Samenvatting
Wenselijke situatie
Er zijn vier competenties/eigenschappen waar alle benchmarks aangeven het duidelijk wenselijk te vinden dat deze aanwezig zijn bij de vicevoorzitter. Het gaat hierbij om helikopterview, kritisch doorvragen, evenwichtig en kunnen luisteren.
Een meerderheid, maar niet elke benchmark, met dezelfde mate van instemming is te vinden bij strategisch inzicht (89 procent van de benchmarks), teamspeler (67 procent), rechte rug (56 procent) en onderbuikgevoel/intuïtie (50 procent).
In het kader van de rol van de vicevoorzitter zien we dat de respondenten het duidelijk eens zijn dat deze voldoende moet worden ingevuld. Het belangrijkst daarbij schijnt te zijn dat de vicevoorzitter voldoende tijd heeft om indien nodig de voorzitter direct te vervangen. Bijna driekwart van de benchmarks vindt het ook wenselijk dat de vicevoorzitter geschikt is als tijdelijke opvolger als de voorzitter weggaat. De helft vindt het wenselijk dat de vicevoorzitter als klankbord fungeert voor de voorzitter. Bij alle andere stellingen is de instemming duidelijk minder breed gedeeld.
Veranderwensen
Over de aanwezige competenties/eigenschappen bij de vicevoorzitter heerst een redelijke mate van tevredenheid. Kritisch doorvragen is het grootste zorgpunt als het gaat over de vicevoorzitter. Samen met het basisprofiel zijn er in totaal zeven benchmarks die mening toegedaan. Kunnen luisteren en ondernemer is voor drie benchmarks een verbeterpunt.
Bij de rol van de vicevoorzitter zien we meer veranderwensen. Koploper met elf benchmarks is de veranderwens om het functioneren van de vicevoorzitter periodiek te evalueren. Het zijn van een aanspreekpunt over het functioneren van de voorzitter van de rvc voor en commissarissen en voor bestuurders is voor tien benchmarks een veranderwens. Ook het deelnemen aan het overleg tussen de rvc en de rvb kan op de nodige veranderwensen rekenen, namelijk negen. Het geschikt zijn als permanente opvolger en het gezamenlijk door de rvc gekozen zijn is voor acht benchmarks een veranderwens.
Huidige situatie
De volgende competenties/eigenschappen zijn volgens minimaal de helft van de tien benchmarks aanwezig bij de vicevoorzitter: strategisch inzicht (90 procent van de benchmarks), helikopterview (80 procent), evenwichtig (80 procent), rechte rug (70 procent), teamspeler (70 procent), communicator (60 procent) en ondernemer (50 procent).
Als het gaat over de rol van de vicevoorzitter zien we dat meer dan 50 procent van de twaalf benchmarks, waaronder het basisprofiel, het minimaal duidelijk eens met:
• Ik heb zicht op de rol van de vicevoorzitter (67 procent).
• Heeft tijd om indien nodig de voorzitter direct te vervangen (58 procent).
Onderzoeksvraag
In het verlengde van voorgaand hoofdstuk hebben we de respondent gevraagd een mening te geven over persoonlijke competenties/eigenschappen van de vicevoorzitter. Daarnaast hebben we aandacht geschonken aan de rol van de vicevoorzitter. Geen van beide onderwerpen zijn aan de orde geweest in eerdere onderzoeken.
Gebruikt is de 5-puntsschaal met 1 = volstrekt oneens, 2 = oneens, 3 = deels oneens/deels eens, 4 = eens en 5 = volstrekt mee eens.
Wij realiseren ons dat de uitkomsten met betrekking tot beide onderwerpen sterk afhankelijk kunnen zijn van de aanwezige competenties/eigenschappen van de vicevoorzitter en de overige rvc-leden. Ook is er mogelijk een ‘kip-ei’ probleem. Wanneer we uitgaan van een wenselijke situatie voor de rol leidt de insteek naar de eigenschappen tot andere accenten dan wanneer we de eigenschappen als vertrekpunt nemen. In dat laatste geval komen er mogelijk andere accenten voor de rol naar boven. Ons inziens heeft denken vanuit de structuur in eerste instantie de voorkeur. Vervolgens worden dan als afgeleide de gewenste eigenschappen en daarmee ook de ‘poppetjes’ geselecteerd. Maar aangezien het uiteindelijk de mensen zijn, die bepalen of iets werkt, willen wij daarin niet al te dogmatisch zijn.
