is niet wenselijk.
.
Individueel: kennis uit organisatie, intervisie niet wenselijk
Basisprofiel
Wat betreft de individuele bijscholing ligt het accent met een mate van instemming van 4.0 en hoger bij: kennis uit de organisatie halen, nieuws, actualiteiten en achtergrondverhalen bijhouden en fysiek externe bijeenkomsten bijwonen.
Min of meer mee eens geldt voor het online bijwonen van bijeenkomsten en vakliteratuur bijhouden. Neigt naar instemming geldt voor een dagje meelopen in de organisatie.
Online of fysiek cursussen volgen en online of fysiek intervisie doen is allemaal niet wenselijk.
Basisprofiel
Het elke rvc-vergadering agenderen van ervaringen en nieuwe informatie uit permanente educatie is niet wenselijk.
Het basisprofiel is het duidelijk eens dat de rvc voldoende inhoudelijke input vanuit en van buiten de organisatie moet vragen.
Draagvlak: hoe breed delen de benchmarks de wenselijkheid?
De procentueel meest gedeelde opvattingen voor de rvc (score ≥ 4.0) door de benchmarks zijn:
- Als rvc collectief kennis uit de organisatie halen (53 procent).
- Als individu kennis uit de organisatie halen (100 procent).
- Als individu nieuws/actualiteiten bijhouden (92 procent).
- Als individu achtergrondverhalen bijhouden (92 procent).
- Als individu fysiek externe bijeenkomsten bijwonen (62 procent).
- Als rvc voldoende om inhoudelijke input vanuit de organisatie vragen (94 procent).
- Als rvc voldoende om inhoudelijke input van buiten de organisatie vragen (53 procent).
Andere benchmarks vergeleken met basisprofiel
.
Bij bijna helft stellingen verschil met basisprofiel
Bedrijfsbenchmarks
Het overall percentage grote afwijkingen (van het basisprofiel) van de bedrijfsbenchmarks is 56 procent. Dit is inclusief de grote niet-materiële verschillen en zonder de twee stellingen over inhoudelijke input. Bij de profit is dit 52 procent en bij de non-profitsector is dit 60 procent.
.
GB eens met basisprofiel
Collectieve bijscholing
In de profitsector wijken zowel MKB als Fam een aantal keer materieel en negatief af. Beide neigen maar nipt naar instemming als het gaat over het hebben van externe sprekers als collectief. Ook over het als rvc gezamenlijk met de rvb aan permanente educatie doen, denkt men niet heel positief. MKB twijfelt nog, maar Fam vindt dit niet wenselijk. Fam vindt het ook niet wenselijk om als rvc collectief externe bijeenkomsten bij te wonen.
VVZ grootste voorstander van collectieve aanpak
Bij de persoonsgebonden benchmarks zien we dat de meeste materiële afwijkingen bij VVZ zitten, namelijk drie. De minste zitten bij AC, Jong en rvbEL, namelijk nul. Zowel VVZ als VR zijn het duidelijke eens dat de rvc als collectief externe sprekers in huis moet halen. VZ en VVZ zijn een groter voorstander dan het basisprofiel dat de rvc als collectief externe bijeenkomsten bijwoont en de rvc gezamenlijk met de rvb aan educatie doet. Daarbij is VVZ nog een stuk enthousiaster dan VZ. Merv is juist helemaal niet zo enthousiast om collectief externe sprekers in huis te halen en is zelfs afwijzend als het gaat om educatie gezamenlijk met de rvb op te pakken.
.
GB stuk meer instemming bij vijf stellingen
Individuele bijscholing
In de profitsector zijn de materiële afwijkingen positief.Zowel GB als MKB neigen naar instemming als het gaat om fysiek cursussen te volgen. Voor het MKB geldt dat ook voor het doen van intervisie. GB zit daar wel dicht tegenaan, maar het basisprofiel wijst beide, zoals eerder geschreven, af. GB vindt het min of meer wenselijk dat de commissaris een stage doet of een dagje meeloopt in de organisatie.1
Verder zijn MKB en GB het duidelijk eens dat de commissaris online vakliteratuur moet bijhouden, waar dat bij het basisprofiel op slechts min of meer mee eens kan rekenen. En waar het basisprofiel niets ziet in online cursussen volgen, twijfelen MKB en Fam daarover.
