Samenvatting
In de zomer en herfst van 2025 vond de 18e editie van het Grant Thornton commissarissen benchmarkonderzoek van Board in Balance en Herbert Rijken plaats. Dit onderzoek heeft een vergelijkbare aanpak als de voorgaande jaarlijkse onderzoeken. In totaal zijn 198 vragenlijsten voldoende ingevuld om te gebruiken in de kwantitatieve analyse. Hiervan vulden 150 commissarissen, 22 rvb-/directieleden, 14 secretarissen van rvc’s en 12 internal auditors deze in. Een deel van de vragenlijsten is ingevuld in combinatie met een persoonlijk interview. Dit jaar hebben we 113 persoonlijke interviews afgenomen. De overige vragenlijsten zijn via een webbased vragenlijst ingevuld.
Voor de verwerking van de resultaten hebben we een regressieanalyse toegepast.
Grant Thornton was dit jaar voor het 16e jaar op rij de hoofdsponsor van het onderzoek. iWink is voor het derde jaar co-sponsor.
Ook werkten we dit jaar weer met een basisprofiel (gemakshalve het beursgenoteerde bedrijf genoemd) en achtttien profielen/andere benchmarks. De benchmarks verdelen we in bedrijfsbenchmarks (groot niet-beursgenoteerd bedrijf, familiebedrijf, MKB, woningcorporatie, zorgorganisatie, onderwijsorganisatie, culturele organisatie en overige non-profitorganisaties) en persoonsgebonden benchmarks (voorzitter rvc, jongere commissaris, vrouwelijke commissaris, commissaris lid van de auditcommissie, commissaris lid van de remuneratiecommissie en/of selectie-benoemingscommissie, een commissaris met minder dan vijf jaar ervaring en een commissaris die elders in een rvb zit) en drie niet-commissarissen benchmarks namelijk rvb-/directieleden, secretarissen van rvc’s en internal auditors. Omdat we de secretarissen en de internal auditors minder vragen hebben voorgelegd dan de commissarissen doen we alleen bij een beperkt aantal vragen verslag van hun opvattingen.
Ook dit jaar zijn we, naast dat we benieuwd zijn hoe respondenten tegen de huidige situatie aan kijken, ook benieuwd of ze daar tevreden mee zijn en/of dat ze van mening zijn dat zaken anders moeten in de nabije toekomst.
Het basisprofiel
Het basisprofiel:
• is commissaris bij een beursgenoteerde onderneming
• is een gewoon rvc-lid en geen voorzitter van de rvc
• is meer dan vier jaar ervaring met een commissariaat
• heeft geen rvb-positie elders
• is ouder dan 55 jaar
• is man
• is geen lid van de auditcommissie
• is geen lid van de remuneratiecommissie en/of selectie-benoemingscommissie
Inhoud eerste deelrapport
Dit rapport vormt het eerste deel van het onderzoek. Hier gaan we in op de resultaten van de vier rvc-rollen, de resultaten van de verschillende vragen over risicomanagement en de antwoorden die respondenten hebben gegeven over een HR-deel, digitalisering (met name AI) en over ESG.
Aan het eind van het rapport geven we in de appendix een toelichting op de gehanteerde regressieanalyse.
Overzicht veranderwensen onderzoek 2025-2026
Het verschil in scores tussen de huidige en de gewenste situatie leidt tot een veranderwens en vaak een verbeterwens. Het overall gemiddelde veranderpercentage van alle benchmarks in dit onderzoek is 46 procent. Dat zit aan de hogere kant in vergelijking met de overall percentages van de onderzoeken in de afgelopen jaren.
De benchmarks met de hoogste overall veranderpercentages dit jaar zijn:
- persoonsgebonden benchmarks: de commissaris met minder dan vijf jaar ervaring
- non-profitbenchmarks: de culturele sector
- profitbenchmarks: het MKB
De benchmarks met de laagste overall veranderpercentages zijn:
- persoonsgebonden benchmarks: de voorzitter van de rvc en de commissaris die tevens lid is van de auditcommissie
- non-profitbenchmarks: de woningcorporatie
- profitbenchmarks: het beursgenoteerde bedrijf
De hoofdstukken met gemiddeld de meeste veranderwensen voor alle benchmarks gezamenlijk zijn:
- het samenvallen van risico’s
- een mogelijke bijdrage aan crisisbeheersing
- honorering van de rvc
Een onderwerp met een van de minste veranderwensen is psychologische veiligheid bij de individuele respondent zelf
Vier rollen van een rvc
We hebben de respondenten gevraagd of zij vonden dat hun rvc goed om ging met de toezichtsrol, de adviesrol, de werkgeversrol en de ambassadeursrol.