5.1 Wenselijke situatie
.
Creativiteit en ondernemerschap van secundair belang bij vicevoorzitter
Gewenste situatie basisprofiel
Voor de vicevoorzitter als geheel, geeft het basisprofiel gemiddeld de kwalificatie duidelijk mee eens (4.1). Strategisch inzicht, evenwichtig, helikopterview, kritisch doorvragen, kunnen luisteren, rechte rug en teamspeler scoren alle 4.0 of hoger.
Min of meer mee eens scoren de overige vier eigenschappen: communicator, onderbuikgevoel/intuïtie, ondernemer en creativiteit/onconventionele attitude.
Creativiteit/onconventionele attitude en ondernemerschap zijn vaak waarden die qua belang dicht bij elkaar liggen en op secundair niveau voor commissarissen. In mindere mate geldt dit ook voor communicator. Daarbij is de voorzitter mogelijk een uitzondering. Zeker bij beursgenoteerde bedrijven wint deze eigenschap in toenemende mate aan belang.
Draagvlak: hoe breed delen de benchmarks de wenselijkheid?
Overall 66 procent van onderwerpen in de klasse ‘duidelijk mee eens’ of hoger
De procentueel meest gedeelde opvattingen (score ≥ 4.0) door de benchmarks zijn:
- Helikopterview (100 procent, alle benchmarks)
- Kritisch doorvragen (100 procent)
- Evenwichtig (100 procent)
- Kunnen luisteren (100 procent)
- Strategisch inzicht (89 procent)
- Teamspeler (67 procent)
- Rechte rug (56 procent)
- Onderbuikgevoel/intuïtie (50 procent)
Bij de meeste stellingen zijn negen benchmarks met voldoende waarnemingen. Bij ondernemer en creativiteit zijn dat er zes, bij onderbuikgevoel acht.
.
Weinig/geen grote verschillen met basisprofiel bij rvc
Andere benchmarks vergeleken met het basisprofiel
Bij de bedrijfsbenchmarks zijn nagenoeg geen relevante materiële verschillen. Enige relevante verschillen bij de persoonsgebonden benchmark zijn dat VR neigt naar instemming als het gaat over ondernemer en creativiteit in tegenstelling tot het basisprofiel die het daar min of meer mee eens is. Daarentegen is rvbEL het juist duidelijk eens met de aanwezigheid van ondernemer als eigenschap. Merv is het min of meer eens met de aanwezigheid van strategisch inzicht tegen basisprofiel ‘beslist mee eens’.
.
Tijd en tijdelijk geschikt samen met voldoende invulling rol belangrijkst
Gewenste situatie basisprofiel
Voor het basisprofiel zijn drie dingen van belang: de vicevoorzitter heeft tijd om indien nodig de voorzitter direct te vervangen, de rol van de vicevoorzitter moet voldoende worden ingevuld en die persoon is geschikt als tijdelijke opvolger als de voorzitter van de rvc weggaat. Deze drie scoren als enige 4.0 of hoger.
In de klasse ‘min of meer mee eens’ (3.5 ≤ score < 4.0) vinden we vijf stellingen: ik heb zicht op de rol van de vicevoorzitter, fungeert als klankbord voor de voorzitter, heeft periodiek overleg met de voorzitter van de rvc buiten de vergadering, heeft een spilfunctie bij de (jaarlijkse) evaluatie van de voorzitter van de rvc en het functioneren van de vicevoorzitter wordt periodiek geëvalueerd.
In de klasse ‘neigt naar instemming’ (3.2 ≤ score < 3.5) vinden we ook vijf stellingen: is gezamenlijk door de rvc gekozen, neemt deel aan overleggen tussen ceo en de voorzitter van de rvc, heeft dezelfde informatiepositie als de voorzitter van de rvc, is aanspreekpunt voor bestuurders over het functioneren van de voorzitter en is geschikt als permanente opvolger als de voorzitter van de rvc weggaat.