1Fam heeft bij zeven stellingen te weinig waarnemingen.
Zorg en OW positiever over offline en online volgen van cursussen
In de non-profitsector zien we dat OW en ONP een dagje meelopen waarschijnlijk niet zien zitten. Beiden zitten aan de onderkant van de deels oneens/deels eens klasse. Zorg en ONP vinden het minder wenselijk om fysiek externe bijeenkomsten bij te wonen. ONP neigt naar instemming bij het online bijhouden van vakliteratuur en voor het volgen van online bijeenkomsten.
Zorg en OW zijn daarentegen positiever dan het basisprofiel als het gaat over het fysiek en online volgen van cursussen. Ook het online bijhouden van vakliteratuur kan bij deze twee op meer instemming rekenen. Fysiek aan intervisie doen, neigt bij OW naar instemming.1
1Corp heeft te weinig waarnemingen.
Geen voorstanders van online cursussen en intervisie
Bij de persoonsgebonden benchmarks zien we dat VR, Merv en rvbEL meer instemming hebben om als individuele commissaris een dagje mee te lopen in de organisatie dan het basisprofiel. Als het gaat over fysieke bijscholing is Merv het ‘slechts’ min of meer mee eens dat externe bijeenkomsten daar in de toekomst een goede methode voor zijn. En waar het basisprofiel afwijzend staat tegenover het fysiek doen van cursussen, zijn VVZ en Jong het min of meer mee eens. En twijfelen VZ en VR daar over. VZ en VR zijn het min of meer eens over het fysiek doen van intervisie.
VVZ is een groot voorstander van het online volgen/bijwonen van bijeenkomsten. Er zijn geen voorstanders van online cursussen en intervisie te vinden bij de persoonsgebonden benchmarks. Het online bijhouden van vakliteratuur kan, net als bij het basisprofiel, bij iedereen op minimaal min of meer mee eens rekenen.
Agendering ervaringen en nieuwe informatie
Alleen bij OW en VVZ redelijke instemming voor elke vergadering agenderen
Het basisprofiel is er geen voorstander van om ervaringen en nieuwe informatie elke rvc-vergadering te agenderen. Bij de bedrijfsbenchmarks is OW de grootste voorstander met min of meer mee eens. Zorg en GB neigen naar instemming. MKB twijfelt. Fam en ONP zien het ook niet zitten.
Bij de persoonsgebonden benchmarks is alleen VVZ het min of meer eens. Alle andere benchmarks scoren onder de 3.0.
Vraag naar interne en externe output
Als het gaat over het als rvc voldoende inhoudelijke input vragen vanuit de organisatie en van buiten de organisatie zit eigenlijk iedereen wel op de duidelijk mee eens lijn. Ook het basisprofiel.
6.2 Veranderwensen en huidige situatie
.
Beter: vooral uitnodigen van externe sprekers
Basisprofiel en collectieve bijscholing
Het basisprofiel heeft bij de collectieve bijscholing vier veranderwensen, waarvan drie urgent: voor het uitnodigen van externe sprekers, voor het bijwonen van externe bijeenkomsten en het met de rvb gezamenlijk aan educatie doen. Een bespreekbaar punt is het gezamenlijk met andere rvc’s aan intervisie doen.
.
MKB, OW, ONP en VR bij alle vijf stellingen veranderwensen
Andere benchmarks en collectieve bijscholing
In de profitsector zien we ook veel veranderwensen. MKB heeft bij alle vijf stellingen een veranderwens, GB bij vier stellingen en Fam bij drie stellingen. Daarmee is MKB de enige van de profitbenchmarks die van mening is dat er te weinig kennis uit de organisatie is gehaald.
