Spring naar inhoud

Digital, AI

Samenvatting

Wenselijke situatie
Bij het basisprofiel valt geen enkele stelling in de klassen met de hoogste mate van instemming. De meeste stellingen vinden we in de klasse ‘min of meer mee eens’ (3.5 ≤ score < 4.0). Twaalf van de veertien om precies te zijn.

De procentueel meest gedeelde opvattingen (score veelal ≥ 4.0) door de benchmarks zijn:
    • in onze organisatie is beleid opgesteld hoe om te gaan met AI (zoals ChatGPT) (65 procent van de benchmarks ‘duidelijk mee eens’)
    • de rvb heeft voldoende in beeld wat de voordelen zijn van AI (59 procent van de benchmarks ‘duidelijk mee eens)
Daarnaast zijn alle benchmarks het (volstrekt) oneens met de stelling dat voor de herijking van de doelstellingen en strategie van de organisatie door de rvc moet worden verboden dat het management gebruik maakt van AI (zoals ChatGPT).

Met name bij de stelling ‘algoritmes mogen in onze organisatie alleen beslissingsondersteunend zijn’ lopen de meningen tussen de benchmarks sterk uiteen. En in iets mindere mate geldt dat ook voor de stelling ‘onze organisatie is bezig toepassingen van AI binnen de organisatie te ontwikkelen’. Niet iedereen vindt het even wenselijk dat de organisatie zich daar bezig mee gaat houden.

Veranderwensen
Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met 69 procent hoog. Bij negen van de veertien stellingen hebben minstens tien benchmarks een veranderwens. Aan kop vinden we dat de rvc voldoende in beeld moet hebben wat de voordelen zijn van AI en dat de rvc goed in beeld moet hebben dat checks and balances rond AI gebruik op orde zijn. Zestien benchmarks vinden dat dat beter moet.
De stellingen met weinig veranderwensen zijn die over het ontwikkelen van AI-toepassingen door de organisatie (5), het operationeel hebben van AI-toepassingen (6) en het alleen beslissingsondersteunend zijn van algoritmes (6).

Huidige situatie
Bij het basisprofiel valt geen enkele stelling in de klasse ‘duidelijk mee eens’ qua instemming.
In de klasse ‘min of meer mee eens’ (3.5 ≤ score < 4.0) vinden we twee van de veertien stellingen, namelijk dat de organisatie bezig is toepassingen van AI binnen de organisatie te ontwikkelen en dat in de organisatie beleid is opgesteld hoe om te gaan met AI (zoals ChatGPT). Bij de helft van het aantal voorgelegde stellingen neigt het basisprofiel naar instemming. 
In de huidige situatie is bij geen enkele stelling meer dan de helft van de benchmarks het minimaal ‘duidelijk eens’. Omgekeerd zien we ook maar bij één stelling dat alle benchmarks, het ‘(volstrekt) oneens’ zijn met één stelling en wel dat voor de herijking van de doelstellingen en strategie van de organisatie door de rvc verboden moet worden dat het management gebruik maakt van AI (zoals ChatGPT).


Historische vergelijking
Wenselijke situatie
Bij het basisprofiel zijn er maar drie grote verschillen. Het is wenselijker geworden dat de rvc voldoende overzicht heeft over waar in de organisatie algoritmes worden gebruikt. Daarnaast is het niet meer zo dat algoritmes alleen beslissingsondersteunend mogen zijn. De instemming is verder eveneens gezakt bij de stelling dat de organisatie voldoende in beeld heeft wat de voordelen zijn van AI.
Bij GB en MKB zijn de verschillen tussen de 2023 en 2025 beperkt tot drie en twee. Bij Corp en Zorg zien we meer verschillen. Die laatste heeft bij bijna alle stellingen meer instemming dan in 2023. Bij Corp geldt dat voor vijf stellingen.
    
Verbeterwensen
In 2023 waren nagenoeg bij elke benchmark bij elke stelling veranderwensen te zien. In de meeste gevallen urgent van aard. In 2025 zien we nog steeds heel veel veranderwensen. Wel zien we dat veel van de urgente veranderwensen in 2023 verandert zijn in forse veranderwensen in 2025. Ook heeft een aantal benchmarks in 2025 minder veranderwensen dan in 2023. Bij de bedrijfsbenchmarks is dat bijvoorbeeld het beursgenoteerde bedrijf (basisprofiel), bij de persoonsgebonden benchmarks zijn dat rvbEL, VR en VZ. 
    