Verantwoording niet per se nodig geacht
In de klasse ‘deels oneens/deels eens’ (2.8 ≤ score < 3.2) bevinden zich: is aanspreekpunt voor commissarissen over het functioneren van de voorzitter en legt verantwoording af aan zijn collega’s in de rvc.
Andere benchmarks vergeleken met het basisprofiel
.
Bij bijna helft van de stellingen verschil met basisprofiel
Bedrijfsbenchmarks
Het overall percentage grote afwijkingen (van het basisprofiel) van de bedrijfsbenchmarks is 47 procent. Bij de profitsector is dit 33 procent en bij de non-profitsector is dit 51 procent.
In de profitsector heeft, naast het basisprofiel, alleen GB voldoende waarnemingen. Deze heeft vijf grote verschillen waarvan drie materieel. GB is het duidelijk eens met de stelling dat het functioneren van de vicevoorzitter periodiek geëvalueerd wordt en dat deze geschikt is als permanente opvolger als de voorzitter van de rvc weggaat. Verder is deze benchmark het min of meer mee eens dat de vicevoorzitter gezamenlijk door de rvc is gekozen in tegenstelling tot het basisprofiel die daar neigt naar instemming.
Corp geen voorstander van vicevoorzitter als aanspreekpunt
In de non-profitsector zien we de nodige, materiële afwijkingen bij Corp, Zorg en OW met elk zeven grotendeels negatieve afwijkingen van het basisprofiel. Corp en Zorg hebben respectievelijk vijf en vier negatieve verschillen tegen één bij OW. Deze laatste betreft het zijn van aanspreekpunt voor bestuurders over het functioneren van de voorzitter van de rvc. Corp deelt deze afwijkende mening. Corp heeft verder nog materiële, negatieve afwijkingen voor: het zijn van een aanspreekpunt voor commissarissen (juist positief bij OW) en/of bestuurders als het gaat over het functioneren van de voorzitter van de rvc en om een periodiek overleg tussen vicevoorzitter en de voorzitter van de rvc buiten de vergadering. Over het deelnemen van de vicevoorzitter aan overleggen tussen de ceo en de voorzitter twijfelt deze benchmark, terwijl OW en vooral Zorg daar juist veel positiever over zijn dan ook het basisprofiel. Het fungeren als klankbord voor de voorzitter neigt met een lagere mate van instemming slechts naar instemming. Bij Zorg is dat juist weer tegengesteld met meer instemming. Bij twee stellingen is Corp juist wat enthousiaster dan het basisprofiel. Het gaat hierbij om het gezamenlijk gekozen zijn (ook bij OW) en het geschikt zijn als permanente opvolger als de voorzitter van de rvc weggaat (evenals Zorg en OW). Bij beide stellingen is Corp het min of meer eens.
Zorg en OW opvallende voorstanders van deelname aan overleg ceo en voorzitter
Zorg twijfelt met een lagere mate van instemming over de periodieke evaluatie en over de spilfunctie bij de evaluatie van de voorzitter van de rvc (deels eens/deels oneens). Bij OW is bij deze stellingen juist sprake van meer instemming. Verder vind Zorg het niet nodig dat de vicevoorzitter verantwoording aflegt aan de collega’s. De instemming is ook lager (min of meer mee eens) als het gaat over de tijd die de vicevoorzitter moet hebben om indien nodig de voorzitter direct te vervangen.
.
Grootste twistpunt is of vicevoorzitter deel moet nemen aan overleg ceo en voorzitter rvc
Persoonsgebonden benchmarks
Bij de persoonsgebonden benchmarks zien we procentueel ongeveer hetzelfde aantal afwijkingen ten opzichte van het basisprofiel als bij de bedrijfsbenchmarks. Het afwijkingspercentage is 41 procent, inclusief niet-materiële afwijkingen. Binnen de persoonsgebonden benchmarks zien we een aantal opvallende zaken. Zo hebben AC en rvbEL alleen negatieve afwijkingen, respectievelijk vijf en zes, en Jong en VR beide juist vier positieve afwijkingen. De voorzitter en de vicevoorzitter zijn redelijk eensgezind ten aanzien van de wenselijke situatie en wijken allebei veelvuldig positief af van de benchmark.