In de non-profitsector zien we weer een groot verschil tussen enerzijds Corp en anderzijds Zorg, OW en ONP. De laatste twee hebben bij alle vijf de stellingen veranderwensen, Zorg bij vier en Corp bij één. Overigens had Corp bij de individuele commissaris slechts één onderdeel met voldoende waarnemingen en dat betrof het als individu kennis uit de organisatie halen. Dat was geen veranderwens.
Bij de persoonsgebonden benchmarks is VR de koploper met vijf veranderwensen, gevolgd door VZ en Jong met elk vier. VVZ en Merv hebben met drie de ‘minste’.
.
Meest gedeelde verbeterwens: collectief bijwonen externe bijeenkomst
Gedeelde veranderwensen
De door de afzonderlijke benchmarks meest gedeelde veranderwensen betreffen: het collectief externe bijeenkomsten bijwonen (14 keer waarvan 12 verbeterwensen) en met de rvb gezamenlijk aan permanente educatie doen (14 keer waarvan 9 verbeterwensen). Externe sprekers in huis halen (13 keer waarvan 11 verbeterwensen) en collectief aan intervisie doen met andere rvc’s (13 keer waarvan 13 bespreekbare punten). Het collectief kennis uit de organisatie halen sluit de rij met vier keer. Van de 58 veranderwensen zijn er 22 een bespreekbaar punt (38 procent).
.
Vaker externe bijeenkomsten, offline en online
Basisprofiel en individuele bijscholing
Het basisprofiel heeft bij de individuele bijscholing zes veranderwensen. Die met betrekking tot het doen van een stage/meeloopdag, fysiek externe bijeenkomsten bijwonen, online externe bijeenkomsten bijwonen, online vakliteratuur bijhouden zijn verbeterwensen. Het zowel fysiek als online volgen van cursussen zijn bespreekbare punten.
GB en Jong met zeven meeste veranderwensen
In de profitsector zien we ook veel veranderwensen. GB heeft er zeven, MKB zes en Fam vier.1GB deelt alle veranderwensen van het basisprofiel en heeft ook nog een urgent bespreekbaar punt voor online intervisie. MKB heeft naast de met het basisprofiel gedeelde veranderwensen ook nog veranderwensen bij het fysiek aan intervisie doen, maar geen veranderwens bij het online vakliteratuur bijhouden. Fam heeft als enige profitbenchmark een verbeterwens voor het als individu kennis uit de organisatie halen.
In de non-profitsector zien we slechts één verschil tussen Zorg, OW en ONP.2Zorg heeft geen veranderwens voor het fysiek aan intervisie doen, de andere twee wel. Verder hebben alle drie geen veranderwensen bij nieuws/actualiteiten en achtergrondverhalen bijhouden. Bij alle andere acht stellingen is sprake van (soms urgente) veranderwensen.
Bij de persoonsgebonden benchmarks is Jong de koploper met zeven veranderwensen, gevolgd door VR met zes en rvbEL met vijf. Merv en VVZ hebben er vier, AC twee en VZ één.
1Fam heeft bij zeven stellingen te weinig waarnemingen.
2Corp heeft te weinig waarnemingen.
.
Meest gedeelde veranderwens: het online volgen van cursussen
Gedeelde veranderwensen
De door de afzonderlijke benchmarks meest gedeelde veranderwensen betreffen: het online cursussen volgen (12 keer waarvan 2 verbeterwensen) en een stage doen/dagje meelopen in de organisatie (11 keer waarvan 6 verbeterwensen). Fysiek cursussen volgen (10 keer waarvan zes verbeterwensen) is ook een populaire veranderwens. Daarnaast zijn er ook vier mogelijkheden van permanente educatie waar telkens negen benchmarks een veranderwens hebben. Het gaat hierbij om het fysiek en online bijwonen van externe bijeenkomsten, het online aan intervisie doen en het online bijhouden van vakliteratuur. Het fysiek aan intervisie doen kan volgens vijf benchmarks beter. In totaal zijn er bij dit onderdeel 31 bespreekbare punten (40 procent van het aantal veranderwensen).