Wenselijke situatie
Het draagvlak onder alle benchmarks voor de rollen is groot. Als we kijken naar de vier rollen, dan zien we dat alleen bij de ambassadeursrol het gemiddelde van alle benchmarks onder de 4.0 duikt, maar dat is, net als vorig jaar, slechts marginaal.
Veranderwensen. Wat moet anders of beter?
De rollen waar we de meeste verbeterwensen zien, zijn die over de invulling door de rvc van de werkgeversrol en van de ambassadeursrol. Daar hebben respectievelijk zeventien en vijftien benchmarks (van de negentien) een verbeter- of veranderwens. De invulling door de rvc van de adviesrol kent ook een flink aantal benchmarks (12) die vinden dat dat beter kan.
De toezichtsrol kent bijna geen veranderwensen, alleen de secretaris van de rvc/rvb heeft daar een verbeterwens.
Huidige situatie
Bij het basisprofiel valt alleen de toezichtsrol in de klasse ‘duidelijk mee eens’ qua instemming. In de klasse ‘min of meer mee eens’ vinden we de werkgevers- en de adviesrol. De score voor de ambassadeursrol is het laagst en zit in de klasse deels oneens/deels eens.
Kijken we breder dan alleen het basisprofiel, dan zien we dat in de huidige situatie slechts bij de toezichtsrol meer dan de helft van de benchmarks het minimaal ‘duidelijk mee eens’ is.
Bij de bedrijfsbenchmarks is onderwijs het minst tevreden over hoe de rvc invulling geeft aan de vier rollen. Bij de persoonsgebonden benchmarks zijn dat het rvb-lid en secretaris van de rvc/rvb.
Bij de bedrijfsbenchmarks is het familiebedrijf gemiddeld de meest tevreden benchmark. Bij de persoonsgebonden benchmarks zijn dat de internal auditor en de commissaris die tevens lid is van de auditcommissie.
Risicomanagement, risicobereidheid
In eerdere onderzoeken hebben we al vele aspecten behandeld van risicomanagement, maar risicobereidheid viel daar niet nog onder. In dit onderzoek hebben we tien aan risicobereidheid gerelateerde stellingen voorgelegd.
Wenselijke situatie
Bij het basisprofiel vallen drie stellingen in de klasse ‘duidelijk mee eens’:
• de risicobereidheid moet aansluiten bij de strategie
• het moet de rvc duidelijk zijn wat de risicobereidheid van de rvb is
• interne stakeholders moeten worden betrokken bij het bepalen van risicobereidheid
Zes stellingen vallen in de klasse ‘min of meer mee eens’ en alleen de stelling over het compliancegericht zijn van de risicobereidheid valt in de klasse ‘mee oneens’.
De stellingen waarbij meer dan de helft van de benchmarks het 'duidelijk mee eens' is zijn, dat:
• de risicobereidheid aan moet sluiten bij de strategie (76 procent van de benchmarks)
• interne stakeholders worden betrokken bij het bepalen van de risicobereidheid (76 procent van de benchmarks)
• het de rvc duidelijk moet zijn wat de risicobereidheid van de rvb is (72 procent)
• over de risicobereidheid door rvc en rvb in voldoende mate moet worden gesproken (59 procent)
• de risicobereidheid tenminste jaarlijks moet worden geëvalueerd (59 procent)
• het de rvb duidelijk moet zijn wat de risicobereidheid van de rvc is (50 procent)
Veranderwensen; wat moet anders of kan beter?
Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage 40 procent. Dat is niet laag. Alle veranderwensen die er zijn, zijn, behalve die bij het compliancegericht zijn, tegelijk ook verbeterwensen.