Zo betwijfelen AC en rvbEL of de vicevoorzitter een spilfunctie moet bekleden, waar het basisprofiel het daar min of meer mee een is. VZ, Jong en VR zijn het duidelijk eens dat de vicevoorzitter periodiek overleg heeft met de voorzitter van de rvc buiten de vergadering en zijn zowel VVZ als Jong het min of meer eens dat de vicevoorzitter verantwoording aflegt aan zijn collega’s in de rvc.
Hoe kijkt de vicevoorzitter hier zelf naar? Bij de meeste stellingen (10 van de 15) is de score in elk geval materieel afwijkend van het basisprofiel, en die gevallen betekent dat ook vaker instemming (9 van de 10), dan bij het basisprofiel. Hij is het er volstrekt mee eens dat de rol duidelijk moet worden ingevuld en duidelijk eens dat het functioneren van de vicevoorzitter periodiek wordt geëvalueerd, dat de vicevoorzitter gezamenlijk door de rvc moet worden gekozen, als klankbord fungeert voor de voorzitter en een spilfunctie moet hebben bij de (jaarlijkse) evaluatie van de voorzitter van de rvc. Min of meer mee eens dat hij het aanspreekpunt moet zijn voor commissarissen als het gaat over het functioneren van de voorzitter van de rvc, dezelfde informatiepositie heeft als de voorzitter, geschikt moet zijn als permanente opvolger van de rvc en verantwoording moet afleggen aan zijn collega’s in de rvc. Bij alle zojuist genoemde stellingen zit de vicevoorzitter een klasse hoger qua instemming. Alleen bij het deelnemen aan overleggen van de voorzitter en de ceo meent de vicevoorzitter zelf dat dit geen goed idee is. Deze opvatting treffen wij ook aan bij VZ, AC, Merv en rvbEL. Alleen Jong en VR geven blijk van een tegengestelde opvatting.
.
Persoon en rol van vicevoorzitter onvoldoende expliciet gespreksonderwerp geweest
Overall impressie bij rol vicevoorzitter
Bij vier stellingen is bij dit onderdeel sprake van fors uiteenlopende opvattingen tussen de respondenten. Het betreft:
- Deelnemen aan overleg met de ceo en voorzitter van de rvc.
- De spilfunctie bij de jaarlijkse evaluatie van de voorzitter van de rvc.
- Verantwoording afleggen aan de collega’s in de rvc.
- Aanspreekpunt zijn van de bestuurders over het functioneren van de voorzitter van de rvc.
In de huidige situatie is het aantal stellingen bij sterk uiteenlopende opvattingen met elf veel hoger. Daarmee is het duidelijk dat de vicevoorzitter als persoon en rol zeer waarschijnlijk onvoldoende structureel onderwerp van discussie is geweest.
5.2 Veranderwensen en huidige situatie
.
Beter: kritisch doorvragen
Basisprofiel
Het basisprofiel heeft slechts één veranderwens en wel voor kritisch doorvragen.
Andere benchmarks
Overall veranderpercentage 21 procent
Voor alle benchmarks samen is het veranderpercentage met 21 procent niet hoog. Wel zijn er slechts negen benchmarks met voldoende waarnemingen.
Kritisch doorvragen grootste zorgpunt
Ook voor de andere benchmarks is kritisch doorvragen het grootste zorgpunt als het gaat over de vicevoorzitter. Samen met het basisprofiel zijn er in totaal zeven benchmarks die mening toegedaan.
Kunnen luisteren en ondernemer is voor drie benchmarks een verbeterpunt.
VR en OW meeste veranderwensen
OW heeft met vier benchmarks bij de bedrijfsbenchmarks de meeste wensen. Bij de persoonsgebonden benchmarks is de vrouwelijke commissaris met zes veranderwensen de koploper. Opvallend is daarbij dat VR vindt dat ondernemerschap en creativiteit/onconventionele attitude wel wat minder mogen.
Veranderwensen rol vicevoorzitter
.
