Spring naar inhoud

Risicomanagement, betrokkenheid rvc bij identificatie bijdrage organisatie aan crisisbeheersing

Samenvatting

Wenselijke situatie

Bij het basisprofiel zien we geen instemming om in de nabije toekomst als rvc actief bij te gaan dragen aan het identificeren van een mogelijke bijdrage van de organisatie aan crisisbeheersing op welk niveau dan ook.
Bij alle vier de stellingen neigt telkens minimaal de helft van de benchmarks naar afwijzing of is het er duidelijk mee oneens (score <2.8):
• nationaal niveau (73 procent van de benchmarks)
• lokaal niveau (67 procent van de benchmarks)
• internationaal niveau (62 procent van de benchmarks)
• regionaal niveau (60 procent van de benchmarks)

Dat betekent dat er ook een deel van de benchmarks overblijft die wat meer instemming heeft met de vier stellingen. GB en MKB zijn bijvoorbeeld wat positiever gestemd, met name als het gaat over het als rvc actief betrokken zijn bij het identificeren van een mogelijke bijdrage van de organisatie aan crisisbeheersing op lokaal en regionaal niveau. Ook Corp is het 'min of meer eens' dat de rvc actief betrokken moet zijn bij het identificeren van een mogelijke bijdrage van de organisatie aan crisisbeheersing op lokaal niveau. Corp 'neigt naar instemming' als het gaat over het regionaal niveau.

Veranderwensen
De instemming mag dan niet al te hoog zijn, de stellingen hebben veel mensen aan het denken gezet gezien het hoge veranderpercentage en de vele veranderwensen. 
De meeste veranderwensen zien we op het lokale, regionale en nationale niveau met elk dertien of veertien benchmarks die daar een verander- of verbeterwens hebben.

Huidige situatie
Bij het basisprofiel vallen alle vier de stellingen in de ‘(volstrekt) mee oneens’ sfeer. Verder neigt geen van de andere benchmarks ook maar naar instemming. De ‘hoogste’ score qua instemming zien we bij Corp. Deze zit in de klasse ‘deels oneens/deels eens’ als het gaat over het lokale en regionale niveau.

Onderzoeksvraag

Aan de respondenten zijn vier niveaus voorgelegd met betrekking tot risicomanagement en gericht op de vraag of de rvc een actieve rol moet hebben bij het identificeren van een mogelijker bijdrage van de organisatie aan crisisbeheersing. We hebben deze stellingen niet eerder voorgelegd en hebben daarom geen vergelijkingsmateriaal uit eerdere jaren.
We hebben de 5-puntsschaal gebruikt met: 1 = volstrekt oneens, 2 = oneens, 3 = deels oneens/deels eens, 4 = eens en 5 = volstrekt mee eens.

6.1Wenselijke situatie

.

Basisprofiel: niet wenselijk om als rvc bij te dragen

Basisprofiel

Bij het basisprofiel zien we geen instemming om in de nabije toekomst als rvc bij te gaan dragen aan het identificeren van een mogelijke bijdrage van de organisatie aan crisisbeheersing op welk niveau dan ook.

Draagvlak: hoe breed delen de benchmarks de wenselijkheid?

Weinig steun voor bijdrage rvc aan identificeren mogelijke bijdrage van organisatie aan crisisbeheersing

Er zijn geen stellingen waarbij minimaal de helft van de benchmarks het ‘duidelijk mee eens’ is (score > 4.0). Er is zelfs geen enkele individuele benchmark die die score neerzet.
Daarentegen is bij alle vier de stellingen telkens sprake van minimaal de helft van de benchmarks dat neigt naar afwijzing of het duidelijk oneens is (score <2.8):
• nationaal niveau (73 procent van de benchmarks)
• lokaal niveau (67 procent van de benchmarks)
• internationaal niveau (62 procent van de benchmarks)
• regionaal niveau (60 procent van de benchmarks)

.

GB en MKB enthousiaster ten aanzien van lokaal en regionaal niveau dan basisprofiel

Bedrijfsbenchmarks

In de profitsector zien we dat Fam min of meer aansluit bij de afwijzende houding van het basisprofiel. GB en MKB zijn daarentegen wat positiever gestemd, met name als het gaat over het als rvc actief betrokken zijn bij het identificeren van een mogelijke bijdrage van de organisatie aan crisisbeheersing op lokaal en regionaal niveau. GB is het daar min of meer mee eens en MKB neigt naar instemming.
De instemming ten aanzien van het nationale en internationale niveau is bij beide weliswaar hoger dan het basisprofiel, maar zit alsnog in de klasse ‘deels mee oneens/deels mee eens’.