Agendering permanente educatie
Basisprofiel en agendering
Het basisprofiel heeft een urgent bespreekpunt om ervaringen en nieuwe informatie uit permanente educatie elke rvc-vergadering te agenderen.
Andere benchmarks en agendering
Bij alle benchmarks is dit een veranderwens en, op twee na, ook een urgente. Wel zijn van al die veranderwensen er slechts vier een verbeterwens (GB, Zorg, OW en VVZ). De rest zijn bespreekbare punten.
Huidige situatie
Basisprofiel als collectief alleen kennis uit organisatie gehaald
Wat betreft de collectieve bijscholing kan het basisprofiel min of meer mee instemmen met de stelling dat kennis uit de organisatie is gehaald. Alle andere activiteiten zijn nauwelijks opportuun geweest, zoals blijkt uit de hoogste score van 2.8.
Corp als enige met rvb aan PE gedaan
In grote lijnen volgen de bedrijfsbenchmarks het basisprofiel: het kennis halen uit de organisatie staat in de meeste gevallen op één. Verder neigt GB naar ‘mee eens’ bij het als rvc hebben gehad van externe sprekers. Corp heeft duidelijk externe sprekers gehad en heeft ook met de rvb samen aan educatie gedaan.
Voorzitter en vicevoorzitter soms wat meer instemming
Ook de persoonsgebonden benchmarks volgen in grote lijnen het basisprofiel. We zien daar zowel de voorzitter als de vicevoorzitter wat positiever dan het basisprofiel zijn over het collectief hebben gehad van externe sprekers, over het collectief bijwonen van externe bijeenkomsten en over het met de rvb gezamenlijk aan educatie doen. Externe bijeenkomsten bijwonen lijkt ook bij Merv wel eens te gebeuren.
Basisprofiel als individu vooral kennis uit organisatie en bijhouden nieuws en achtergronden
Wat betreft de individuele bijscholing kan het basisprofiel duidelijk mee instemmen met de stellingen dat hij zelf kennis uit de organisatie heeft gehaald en nieuws/actualiteiten en achtergronden heeft bijgehouden. Min of meer mee eens dat hij externe bijeenkomsten heeft bijgewoond. Deels eens (3.2) dat online externe bijeenkomsten zijn bijgewoond en dat online vakliteratuur is bijgehouden.
Alle andere activiteiten zijn nauwelijks opportuun geweest, zoals blijkt uit de hoogste score van 2.7.
Andere benchmarks volgen basisprofiel grotendeels
In grote lijnen volgen de bedrijfsbenchmarks het basisprofiel: de eerder genoemde drie activiteiten staan overal in de top drie. Zij het niet altijd met dezelfde mate van instemming als het basisprofiel. Verder zijn het bijwonen van externe bijeenkomsten door Zorg en ONP wat minder waarschijnlijk. MKB is een positieve uitzondering als het gaat over het online bijwonen van externe bijeenkomsten en het bijhouden van vakliteratuur. GB is het met het laatste min of meer eens.
Ook de persoonsgebonden benchmarks volgen in grote lijnen het basisprofiel. Wel zien we dat deze veel eerder fysiek naar een externe bijeenkomst gaan. Zeker de voorzitter en de vicevoorzitter. Een dagje meelopen in de organisatie is wat vooral de vrouwelijke commissaris doet. Het fysiek doen aan intervisie kan alleen bij de vicevoorzitter en bij de vrouwelijke commissaris op enige instemming rekenen.