Zes veranderwensen
Evaluatie en aanspreekpunt voor bestuurders urgent
Basisprofiel
Het basisprofiel heeft zes veranderwensen, waarvan vijf verbeterwensen. Twee verbeterwensen zijn urgent. Dat zijn dat het functioneren van de vicevoorzitter periodiek wordt geëvalueerd en dat de vicevoorzitter het aanspreekpunt is voor bestuurders over het functioneren van de voorzitter. De andere drie verbeterwensen zijn dat de vicevoorzitter deelneemt aan overleggen tussen de ceo en de voorzitter van de rvc, dat de vicevoorzitter gezamenlijk door de rvc is gekozen en dat de vicevoorzitter geschikt is als permanente opvolger als de voorzitter van de rvc weggaat.
De veranderwens bij het zijn van een aanspreekpunt voor commissarissen als het gaat over het functioneren van de voorzitter is een bespreekbaar punt.
.
Overall veranderpercentage 54 procent
Andere benchmarks
Voor alle benchmarks samen is het veranderpercentage met 54 procent hoog. Bij de bedrijfsbenchmarks is dit 47 procent, met 37 procent bij de profitsector en 55 procent bij de non-profitsector. Bij persoonsgebonden benchmarks is het 57 procent.
.
GB deelt vijf veranderwensen met bapr
Bedrijfsbenchmarks
In de profitsector zien we dat GB vijf veranderwensen met het basisprofiel deelt. Ook voor GB is het periodiek evalueren een urgente verbeterwens. Verder is het deelnemen aan overleggen van ceo en voorzitter rvc voor GB geen verbeterwens. Wel is GB van mening dat het verantwoording afleggen aan collega’s nog iets minder kan.
OW bijna overal veranderwensen
In de non-profitsector zien we grote verschillen tussen de benchmarks. OW heeft bij veertien van de vijftien stellingen (veelal urgente) veranderwensen, maar Corp slechts drie. Zorg zit er met zeven tussenin.
.
Merv en VR meeste veranderwensen
Persoonsgebonden benchmarks
Bij de persoonsgebonden benchmarks zien we onderling ook grote verschillen. RvbEL heeft er ‘slechts’ vijf, VR en Merv hebben er beide twaalf. AC zit er niet ver vandaan met tien. VZ heeft er acht en VVZ en Jong elk zes.
.
Periodieke evaluatie functioneren en aanspreekpunt zijn voor commissarissen en bestuurders meest gedeelde veranderwensen
Gedeelde veranderwensen
Op nummer één qua gedeelde veranderwensen staat de stelling ‘het functioneren van de vicevoorzitter wordt periodiek geëvalueerd’. Alleen bij Corp is dat geen veranderwens. Op een gedeelde tweede en derde plek vinden we, met elk tien benchmarks, de twee stellingen over het zijn van een aanspreekpunt terug. Overigens is bij telkens drie benchmarks bij de 'aanspreekpunt'-stellingen sprake van een bespreekbaar punt.
Negen van de twaalf benchmarks hebben verder veranderwensen bij deelname van de vicevoorzitter aan het overleg van de ceo en de voorzitter (bij vier een bespreekbaar punt), acht van de twaalf bij het geschikt zijn als permanente opvolger als de voorzitter van de rvc weggaat en gezamenlijk gekozen zijn door de rvc. Verantwoording afleggen aan collega’s kan volgens zeven benchmarks anders en bij de spilfunctie geldt dat voor zes benchmarks.
Vijf benchmarks vinden dat de rol van de vicevoorzitter beter moet worden ingevuld, dat de vicevoorzitter nog niet dezelfde informatiepositie heeft als de voorzitter en dat het periodiek overleg met de voorzitter buiten de rvc-vergadering ook beter kan.
Huidige situatie
In totaal 54 procent van de opties score ≥ 4.0 qua instemming
Als het gaat over de competenties/eigenschappen die nu al aanwezig zijn bij de vicevoorzitter zien we dat meer dan 50 procent van de tien benchmarks, waaronder het basisprofiel, het minimaal duidelijk eens is met:
• Strategisch inzicht (90 procent)
• Helikopterview (80 procent)
• Evenwichtig (80 procent)
• Rechte rug (70 procent)
• Teamspeler (70 procent)
• Communicator (60 procent)
• Ondernemer (50 procent)
Voor het basisprofiel komt daar creativiteit nog bij.
In totaal heeft 54 procent van de opties een score ≥ 4.0. In de wenselijke situatie is dat 66 procent. Wanneer we de grens bij een score van 3.5 leggen, scoort in de huidige situatie 92 procent boven die grens tegen 94 procent in de wenselijke situatie.