In non-profitsector ‘meeste’ instemming bij Corp

In de vergelijking met de benchmarks in de non-profitsector zien we dat Corp het er ‘min of meer eens’ is dat de rvc actief betrokken moet zijn bij het identificeren van een mogelijke bijdrage van de organisatie aan crisisbeheersing op lokaal niveau. Corp ‘neigt naar instemming’ als het gaat over het regionaal niveau. Zorg is het deels oneens/deels eens als het gaat over een lokaal niveau, ONP neigt daarbij naar instemming. Bij de andere niveaus zitten Corp, Zorg en ONP in de klasse ‘deels mee oneens/deels mee eens’ of lager (afwijzend).

.

Amper tot geen steun onder commissarissenbenchmarks

Persoonsgebonden benchmarks

Bij de commissarissen zien we grotendeels hetzelfde als bij het basisprofiel. Voor het grootste deel een afwijzing van de stellingen. Een enkele benchmark scoort hoger dan het basisprofiel, maar veel hoger dan de klasse ‘deels mee oneens/deels mee eens’ wordt dat niet.

Bij de niet-commissarissen zien we dat DIR het ‘duidelijk oneens’ is met alle vier niveaus.

OW en Cult hadden te weinig waarnemingen om mee te nemen.

Secr en IA hadden te weinig waarnemingen.

6.2Veranderwensen en huidige situatie

.

Alle vier bespreekbare punten

Basisprofiel

Het basisprofiel heeft bij alle vier de niveaus veranderwensen. Gezien de scores in de wenselijke situatie betreffen dit allemaal bespreekbare punten.

.

Overall veranderpercentage van 84 procent zeer hoog

Andere benchmarks

Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met 84 procent zeer hoog. De scores van die veranderingen liggen in de wenselijke situatie voor het merendeel niet boven de 3.2. Dat betekent dat niet alle veranderwensen ook verbeterwensen zijn, maar voor een groot deel bespreekbare punten. Voor de bedrijfsbenchmarks in totaal is het percentage 92 procent. De profitsector heeft een hoger veranderpercentage dan de non-profitsector (100 om 82 procent).
Voor de persoonsgebonden benchmarks is het overall veranderpercentage 78 procent, waarbij de commissarissen een veranderpercentage van 82 procent hebben en de niet-commissarissen 50 procent.

.

Overal (urgente) veranderwensen

Bedrijfsbenchmarks

In de profitsector heeft GB drie verbeterwensen en één bespreekbaar punt. MKB heeft twee verbeterwensen en twee bespreekbare punten. Fam heeft drie bespreekbare punten. 

Veelal urgente veranderwensen in non-profitsector

Ook bij de benchmarks in de non-profitsector zien we veel, vooral urgente bespreekbare punten, die men veelal deelt. Corp heeft twee verbeterwensen voor lokaal en regionaal niveau en ONP één voor lokaal niveau. De andere veranderwensen bij Corp Zorg en ONP zijn alle bespreekbare punten.

Waarbij aangetekend dat OW en Cult bij deze vier stellingen te weinig waarnemingen hebben.

.

Voor commissarissen bespreekbaar maken

Persoonsgebonden benchmarks

Bij de commissarissen zien we dat men weinig heil ziet in een actieve rol van de rvc, maar ook weer niet helemaal. Bijna overal zijn tenslotte veranderwensen te zien. Dat betekent dat commissarissen aangeven dat het misschien wel eens besproken moet worden.

Bij de niet-commissarissen heeft DIR een veranderwens en een overkwalificatie. Gezien de score in de wenselijke situatie zijn die beide niet relevant.

.

Gedeelde veranderwensen

De meeste veranderwensen zien we op het lokale, regionale en nationale niveau met elk dertien of veertien benchmarks die daar een verander- of verbeterwens hebben.

Huidige situatie

Basisprofiel oneens met stellingen

Bij het basisprofiel vallen alle vier de stellingen in de (volstrekt) oneens sfeer.

In totaal 0 procent van de opties score ≥ 4.0

In de huidige situatie neigt geen van benchmarks ook maar naar instemming.

