Spring naar inhoud

Appendix 1 Toelichting regressieanalyse

Appendix 1 Toelichting regressieanalyse

Regressieanalyse

  • De scores voor basisprofiel en de variaties op het basisprofiel verkrijgen we met behulp van regressieanalyses.
  • In het regressiemodel is de te verklaren variabele (de variabele die gemodelleerd wordt) de score Sij ingevuld door respondent i op een vraag j in de enquête. Deze score Sij = 1 wanneer de respondent volstrekt oneens is met de stelling, = 2 bij oneens, = 3 bij deel oneens/deel eens, = 4 bij eens, = 5 bij volstrekt mee eens.
  • De verklarende variabelen (model variabelen) Dv,i zijn 18 dummy variabelen die de 18 variaties V representeren. De variabele Dv,i is 0 wanneer de respondent i niet scoort op de betreffende variatie V en deze variabele Dv,i is 1 wanneer de respondent i wel scoort op de betreffende variatie V. Bijvoorbeeld de dummy variabele DMKB, i is gelijk aan 1 indien de respondent i de enquête heeft ingevuld vanuit het perspectief van een niet-beursgenoteerd (for-profit) MKB-bedrijf met een balanstotaal ≤ 100 miljoen euro. In alle andere gevallen heeft deze dummy variabele de waarde 0.
  • In tabel A1 zijn de 18 variaties en het basisprofiel op een rij gezet.

Tabel A1 Basisprofiel en 18 variaties op het basisprofiel

  Basisprofiel   18 variaties
       
Type en grootte organisatie * Beursgenoteerd bedrijf (15); balanstotaal, mediaan gemiddelde 5.000 miljoen euro. GB Groot, niet-beursgenoteerd for-profit bedrijf (41); balanstotaal > € 100 miljoen euro; (mediaan gemiddelde 500 miljoen euro.)
    MKB Midden- en kleinbedrijf, niet-beursgenoteerd for-profit bedrijf (21); balanstotaal ≤ € 100 miljoen euro; (mediaan gemiddelde 25 miljoen euro.)
    Fam Familiebedrijf (16); balanstotaal, (mediaan gemiddelde 100 miljoen.)
    Corp Woningcorporatie (21); balanstotaal, mediaan gemiddelde 1.000 miljoen euro.
    Zorg Zorg en welzijnsorganisatie (31); balanstotaal, mediaan gemiddelde 50 miljoen euro.
    OW Onderwijsinstelling (13); balanstotaal, mediaan gemiddelde 50 miljoen euro.
    Cult Cultuurinstelling (18); balanstotaal, mediaan gemiddelde 25 miljoen euro.
    ONP Overig non-profit: stichting, vereniging en overig (22); balanstotaal, mediaan gemiddelde 25 miljoen euro.
       
Rol bij organisatie Gewoon rvc-lid, geen voorzitter, geen lid audit- en/of en/of selectie- en benoemingscommissie, geen rvb-lid elders, geen IA VZ Voorzitter rvc (55)
    HR Commissaris tevens lid remuneratiecommissie en/of selectie- en benoemingscommissie (43)
    rvbEL Commissaris met rvb-positie elders (27)
    AC Commissaris tevens lid auditcommissie (48)
    DIR Rvb-/directielid (22)
    Secr Secretaris van de rvc/rvt (14)
    IA Internal auditor (12)
       
Ervaring Meer dan 4 jaar ervaring in de aangegeven rol
Merv Minder dan 5 jaar ervaring in de aangegeven rol (24)
Leeftijd > 55 jaar Jong Commissaris ≤ 55 jaar (59)
Gender Man VR Vrouw (92)

Regressiemodel

  1. Het volgende regressiemodel schatten we voor de score Sij gegeven door respondent i op vraag j in de enquête.

    Sij = α + βGB,jDGB,i + βMKB,jDMKB,i + βFAM,jDFAM,i + βCorp,jDCorp,i + βZorg,jDZorg,i + βOW,jDOW,i  + βCult,jDCult,i  + βNP,jDNP,i + βVZ,jDVZ,i + βAUD, jDAUD,i +βHR,jDHR,i +βrvbEL, jDrvbEL + βRvB,jDRvB,i + βSecr, jDSecr,i + βIA, jDIA,i + βmerv,jDmerv,i + + βJong,jDJong,i + βVR, jDVR,i + i,j
  1. Voor elke vraag j schatten we de 18 bovengenoemde beta’s βV,j met behulp van een regressiemodel.
  2. Met het regressiemodel verkrijgen we de ‘zuivere’ verschillen tussen de variaties en het basisprofiel. Voorwaarde is wel dat de correlaties tussen de 18 dummy variabelen niet te hoog mogen zijn (zeker wanneer het aantal variabelen van 18 relatief hoog is ten opzichte van het aantal respondenten van 198). Ook is met het regressiemodel een lineaire afhankelijkheid verondersteld tussen de score Sij en de 18 dummy variabelen Dv,i.
  3. De absolute waarden van de correlatiecoëfficiënten in de correlatiematrix voor de 18 variaties blijven in absolute waarde beperkt tot 0.30 of minder. Volgens een vuistregel is dit een veilig bereik om de β’s zuiver te kunnen interpreteren.