Er is een aantal eigenschappen waar we diverse lagere scores dan 3.5 aantreffen. Het gaat om het aanwezig zijn van onderbuikgevoel (twee keer), creativiteit (één keer), kritisch doorvragen (drie keer), teamspeler (één keer) en kunnen luisteren (één keer). VR (vier keer) en Merv (twee keer) springen er hierbij uit.
In totaal 14 procent van de opties score ≥ 4.0 qua instemming
Als het gaat over de rol van de vicevoorzitter zien we dat meer dan 50 procent van de twaalf benchmarks, waaronder het basisprofiel, het minimaal duidelijk eens met:
- Ik heb zicht op de rol van de vicevoorzitter (67 procent).
- De vicevoorzitter heeft tijd om indien nodig de voorzitter direct te vervangen (58 procent).
In totaal heeft 14 procent van de opties een score ≥ 4.0. In de wenselijke situatie is dat 31 procent. Wanneer we de grens bij een score van 3.5 leggen, scoort in de huidige situatie 34 procent boven die grens tegen 64 procent in de wenselijke situatie.
5.3 Enige bespiegelingen/vragen/kanttekeningen
Persoonlijke eigenschappen vicevoorzitter
De grootste procentuele veranderingen doen zich voor bij:
• Kritisch doorvragen van 30 procent naar 100 procent.
• Kunnen luisteren van 30 procent naar 100 procent.
• Onderbuikgevoel/intuïtie van 10 procent naar 50 procent.
• Helikopterview van 80 procent naar 100 procent.
Daarmee bedoelen we dat bijvoorbeeld bij de stelling over kritisch doorvragen, in de huidige situatie, 30 procent van benchmarks een 4.0 of hoger geeft. Dat wil zeggen dat 30 procent van de benchmarks het duidelijk eens is dat kritisch doorvragen een eigenschap is die bij hun vicevoorzitter aanwezig is. De 100 procent in de wenselijke situatie wijst erop dat alle benchmarks van mening zijn dat in de nabije toekomst dat niveau van 4.0 aanwezig moet zijn.
De richting van de beweging (van huidig naar wenselijk) is meestal gelijk aan die we hier bij de genoemde vier eigenschappen zien. De omvang van de verschuiving verbaast ons zeer bij met name de eerste twee eigenschappen. Dit zijn toch basisvoorwaarden waaraan een commissaris en zeker ook een vicevoorzitter zou moeten voldoen?
Een andere ontwikkeling die we hier ook zien, betreft dat er wel wat minder mag zijn. Dit raakt vooral:
• Ondernemer van 50 procent naar 22 procent.
• Creativiteit/onconventionele attitude van 20 procent naar 0 procent.
• Communicator van 60 procent naar 44 procent.
• Rechte rug van 70 procent naar 56 procent.
In het algemeen wordt zelden aangetroffen dat iets minder kan worden. Maar hier zien we dat bij een aantal persoonlijke eigenschappen. Vooral creativiteit en ondernemerschap zijn meestal kwaliteiten die niet tot de sterkste in een rvc behoren. Is het verhaal dat deze eigenschappen wel in een rvc vertegenwoordigd moeten zijn, maar beslist niet bij de vicevoorzitter? Of heeft de vicevoorzitter in de ogen van sommigen een overkill aan deze kwaliteiten en dreigen de andere kwaliteiten wat onder te sneeuwen? Dit is wellicht voorstelbaar bijvoorbeeld als in een familiebedrijf de vicevoorzitter de oude dga is. Of als een lid van een coöperatie, tevens voorzitter teveel de trom van het ondernemerschap roert, terwijl deze meer als commissaris moet acteren?
Maar stel dat ondernemerschap onvoldoende als eigenschap geborgd is in een rvc, waarom zou een vicevoorzitter die deze eigenschap wel heeft, daar niet over mogen beschikken?
Grote verschillen tussen huidig en wenselijk bij rol vicevoorzitter
Uit het onderzoek blijkt naar ons idee duidelijk (en dit is ook in lijn met de informatie uit de persoonlijke interviews): de rol van de vicevoorzitter en haar/zijn kwaliteiten zijn onvoldoende expliciet aan de orde gesteld en worden ook niet periodiek gecheckt.