In totaal heeft 0 procent van de opties een score ≥ 4.0. In de wenselijke situatie is dat ook 0 procent. Wanneer we de grens bij een score van 3.5 leggen, scoort in de huidige situatie 0 procent boven die grens tegen 5 procent in de wenselijke situatie.

Bij de bedrijfsbenchmarks zien we de ‘hoogste’ score qua instemming bij Corp. Deze zit in de klasse ‘deels mee oneens/deels mee eens’ als het gaat over het lokale en regionale niveau.
Bij de persoonsgebonden benchmarks en de niet-commissarissen is niemand met enige mate van instemming te bespeuren. 

6.3Enige bespiegelingen/vragen/kanttekeningen

Actieve betrokkenheid rvc bij identificatie mogelijke bijdrage van organisatie/bedrijf bij geopolitieke risicobeheersing op diverse niveaus niet gewenst, maar hoelang nog?

In grote lijnen vinden nagenoeg alle benchmarks dat de rvc zich zeer terughoudend moet opstellen bij het identificeren van een mogelijke bijdrage van hun organisatie aan risicobeheersing bij geopolitieke risico’s. Impliciet zegt men daarmee waarschijnlijk dat dit primair de taak van de rvb is. Als uitgangspunt denken wij dat deze opvatting in algemene termen corporate governance technisch gezien juist is. De vraag is evenwel of er tegenwoordig geen sprake is van een uitzonderlijke situatie, die je tot op zekere hoogte ook aan kon zien komen. In dergelijke uitzonderlijke situaties is het alle hens aan dek en is een innigere relatie tussen rvb en rvc niet ongezond en wellicht zelfs wenselijk. Bovendien is een aantal van de risico’s voor menig bedrijf te groot om dit alleen op te lossen. Commissarissen zouden die bredere blik moeten hebben om meer oog te hebben voor een bedrijfsoverstijgende aanpak. Daarbij kunnen allerlei opties relevant zijn zowel lokaal, regionaal, nationaal als internationaal. En hoe eerder en/of sneller dit inzicht daar is en men dit omzet in daden, hoe groter de kans dat men een deel van de geopolitieke risico’s kan beheersen. Maar met niets doen en alleen maar praten zal de uitkomst helder zijn: ‘einde oefening’.

DIR mordicus tegen betrokkenheid rvc op welk niveau dan ook. Kan dat nu?

Zeer opvallend is het standpunt van DIR: zowel in de huidige als de wenselijke situatie absoluut geen betrokkenheid van de rvc’s. Het is er niet en moet beslist zo blijven. Dit standpunt doet haast vermoeden dat naast een corporate technische overweging DIR niet onder de indruk is van de mogelijke toegevoegde waarde van de rvc op dit terrein. Misschien wordt de rvc zelfs als een stoorzender ervaren. Of is het zo dat het impliciete antwoord van DIR is dat zij geopolitiek niet als een risico zien of misschien niet als een beheersbaar risico? Als hun gedachten zich primair beperken tot de mogelijkheden van hun eigen bedrijf, dan kunnen wij ons daarbij iets voorstellen. Maar daarmee realiseren zij zich niet of onvoldoende dat samenwerking in de ruimste zin leidt tot meer massa en meer macht om iets te bereiken. Aan een DIR die struisvogelpolitiek bedrijft, hebben we niets. En als een dergelijke opstelling zich ook manifesteert bij de rvc, dan komen we uit bij ‘de blinde en de lamme’ die elkaar moeten leiden. Menigeen wil dat onze (landelijke) politici over hun eigen schaduw stappen. Maar geldt dat ook niet voor menig rvb- en/of rvc-lid?

Commissaris bezig om wakker te worden in verband met geopolitiek risico

Het overall veranderpercentage bij dit onderdeel van het onderzoek is zeer hoog. Maar het gros van de veranderwensen valt in de categorie urgent bespreekbaar geworden punt. Onze jarenlange onderzoeken hebben laten zien dat bespreekbaar geworden punten geregeld leiden tot daadwerkelijke veranderingen. Alleen de doorlooptijd is vaak wel erg lang. Hopelijk krijgen de commissarissen en rvb-leden in tegenstelling tot het verleden nu zeer snel een prangend gevoel voor de sense of urgency om haast te maken om geopolitieke risico’s te adresseren. Niet wachten, maar samen de schouders eronder.

.