Huidige situatie
We zien in de vergelijking tussen 2023 en 2025 dat de instemming bij de stelling over bijna de hele linie is gestegen. Dat wil niet zeggen dat anno 2025 men het overal duidelijk eens is, de scores lagen in 2023 namelijk zeer laag.

Onderzoeksvraag

Aan de respondenten zijn veertien aan AI gerelateerde stellingen voorgelegd. Dit is voor een groot deel van de stellingen de tweede keer dat we ze voorleggen. We kunnen daarom een vergelijking maken met 2023.
Gebruikt is de 5-puntsschaal met: 1 = volstrekt oneens, 2 = oneens, 3 = deels oneens/deels eens, 4 = eens en 5 = volstrekt mee eens.

10.1Wenselijke situatie

.

Basisprofiel: ‘min of meer mee eens’ met gros stellingen

Gewenste situatie basisprofiel

Bij het basisprofiel zit geen enkele stelling in de klassen met de hoogste mate van instemming, ‘volstrekt eens’ (score ≥ 4.5) of in ‘duidelijk mee eens’ (4.0 ≤ score < 4.5). 

 

De meeste stellingen vinden we in de klasse ‘min of meer mee eens’ (3.5 ≤ score < 4.0). Twaalf van de veertien om precies te zijn.
Dat algoritmes in de organisatie alleen beslissingsondersteunend zijn, daar is het basisprofiel het ‘deels mee oneens/deels mee eens’.

Gebruik AI voor management: niet verboden

De rvc moet het management niet verbieden om gebruik te maken van AI (zoals ChatGPT) voor de herijking van de doelstellingen en strategie van de organisatie.

Draagvlak: hoe breed delen de benchmarks de wenselijkheid?

Redelijke mate van overeenstemming onder de benchmarks

De procentueel meest gedeelde opvattingen (score veelal > 4.0) door de benchmarks zijn:
    • in onze organisatie is beleid opgesteld hoe om te gaan met AI (zoals ChatGPT) (65 procent ‘duidelijk mee eens’)
    • de rvb heeft voldoende in beeld wat de voordelen zijn van AI (59 procent ‘duidelijk mee eens’)

Daarnaast zijn alle benchmarks het er  ‘mee oneens’ of ‘volstrekt mee oneens’ met de stelling dat voor de herijking van de doelstellingen en strategie van de organisatie door de rvc moet worden verboden dat het management gebruik maakt van AI (zoals ChatGPT).

 

Met name bij de stelling ‘algoritmes mogen in onze organisatie alleen beslissingsondersteunend zijn’ lopen de meningen tussen de benchmarks sterk uiteen. En in iets mindere mate geldt dat ook voor de stelling ‘onze organisatie is bezig toepassingen van AI binnen de organisatie te ontwikkelen’. Niet iedereen vindt het even wenselijk dat de organisatie zich daarmee bezig gaat houden.

Andere benchmarks vergeleken met het basisprofiel

.

Grote mate overeenstemming van GB en MKB met basisprofiel

Bedrijfsbenchmarks

Bij GB en MKB in de profitsector is sprake van een redelijke mate van overeenstemming met het basisprofiel. GB heeft meer instemming dat de organisatie beleid moet opstellen hoe om te gaan met AI. Daarnaast is GB het min of meer eens met de stelling dat algoritmes in de organisatie alleen beslissingsondersteunend mogen zijn.
Bij deze laatste mate van instemming van GB sluit MKB aan. MKB heeft daarnaast een grotere instemming dat de rvc goed in beeld heeft dat de checks and balances rond AI-gebruik op orde zijn.
Daarentegen heeft MKB minder instemming voor het zelf ontwikkelen van AI-toepassingen en het operationeel hebben van diverse AI-toepassingen.

Corp, Zorg, Cult en ONP duidelijk meer instemming dat algoritmes alleen beslissingsondersteuning mogen zijn

In de non-profitsector is het bij Corp en Zorg ook rustig qua materiële afwijkingen van het basisprofiel. Corp is het ‘min of meer eens’ dat algoritmes alleen beslissingsondersteunend mogen zijn. Zorg is het daar ‘duidelijk mee eens’. Daarnaast is Zorg van mening dat de organisatie zich niet bezig moet gaan houden met ontwikkelen van AI-toepassingen of deze binnen drie jaar operationeel moet hebben. Ook ONP wijkt slechts driemaal materieel af van het basisprofiel waarvan één keer met minder instemming voor het inkopen van AI-toepassingen.
Cult daarentegen wijkt zes keer materieel af, waarvan één keer minder instemming voor het zelf ontwikkelen van AI-toepassingen.