Grote procentuele verschillen bij de score ≥ 4.0 betreffen:
• De rol wordt voldoende ingevuld van 45 procent naar 91 procent.
• Heeft tijd om indien nodig de voorzitter te vervangen van 58 procent naar 92 procent.
• Is geschikt als tijdelijke opvolger van 33 procent naar 75 procent.
• Fungeert als klankbord van de voorzitter van de rvc van negen procent naar 50 procent.
• Ik heb zicht op de rol van de vicevoorzitter van 67 procent naar 42 procent.
In een aantal gevallen is de absolute omvang van de gemiddelde instemming in de wenselijke situatie acceptabel. Maar hoe kan het dat er zo’n groot verschil is met de huidige situatie? Heeft men zitten slapen? Leek het niet zo belangrijk? Of ….?
Ook verbaast ons de enige negatieve ontwikkeling betreffende ‘ik heb zicht op de rol van de vicevoorzitter’. Die daalt van 67 procent naar 42 procent. Is dat niet in strijd met de andere aangegeven ontwikkelingen?
Commissaris heeft geen idee hoe rol vicevoorzitter moet worden ingevuld
De rol van de vicevoorzitter moet voldoende worden ingevuld, daar bestaat geen misverstand over. Maar wat precies voldoende is, dat lijkt geen uitgemaakte zaak. Hij of zij moet in elk geval voldoende de tijd hebben om indien nodig de voorzitter direct te vervangen en ook geschikt zijn als tijdelijke opvolger als de voorzitter van de rvc weggaat. Dat sluit aan bij bepaling 2.3.6 uit de Nederlandse Corporate Governance Code: de vicevoorzitter van de raad van commissarissen vervangt bij gelegenheid de voorzitter. Maar bij de andere stellingen is sprake van een grote standaarddeviatie. Dat betekent dat de meningen sterk uiteen lopen.
Neem als eerste voorbeeld de vraag of de vicevoorzitter een spilfunctie bij de (jaarlijkse) evaluatie van de voorzitter van de rvc moet hebben. Dat lijkt de vicevoorzitter zelf een heel goed idee, maar de commissaris die tevens in de auditcommissie en de commissaris die elders in een rvb zit, betwijfelen of dat wel een goed idee is. De voorzitter is het min of meer eens met deze stelling.
Wie is aanspreekpunt als het gaat over het functioneren van de voorzitter?
In het verlengde van bovenstaande bespiegeling valt op dat de vicevoorzitter nu niet het aanspreekpunt is voor commissarissen of bestuurders als het gaat over het functioneren van de voorzitter van de rvc. Ook niet bij het beursgenoteerde bedrijf. Dat is opmerkelijk omdat in de Nederlandse Corporate Governance Code het volgende staat:
2.4.3 Aanspreekpunt voor functioneren van commissarissen en bestuurders
De voorzitter van de raad van commissarissen is namens de raad het voornaamste aanspreekpunt voor het bestuur, commissarissen en voor aandeelhouders over het functioneren van bestuurders en commissarissen. De vicevoorzitter fungeert als aanspreekpunt voor individuele commissarissen en bestuurders over het functioneren van de voorzitter.
Alle persoonsgebonden commissarissen benchmarks hebben hier veranderwensen en vinden dat het zijn van een aanspreekpunt beter kan. Maar een volmondige instemming zien we nergens. Het lijkt erop dat veel commissarissen dat niet helemaal voor zich zien, de vicevoorzitter als aanspreekpunt.
Tijdens de interviews hoorden we ook dat eventuele opmerkingen ten aanzien van het functioneren van de voorzitter ook gewoon direct tegen de voorzitter zelf gezegd konden worden of voor, tijdens of na de rvc-vergadering of tijdens de zelfevaluatie. Maar wat nu als een voorzitter op leeftijd die dingen gaat vergeten en/of vergaderingen laat op de avond niet meer zo goed trekt? Niet iedereen zal dat tegelijk opmerken. Is het dan verstandig te wachten tot de jaarlijkse zelfevaluatie?
Geen verantwoording afleggen, maar wel periodiek evalueren bij basisprofiel?