Historische vergelijking
De vraag over wat de rvc collectief aan permanente educatie doet, hebben we eerder aan de orde gehad. Ook de vraag over de agendering is in 2016 aan de orde geweest. In 2016 was sprake van een verbeterwens bij het uitnodigen van externe sprekers en sprake van bespreekbare punten als het ging om het doen van intervisie en om het elke rvc-vergadering als apart thema te agenderen. Deze drie veranderwensen zijn ook in 2023 nog actueel. Het grootste verschil zit in het collectief bijwonen van externe bijeenkomsten. Daar constateren we dat commissarissen het nu een stuk wenselijker vinden dan in 2016. Destijds was men het oneens, nu is dat gewijzigd in min of meer mee eens.
6.3 Enige bespiegelingen/vragen/kanttekeningen
Waarom vermijdt de commissaris intervisie?
Intervisie, zowel collectief (met andere rvc’s gezamenlijk) als individueel, staat in het algemeen niet hoog op de agenda. Voor collectieve intervisie, dus twee rvc’s samen, staat alleen de vrouwelijke commissaris enigszins open. Bij het doen van fysieke intervisie op individueel niveau is de instemming bij de vrouwelijke commissaris zelfs iets hoger en sluit de vicevoorzitter zich daar bij aan. Vaker komt voor dat bij een evaluatie van het functioneren van een rvc ook het persoonlijk functioneren aan de orde wordt gesteld. Dit wordt dan collectief in de betrokken rvc aan de orde gesteld. Niet iedereen vindt dat prettig en kan er goed mee omgaan. Maar commissarissen die zichzelf willen verbeteren, kunnen daar baat bij hebben.
Een collectieve intervisie van meerdere rvc’s horen wij ook eerlijk gezegd niet vaak noemen en we kunnen ons voorstellen dat om dat voor elkaar te krijgen, naast de innerlijke, ook praktische drempels overwonnen moeten worden. Zes of tien personen op dezelfde plek en tijd krijgen is een heel gedoe. Maar waarom zou een rvt van een kleine welzijnsorganisatie uit Heerlen niet kunnen matchen met een rvc van een MKB uit Alkmaar? Het kan ook zijn dat een collectieve intervisie van meerdere rvc’s bedreigend overkomt en dat een intervisie op individueel niveau veiliger aanvoelt. Of dat een intervisie op individueel niveau meer ruimte biedt om (on)zekerheden en dilemma’s met betrekking tot de eigen rvc op tafel te leggen. Bekend is dat een collectieve intervisie van meerdere rvc’s bij sommige non-profitorganisaties voorkomt. Dat beeld lijkt te worden bevestigd in onderhavig onderzoek waarin de woningcorporatie, in de wenselijke situatie, als enige neigt naar instemming en het onderwijs daar verder als enige bedrijfsbenchmark in de buurt komt. Overigens bleek de intervisie van rvc’s gezamenlijk als erg positief ervaren te zijn. Vandaar dat wij dit als vraag in ons onderzoek hebben opgenomen.
(Online) persoonlijke individuele intervisie: het proberen waard
De afgelopen drie jaar heeft Board in Balance de eerste stappen gezet op het gebied van het aanbieden van een persoonlijk (online)individueel intervisietraject bij respondenten van ons onderzoek. Daarbij analyseerden we de antwoorden van een individuele respondent bij het betrokken onderzoek en vergeleken deze in ieder geval met de bedrijfsbenchmarkgegevens, waartoe we de respondent rekenen. Onze ervaring en die van de respondenten is dat de analyse en het gesprek daarover uiterst leerzaam zijn, zowel voor de respondent als voor ons als researcher/consultants. Geregeld komen relevante, soms onverwachte en soms urgente aandachtspunten voor zowel rvc als voor respondent naar boven. Inconsistenties in manier van kijken, openstaan voor nieuwe ontwikkelingen en duidelijker krijgen dat de samenstelling van rvc en/of rvb (wellicht) een herijking behoeft, zijn een paar van de voorkomende eye-openers. De openhartige gesprekken worden als constructief ervaren en dragen mede bij aan het verlengen van de houdbaarheidsdatum van bijvoorbeeld een commissaris.Maar ook hier geldt een dergelijk intervisietraject kan alleen slagen als beide partijen zich kwetsbaar durven op te stellen. Daarbij is een vierogenverhaal een veilige manier om jezelf de maat te (laten)nemen.