Bij de bedrijfsbenchmarks heeft in de profitsector het beursgenoteerde bedrijf (basisprofiel) slechts één verbeterwens, MKB heeft er echter zes en het grootbedrijf zelfs acht. Bij de non-profitbenchmarks heeft de organisatie in de zorg-en welzijnssector bij alle tien de stellingen veranderwensen en de overige non-profit bij negen van de tien. De woningcorporatie, onderwijs en cultuur hebben er elk vier.
Bij de persoonsgebonden benchmarks hebben de minder ervaren commissaris en jongere commissaris respectievelijk vijf en vier veranderwensen. De andere commissarissenbenchmarks hebben er twee of minder. Ook bij de niet-commissarissen is het beeld rustiger, de secretaris heeft met drie de meeste veranderwensen. Als enige persoonsgebonden benchmark heeft deze een verbeterwens bij de stellingen dat het de rvc duidelijk is wat de risicobereidheid van de rvb is en andersom dat het de rvb duidelijk is wat de risicobereidheid is van de rvc.
Dat risicobereidheid vooral compliancegericht is, levert met tien benchmarks de meeste veranderwensen op. Gevolgd door de stellingen dat de risicobereidheid tenminste jaarlijks wordt geëvalueerd en dat externe stakeholders worden betrokken bij het bepalen van de risicobereidheid. Bij beide zijn negen benchmarks van mening dat het anders moet.
Bij de andere zeven stellingen zijn telkens tussen vier en zeven benchmarks van mening dat zaken anders moeten.
Huidige situatie
Bij het basisprofiel valt het merendeel van de stellingen in de klasse ‘min of meer mee eens’ qua instemming.
Alleen de stelling over het betrekken van interne stakeholders bij het bepalen van de risicobereidheid (‘duidelijk mee eens’) en de stelling over het vooral compliancegericht zijn van de risicobereidheid (‘mee oneens’) zitten daar niet in.
Bij de bedrijfsbenchmarks hebben zorg en welzijn en onderwijs gemiddeld de laagste scores/instemming. MKB is juist het meest tevreden.
Bij de persoonsgebonden benchmarks is de commissaris met minder dan vijf jaar ervaring het minst tevreden en de internal auditor het meest.
Risicomanagement, geopolitiek, Europese software- en hardware alternatieven
Onderzocht is of de organisatie kijkt naar Europese software en hardware alternatieven en ook of de organisatie bereid is daarin te investeren.
Wenselijke situatie
Bij het basisprofiel zien we een lichte tweedeling:
• Het is 'min of meer wenselijk' om te kijken naar zowel Europese software - als hardwarealternatieven.
• De bereidheid om daarin te investeren zit een klasse lager in ‘neigt naar instemming’.
Er zijn geen stellingen/opvattingen waarbij minimaal de helft van de benchmarks het ‘duidelijk mee eens’ is. Het dichtst in de buurt komt de stelling over het door de organisatie kijken naar Europese software alternatieven. Daar is 39 procent van de benchmarks het ‘duidelijk mee eens’.
Veranderwensen; wat moet anders of kan beter?
Het kijken naar Europese hardware alternatieven kent met dertien benchmarks (van de vijftien) de meeste veranderwensen, gevolgd door de bereidheid om daar ook in te investeren met elf benchmarks. Overigens is een groot aantal van de veranderwensen een bespreekbaar geworden punt.
Kijken naar Europese software alternatieven (negen benchmarks) en bereidheid om daar in te investeren (vijf benchmarks) hebben minder veranderwensen.
Huidige situatie
Bij het basisprofiel valt alleen de stelling dat de organisatie heeft gekeken naar Europese software alternatieven in de klasse ‘min of meer mee eens’ qua instemming. Er is verder amper gekeken naar Europese hardware alternatieven of bereidheid te investeren in Europese software- of hardwarealternatieven.
Bij de bedrijfsbenchmarks is de non-profitsector het nagenoeg overal ‘mee oneens’. Kijken of bereidheid tot investeren is er nu niet. Op enkele ‘lichtpuntjes’ na geldt dat ook voor de profitsector. Alleen het beursgenoteerde bedrijf kent nog enige mate van positieve instemming.