.

Grote instemming met basisprofiel

Persoonsgebonden benchmarks

Bij de persoonsgebonden benchmarks bij de commissarissen zien we ook veel overeenstemming met de opvattingen van het basisprofiel. AC, VR en Merv wijken materieel niet af, HR en Jong beide één keer.
VZ en rvbEL zijn het er ‘duidelijk mee eens’ dat de organisatie zelf AI-toepassingen moet gaan ontwikkelen en operationeel moet hebben. Verder ‘neigt’ rvbEL ‘naar instemming’ dat algoritmes alleen beslissingsondersteunend mogen zijn.

 

Dat geldt niet voor het aantal afwijkingen bij de niet-commissarissen. Dat is substantieel. Opvallend is dat DIR , evenals Jong, van alle benchmarks het meest afwijzend staat ten aanzien van de stelling dat algoritmes alleen beslissingsondersteunend mogen zijn. Zowel DIR, Secr als IA zijn van mening dat de rvc en rvb goed in beeld moeten hebben wat de nadelen zijn van AI. Verder zijn alle drie het er ook ‘duidelijk mee eens’ dat de organisatie eigen AI-toepassingen moet gaan ontwikkelen en dat de organisatie al diverse AI-toepassingen operationeel heeft. Het basisprofiel is het met deze vier stellingen ‘min of meer mee eens’. DIR en Secr hebben ook een grotere instemming dan het basisprofiel dat ook de organisatie goed in beeld moet hebben wat de nadelen zijn van AI.
Voor Secr geldt die hogere mate van instemming ook voor het beeld van de organisatie, rvb en rvb wat betreft de voordelen van AI. Verder wijkt IA nog tweemaal positief af en Secr eenmaal positief en eenmaal negatief.

10.2Veranderwensen en huidige situatie

.

Basisprofiel: bij negen van de veertien stellingen verbeterwensen

Basisprofiel

Het basisprofiel heeft bij negen van de veertien stellingen verbeterwensen. Onder andere dat zowel de organisatie, de rvb en de rvc beter in beeld moeten krijgen wat de voor- en de nadelen zijn van AI. Daarnaast moet de organisatie een beter overzicht krijgen over waar in de organisatie algoritmes worden gebruikt en beter in beeld krijgen dat checks and balances rond het gebruik van AI gebruik op orde zijn. Als laatste is er ook nog een verbeterwens bij de stelling over het inkopen van AI-toepassingen.

.

Hoog overall veranderpercentage

Andere benchmarks

Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met 69 procent hoog. De scores van die veranderingen liggen in de wenselijke situatie niet allemaal boven de 3.2. Dat betekent dat een deel een bespreekbaar punt is (score < 3.2). Voor de bedrijfsbenchmarks in totaal is het veranderpercentage 90 procent. De profitsector heeft een iets lager veranderpercentage dan de non-profitsector (86 om 93 procent).
Voor de persoonsgebonden benchmarks is het overall veranderpercentage 54 procent, waarbij de commissarissen en niet-commissarissen wat uit elkaar liggen met respectievelijk 50 en 63 procent.

.

Zeer veel en vaak urgente veranderwensen 

Bedrijfsbenchmarks

In de profitsector heeft het MKB overal veranderwensen en GB bij dertien van de veertien stellingen. Veel van die veranderwensen zijn verbeterwensen en veelal ook nog eens urgent van aard.

Zeer veel en vaak urgente veranderwensen

Ook bij de benchmarks in de non-profitsector zien we nagenoeg alleen maar urgente veranderwensen, die men vaak deelt. Zorg heeft overal veranderwensen. Bij Corp, Cult en ONP is dat niet zo bij de stelling over het beslissingsondersteunend zijn van algoritmes. Bij ONP betreft dit laatste ook nog het zelf bezig zijn met ontwikkelen van AI-toepassingen. 

.