Is evaluatie rvc geen goed middel om bijscholingsbehoefte en -voortgang te bepalen?
Het valt ons op dat bij het lezen van verslagen van rvc’s een aantal rvc’s als uitkomst van het evaluatieproces concrete stappen heeft vermeld om geconstateerde hiaten met bijscholing proberen te verhelpen. Bij de meeste verslagen hebben wij echter niets van dien aard aangetroffen. Wij pleiten ervoor om in combinatie met het evaluatieproces van de rvc (en ook rvb) expliciet bijscholing als instrument op de agenda te zetten en in de beschouwing mee te nemen. Dat heeft als voordeel dat er een vast beginpunt komt om als rvc permanente educatie te bespreken. Een begin van een structuur. Daarnaast is het als het goed is één van de weinige momenten dat een rvc wat meer de tijd neemt om te reflecteren. Een mooi moment om na te denken over wat de rvc collectief zou kunnen doen aan permanente educatie en wat de individuele commissaris. De secretaris kan hier een grote rol in spelen door bijvoorbeeld (ruim) voor de evaluatie bij de individuele commissarissen hun ideeën/plannen met betrekking tot permanente educatie op te halen.
Verschuiving in gedachten over stages/meeloopdagen
In het vorige onderzoek (2016) waarin dit onderwerp aan de orde kwam, waren alleen de benchmarks rvbEL en DIR niet helemaal afwijzend ten opzichte van het doen van individuele stages/meeloopdagen.
Inmiddels, zeven jaar verder, zien we een kantelpunt waarbij de benchmarks die afwijzend tegenover dit instrument staan in de minderheid zijn. Alleen MKB, onderwijs en de overige non-profit duiken nog onder de evenwichtsscore van 3.0. Dat wil niet zeggen dat dit nu veel gebeurt, gezien de scores in de huidige situatie. Alleen de vrouwelijke commissaris is het min of meer eens. De commissaris die elders in een rvb zit, neigt naar instemming. Het instrument wordt daarmee, zoals we in 2016 al schreven, slechts sporadisch gebruikt. Wel zien we maar liefst elf veranderwensen. Een signaal om daar toch eens over na te gaan denken. Wat we meestal horen tijdens interviews is dat een meeloopdag onderdeel is van een introductieprogramma. Maar waarom beperken tot één keer in de acht jaar (als de benoemingstermijnen twee keer vier jaar zijn). Waarom niet jaarlijks? Of kan het voor bijvoorbeeld een commissaris die begint aan zijn tweede termijn niet zinvol zijn om aan te sluiten bij de meeloopdag van de nieuwe commissaris of een eigen meeloopdag te organiseren.
Dit lijkt ons een zinvolle aanpak om wat te doen aan de reeds lang geconstateerde onvrede over de kennis van het bedrijf bij commissarissen en over de lang geconstateerde wens om vaker een bedrijfsbezoek te doen.
Sterke voorkeur van commissaris voor bezoeken offline bijeenkomsten en cursussen
Als we kijken naar de voorkeur van de commissaris voor offline of online permanente educatie lijkt de voorkeur te liggen bij het offline. Zeker als we kijken naar het bijwonen van externe bijeenkomsten. Het grootste verschil tussen offline en online bijeenkomsten zien we bij de voorzitter van de rvc en bij de commissaris die elders in een rvc zit. De minder ervaren commissaris heeft het kleinste verschil. En ook bij het offline of online volgen van cursussen zien we dit verschil optreden. Het lijkt daarbij dat het niet uitmaakt hoe oud iemand is. Het lijkt ons dat de sociale dimensie en de mogelijkheid om informeel ook eens met anderen van gedachten te wisselen en netwerk verbreden hier een belangrijke oorzaak voor zijn. Bovendien zijn er bij een offline bijeenkomst meer mogelijkheden om een non-verbale communicatie waar te nemen en ook een breder gevoel te krijgen hoe iets valt.