Een volgend voorbeeld dat er niet coherent naar het functioneren van de vicevoorzitter wordt gekeken is de tegenstelling, in antwoorden, bij de stelling over het periodiek evalueren en de stelling over verantwoording afleggen aan collega’s. De eerste stelling over ‘het functioneren van de vicevoorzitter wordt periodiek geëvalueerd’ levert de meeste veranderwensen bij dit onderdeel op. Elf benchmarks vinden dat dit beter moet. En op de zorg- en welzijnsector na zijn de meeste benchmarks het minimaal min of meer mee eens dat dit wel moet gebeuren. Dat is de ene kant. Aan de andere kant zien we dat respondenten niet staan te springen als het gaat om het verantwoording afleggen door de vicevoorzitter aan zijn/haar collega’s. Deze discrepantie in wat wenselijk is begrijpen we niet. Wel periodiek evalueren, maar dan zonder inbreng van de vicevoorzitter zelf? Zoiets? De vicevoorzitter zelf is, samen met de jongere commissaris, de benchmark die relatief (min of meer mee eens) de grootste voorstander van het verantwoording afleggen aan de collega’s.
Is de vicevoorzitter gezamenlijk gekozen of enkel aangewezen door een besluit van de voorzitter?
De Nederlandse Corporate Governance Code geeft in bepaling 2.3.6 II aan dat de voorzitter in elk geval erop toe ziet dat de raad van commissarissen een vicevoorzitter kiest. Uit de resultaten lijkt naar voren te komen dat dat vooral een besluit is van de voorzitter en niet zozeer van de rest van de raad. Zowel de voorzitter als de vicevoorzitter zijn het min of meer mee eens dat in gezamenlijkheid is gekozen. Daar kunnen de andere persoonsgebonden benchmarks zich niet in vinden. Het is dus de vraag of de gezamenlijkheid, zoals de voorzitter en de vicevoorzitter die voelen, breder in de raad gedeeld wordt. Het is bij de andere benchmarks (behalve bij de jongere commissaris) dan ook een verbeterwens en het kan geen kwaad, denken wij, om eens wat langer stil te staan bij de keuze van een vicevoorzitter. Zouden de voorzitter en de vicevoorzitter bijvoorbeeld qua competenties/eigenschappen in balans moeten zijn? Een dominante voorzitter en een verbinder als vicevoorzitter? Of andersom: een verbinder als voorzitter en een scherpe vicevoorzitter?
Ook in interviews kwamen verschillende manieren van een vicevoorzitter kiezen naar voren. Van een voorzitter die van te voren peilt tot een voorzitter ‘wie wil’ bij openlijke stemming. Misschien het beste voorbeeld dat we hoorden, is dat een motivatiebrief geschreven moest worden voor elke rol, ook bij herbenoeming. En dus ook voor de vicevoorzitter.
De vicevoorzitter: wel tijdelijks geschikt, maar niet permanent
Wie als vicevoorzitter hoopt dat het vicevoorzitterschap een opstapje kan zijn naar een permanente rol als voorzitter komt bedrogen uit. Bij de persoonsgebonden benchmarks zien we dat alleen de voorzitter en de vicevoorzitter zelf het min of meer mee eens zijn dat deze persoon daar nu voor geschikt is. Dat hoorden we eigenlijk ook tijdens enkele interviews terug. Wel geschikt om tijdelijk de boel te bewaken, maar niet geschikt om bijvoorbeeld naar buiten op te treden. Dat lijkt zich ook te vertalen in de resultaten van de andere persoonsgebonden benchmarks waar de verschillen tussen geschikt als tijdelijke opvolger en geschikt als permanente opvolger groot zijn. De vraag is of hierbij sprake is van een diskwalificatie van de vicevoorzitter…? Ook andere zaken kunnen een rol spelen, hoorden we tijdens interviews. Wordt er bij de benoeming tot vicevoorzitter rekening gehouden of iemand elders voorzitter is en of iemand daarmee aan zijn maximum zit. Een andere kanttekening die we hoorden, is dat een vicevoorzitter een goede relatie moet hebben met de rvb. Het liefst iemand die langer aanwezig is in de rvc zodat een nieuwe voorzitter een belangrijke rol kan hebben bij het inwerken van een nieuwe voorzitter.