Vooral Merv en HR veel verbeterwensen

Persoonsgebonden benchmarks

Bij de commissarissen is het beeld iets rustiger. RvbEL met twee en VR met vier vormen de bodem. HR met elf en Merv met tien veranderwensen vormen de top. Waarbij acht verbeterwensen van Merv urgent zijn. Opvallend is dat AC als enige commissarisbenchmark een veranderwens heeft bij de stelling dat de rvc moet verbieden dat management gebruik maakt van AI bij de herijking van doelstellingen en strategie. In de wenselijke situatie is dit namelijk nog veel ongewenster dan in de huidige situatie. Overigens is dezelfde ontwikkeling waar te nemen bij DIR en IA.

DIR en Secr: rvc moet zich meer verdiepen in AI

Bij de niet-commissarissen zien we dat DIR vijf urgente verbeterwensen heeft en vijf forse (waarvan twee overkwalificaties). Overigens zijn de twee overkwalificaties een bespreekbaar geworden punt. Zowel met betrekking tot een verbod door de rvc op het gebruik van AI voor een herijking van doelstellingen en strategie als met betrekking tot het alleen gebruiken van algoritmes voor beslissingsondersteuning wijst DIR dat nog sterker af in de wenselijke situatie dan in de huidige situatie. Secr heeft twee urgente verbeterwensen en zes forse verbeterwensen. DIR en Secr delen hun urgente verbeterwensen voor een rvc die een beter overzicht heeft over waar in de organisatie algoritmes worden gebruikt en voor de wens dat de rvc beter in beeld moet krijgen wat de voordelen zijn van AI.
De IA heeft ‘slechts’ vijf veranderwensen, waaronder dat organisatie, rvb en rvc beter in de gaten moeten krijgen wat de voordelen zijn van AI.

.

Zeer veel gedeelde veranderwensen

Gedeelde veranderwensen

Bij tien van de veertien stellingen hebben minstens tien benchmarks een veranderwens. Aan kop vinden we dat de rvc voldoende in beeld moet hebben wat de voordelen zijn van AI en dat de rvc goed in beeld moet hebben dat checks and balances rond AI-gebruik op orde zijn. Zestien benchmarks vinden dat dit beter moet.

De stellingen met weinig veranderwensen zijn die over het ontwikkelen van AI-toepassingen door de organisatie (5), het operationeel hebben van AI-toepassingen (6) en het alleen beslissingsondersteunend zijn van algoritmes (6), het alleen beslissingsondersteunend zijn van algoritmes (6) en het hebben opgesteld van beleid hoe om te gaan met AI (7).

Huidige situatie

Weinig instemming bij veertien stellingen

Bij het basisprofiel valt geen enkele stelling in de klasse ‘duidelijk mee eens’ qua instemming.
In de klasse ‘min of meer mee eens’ (3.5 ≤ score < 4.0) vinden we twee van de veertien stellingen, namelijk dat de organisatie bezig is toepassingen van AI binnen de organisatie te ontwikkelen en dat in de organisatie beleid is opgesteld hoe om te gaan met AI (zoals ChatGPT).

Bij zeven stellingen neigt het basisprofiel naar instemming en vier stellingen zitten in de ‘deels mee oneens/deels mee eens’ klasse.

Dat voor de herijking van de doelstellingen en strategie van de organisatie door de rvc moet worden verboden dat het management gebruik maakt van AI (zoals ChatGPT) wijst men ronduit af.

In totaal 5 procent van de opties score ≥ 4.0

In de huidige situatie is bij geen enkele van de veertien stellingen meer dan de helft van de benchmarks het minimaal ‘duidelijk eens’. Omgekeerd zien we ook maar bij één stelling dat een meerderheid, alle benchmarks, het er ‘mee oneens’ of ‘volstrekt mee oneens’ is. Dat gaat om de stelling dat voor de herijking van de doelstellingen en strategie van de organisatie door de rvc verboden moet worden dat het management gebruik maakt van AI (zoals ChatGPT).


In totaal heeft 5 procent van de opties een score ≥ 4.0. In de wenselijke situatie is dat 26 procent. Wanneer we de grens bij een score van 3.5 leggen, scoort in de huidige situatie 23 procent boven die grens tegen 84 procent in de wenselijke situatie.