Hoe gaat de rvc aan inhoudelijke input van buiten de organisatie komen?
In een aparte stelling hebben we aan de respondenten gevraagd of ze vinden dat de rvc voldoende om inhoudelijke input vraagt vanuit de organisatie en van buiten de organisatie. Met dat eerste zit het over het algemeen wel goed. Enkel het onderwijs bij de bedrijfsbenchmarks en de vrouwelijke commissaris en de rvb/directie vinden dat dat beter moet. Het voldoende input vragen van buiten de organisatie is een heel ander verhaal. Iedereen vindt dat de rvc dat vaker moet doen. Wanneer we echter kijken naar of de rvc het afgelopen jaar externe sprekers heeft gehad, dan valt dat behoorlijk tegen. De enige bedrijfsbenchmark die daar volmondig mee kan instemmen is de woningcorporatie, het grootbedrijf is het daar min of meer mee eens. De andere bedrijfsbenchmarks geven aan dat ze dat niet hebben gedaan. Ook hebben alle bedrijfsbenchmarks, behalve de woningcorporatie en het grootbedrijf, hier urgente verbeterwensen. Kortom, er lijkt wel een wil te zijn om komend jaar wat vaker inhoudelijke input van buiten de organisatie te vragen. Natuurlijk, het uitnodigen van externe sprekers in de rvc-vergadering is slechts één manier om inhoudelijke input van buiten de organisatie op te vragen. Ook de wil om op individuele basis externe bijeenkomsten te bezoeken is aanwezig. Op een collectief uitstapje wordt minder enthousiast gereageerd. Kortom, gaat de rvc nu met een gestructureerd plan komen om buiten de organisatie inhoudelijke input op te halen of blijft het bij wensen?
Bij het al of niet een beroep doen op een interne of een externe specialist vragen wij ons af in hoeverre daarbij voldoende wordt bekeken en besproken:
a Welke informatiebehoefte is er?
b Wat is de kwaliteit van de interne expert versus de externe expert?
c In hoeverre is het gevaar aanwezig dat bij een interne expert misschien sprake is van ‘bedrijfsblindheid’?
d In hoeverre is bij een externe expert voldoende bedrijfs-/sectorkennis aanwezig, tenzij dat bewust niet wordt gezocht?
e Wat zijn de kosten en de opportunitykosten van het op laten draven van de één of de ander?
Waarom permanente educatie/bijscholing niet als agendapunt op elke rvc-vergadering?
“De agenda is al zo vol.” “We hebben wel wat belangrijkers te doen.” “Levert toch niets op.” “Ik geef tussentijds wel door als ik iets heb gehoord dat de moeite waard is.” Zo maar een paar standaard reacties op deze vraag. Op diverse aandachtsgebieden zien wij de afgelopen jaren structurele tekortkomingen of verbeterwensen door respondenten als commissarissen, rvb-leden, secretarissen en internal auditors zelf aangegeven. Maar aan structureel oppakken van de omissies ontbreekt het vaak. Het beeld dat bij ons opkomt is dat permanente educatie, op wat uitzonderingen na, een erg individuele zaak lijkt te zijn. Zou men niet meer van elkaar kunnen leren en misschien ook moeten leren? Zou dat ook niet efficiënter en effectiever zijn? Zou men door te laten zien wat men heeft gedaan op dit gebied en wat ervan is opgestoken ook niet stimulerend werken voor collega’s om ook eens wat meer te doen aan hun eigen onderhoud om hun professie te kunnen blijven uitoefenen? Misschien is het goed om meer te kijken wat het kan opleveren en hoe we het één en ander zo moeten inrichten dat het nog meer kan opleveren. Samen komen we toch verder, of niet?