Interpretatie regressieresultaten

De coëfficiënten α en βV in het regressiemodel interpreteren we als volgt:

- De constante α geeft de score wanneer alle dummy variabelen 0 zijn. Dit is de score voor het basisprofiel.

- De βV coëfficiënten geven de variaties in de score S aan voor de 18 variaties. Bijvoorbeeld: de score voor een rvc-voorzitter bij een MKB-bedrijf is volgens het regressiemodel: S = α+ βMKB + βVZ.

Voorbeeld

Met de geschatte coëfficiënten α en βV berekenen we eenvoudig de scores voor alle variatie profielen. In de onderstaande tabel geven we een voorbeeld voor de score S met betrekking tot de stelling ‘De rvc vervult haar taak goed inzake de adviesrol’.

Tabel A2 Regressieresultaten voor de scores op de huidige situatie met betrekking tot de stelling 'Ik heb zicht op de rol van de vicevoorzitter'

Tabel A2 Regressieresultaten voor de score S van de huidige situatie met betrekking tot de stelling ‘de rvc vervult haar taak goed inzake de adviesrol’. De score S verklaren we gedeeltelijk met 18 verklarende dummy variabelen (Dv,j), zie de regressievergelijking hierboven. NB In de tabel hieronder hebben we niet alle 18 regressiecoëfficiënten βv weergegeven.

bapr GB MKB Fam OW VZ Jong DIR SECR IA
α βgb βmkb βfam βow βvz βjong βdir βsecr βia
3.5 0.1 0.7 0.6 -0.4 0.2 0.2 -0.3 -0.5 0.3
 

In het basisprofiel is de score S voor de huidige situatie met betrekking tot de stelling gelijk aan 3.5 (dit is de geschatte coëfficiënt α). Variaties op het basisprofiel kunnen we met α en βV berekenen. De geschatte score voor bijvoorbeeld een rvc-voorzitter bij een MKB is dan gelijk aan 3.5(α) + 0.7(βmkb) + 0.2(βVZ)= 4.4. In een vergelijkbare schatting is de score voor een rvb-lid gelijk aan 3.5(α) – 0.3 (βDIR) = 3.2 en voor een secretaris is de score gelijk aan 3.5(α) - 0.5(βSECR) = 3.0.

Nut regressieanalyse

Resultaten relatief ongevoelig voor samenstelling groep respondenten

Het voordeel van deze regressieanalyse is driedelig:

  • De resultaten voor het basisprofiel en haar variaties verkrijgen we zonder dat er respondenten exact aan de profielbeschrijving hoeven te voldoen. Omdat in de regel veel respondenten op één of enkele variaties na voldoen aan het basisprofiel kan toch een nauwkeurige schatting worden gemaakt van de score voor het basisprofiel. Met behulp van de schattingen met het regressie model kunnen scores voor het basisprofiel en de 18 variaties daarop wel achterhaald worden. Dit jaar is het aantal respondenten dat exact aan het basisprofiel voldoet gelijk aan 1.
  • Het significantie niveau van de resultaten is afhankelijk van het aantal respondenten dat scoort op de variaties. Er moet wel voldoende gescoord worden op de variaties om betrouwbare resultaten te verkrijgen. In tabel A1 is zichtbaar hoeveel respondenten “scoren” op de verschillende variaties. Het minimum aantal scores op een variatie is gezet op 9.

Invloed van variaties zijn bijna ‘zuiver’ te bepalen

  • We kunnen de ‘zuivere’ (of netto) invloeden van de 18 variaties bepalen. Bijvoorbeeld wanneer we gemiddelde scores van beursgenoteerde bedrijven vergelijken met die van niet-beursgenoteerde bedrijven, is het de vraag of de verschillen toe te schrijven zijn aan het niet beursgenoteerd zijn of dat het ligt aan de gemiddeld kleinere omvang van de niet-beursgenoteerde bedrijven. In dit geval kunnen we de zuivere relatie niet vaststellen.

    Met behulp van een regressieanalyse (en nagenoeg onafhankelijke variaties en een complete set aan variaties) kunnen de 'zuivere' relaties wel worden vastgesteld door deze te 'controleren' voor 'concurrerende' variabelen. De geschatte regressie coëfficiënten βV representeren dan nagenoeg de 'zuivere' effecten.