 

Er is een aantal stellingen waarbij de standaarddeviatie behoorlijk groot is. Dat is soms logisch, bijvoorbeeld over het door een organisatie zelf ontwikkelen van AI-toepassingen en/of operationeel hebben. Soms is dat minder logisch bijvoorbeeld bij de stelling ‘in onze organisatie is beleid opgesteld hoe om te gaan met AI (zoals ChatGPT)’. Dat moet inmiddels toch wel standaard aanwezig zijn? De scores zijn bij veel bedrijfsbenchmarks nog behoorlijk laag. Ook de instemming bij het zicht dat de rvc heeft over waar in de organisatie algoritmes worden gebruikt en of de check and balances rond het AI-gebruik op orde zijn lopen uiteen.

Historische vergelijking 2023-2025

Wenselijke situatie

Bij het basisprofiel zijn er maar drie grote verschillen. Het is wenselijker geworden dat de rvc voldoende overzicht heeft van waar in de organisatie algoritmes worden gebruikt. Daarnaast is het niet meer zo dat algoritmes alleen beslissingsondersteunend mogen zijn. De instemming is verder eveneens gezakt bij de stelling dat de organisatie voldoende in beeld heeft wat de voordelen zijn van AI.

Bij GB en MKB zijn de verschillen tussen de 2023 en 2025 beperkt tot drie en twee. Bij Corp en Zorg zien we meer verschillen. Die laatste heeft bij bijna alle stellingen meer instemming dan in 2023. Bij Corp geldt dat voor vijf stellingen.

Verbeterwensen

In 2023 waren nagenoeg bij elke benchmark bij elke stelling veranderwensen te zien. In de meeste gevallen urgent van aard. In 2025 zien we nog steeds heel veel veranderwensen. Wel zien we dat veel van de urgente veranderwensen in 2023 verandert zijn in forse veranderwensen in 2025. Ook hebben een aantal benchmarks in 2025 minder veranderwensen dan in 2023. Bij de bedrijfsbenchmarks is dat bijvoorbeeld het beursgenoteerde bedrijf (basisprofiel), bij de persoonsgebonden benchmarks zijn dat rvbEL, VR en VZ. 

Huidige situatie

We zien in de vergelijking tussen 2023 en 2025 dat de instemming met de stellingen over bijna de hele linie is gestegen. Dat wil niet zeggen dat anno 2025 men het overal ‘duidelijk eens’ is, de scores lagen in 2023 namelijk zeer laag.

10.3Enige bespiegelingen/vragen/kanttekeningen

Heeft DIR zorgen over AI-kennis/ervaring rvc of is er een governance probleem?

Samen met de commissaris die lid is van de auditcommissie heeft de rvb de sterkste afwijzing van het verbod door de rvc om AI te gebruiken bij de herijking van de doelstellingen en strategie. Evenals bij commissaris die lid is van de auditcommissie en internal auditor is deze afwijzing fors toegenomen ten opzichte van de huidige situatie. Ook staat de rvb veel meer dan de andere benchmarks afwijzend ten aanzien van de stelling dat algoritmes alleen beslissingsondersteunend mogen zijn. Dit laatste wordt ondersteund door de jongere commissaris. Wij vragen ons af wat de reden voor de rvb is om in dit opzicht zo’n uitgesproken mening te hebben. In eerste instantie denken we dat deze wellicht gelegen is in een opvatting over corporate governance, waarbij een rvb vindt dat dit een operationele zaak is, waarover de rvb gaat en niet de rvc. De stelligheid van de afwijzing wijst er wellicht op dat bij sommige organisaties de rvc in dwingende termen wat ‘nadrukkelijker adviseert’ op te passen voor de gevaren van AI en algoritmes. En minder oog heeft voor de mogelijkheden/voordelen van AI.
Het kan ook zijn dat de rvb het gevoel heeft dat de rvc op het gebied van AI en algoritmes nog een grote inhaalslag moet maken. De rvb schat zowel inzicht in de voordelen als in de nadelen van AI structureel lager in bij de rvc dan bij de rvb. Voor zichzelf vindt de rvb dat zij op dit gebied nog forse verbeteringen moet realiseren, maar voor de rvc is dat ook nog urgent. 

Wij kunnen ons wel wat voorstellen bij de opvattingen van de rvb. Sinds de start van ons onderzoeken in 2008 constateren wij dat commissarissen zelf vinden dat zij op het gebied van ICT, digitalisering, cyberveiligheid en AI het nodige moeten verbeteren. En dat is eigenlijk structureel van jaar op jaar het geval.
WAAROM GEBEURT HET DAN NIET?