Risicomanagement, betrokkenheid rvc bij identificeren bijdrage organisatie aan crisisbeheersing?
Onderzocht is of de rvc een actieve rol moet hebben bij het identificeren van een mogelijke bijdrage van de organisatie aan crisisbeheersing op lokaal, regionaal, nationaal of internationaal niveau.
Wenselijke situatie
Bij het basisprofiel zien we geen instemming om in de nabije toekomst als rvc actief bij te gaan dragen aan het identificeren van een mogelijke bijdrage van de organisatie aan crisisbeheersing op welk niveau dan ook.
Bij alle vier de stellingen neigt' telkens minimaal de helft van de benchmarks 'naar afwijzing' of is het er 'duidelijk mee oneens' (score <2.8):
• nationaal niveau (73 procent van de benchmarks)
• lokaal niveau (67 procent van de benchmarks)
• internationaal niveau (62 procent van de benchmarks)
• regionaal niveau (60 procent van de benchmarks)
Dat betekent dat er ook een deel van de benchmarks overblijft die wat meer instemming heeft met de vier stellingen. Het grootbedrijf en MKB zijn bijvoorbeeld wat positiever gestemd, met name als het gaat over het als rvc actief betrokken zijn bij het identificeren van een mogelijke bijdrage van de organisatie aan crisisbeheersing op lokaal en regionaal niveau. Ook de woningcorporatie is het ‘min of meer eens’ dat de rvc actief betrokken moet zijn bij het identificeren van een mogelijke bijdrage van de organisatie aan crisisbeheersing op lokaal niveau. De woningcorporatie ‘neigt naar instemming’ als het gaat over het regionaal niveau.
Veranderwensen; wat moet anders of kan beter?
De instemming in de wenselijke situatie mag dan niet al te hoog zijn, de stellingen hebben veel mensen aan het denken gezet gezien het hoge veranderpercentage (84 procent) en de vele veranderwensen.
De meeste veranderwensen zien we op het lokale, regionale en nationale niveau met elk dertien of veertien benchmarks die daar een verander- of verbeterwens hebben.
Huidige situatie
Bij het basisprofiel vallen alle vier de stellingen in de '(volstrekt) mee oneens' sfeer. Verder neigt geen van de andere benchmarks ook maar naar instemming. De ‘hoogste’ score qua instemming zien we bij woningcorporatie. Deze zit in de klasse ‘deels oneens/deels eens’ als het gaat over het lokale en regionale niveau.
Risicomanagement, het samenvallen van risico’s
In dit hoofdstuk staat het concept van het samenvallen van risico’s centraal. Het voorgelegde scenario, waarin sprake is van samenvallende risico’s, is dat er sprake is van een langdurige stroom- en internetuitval (van minimaal een week).
Wenselijke situatie
In het scenario van langdurige stroom- en internetuitval (minimaal een week) is de meeste instemming, bij het basisprofiel en de meeste benchmarks, er voor dat:
• rvb-leden met elkaar kunnen communiceren
• medewerkers weten wat ze moeten doen
• rvc en rvb met elkaar kunnen communiceren
Met marginaal lagere instemming geldt dit ook voor het als organisatie bereikbaar zijn, het bekend zijn van de mogelijke financiële gevolgen voor de organisatie en het kunnen blijven leveren door leveranciers van wat is afgesproken.
Het in gedrang komen van de dienstverlening aan de klant blijft waarschijnlijk.
Veranderwensen; wat moet anders of kan beter?
Het veranderpercentage van 93 procent toont aan dat op alle fronten verandering wenselijk is. Ook is dit in de meeste gevallen urgent. Bij het in het gedrang komen van de dienstverlening aan de klant is dit de facto een verbeterwens in die zin dat deze niet in gedrang mag komen. Alleen bij de woningcorporatie en de culturele sector is er op dit onderdeel verrassenderwijs geen veranderwens.
Huidige situatie
Relatief de meeste instemming betreft het in gedrang komen van de dienstverlening aan de klant. Alleen bij de woningcorporatie en met name bij zorg en welzijn is dat niet het geval. Verder is er over de hele linie sprake van een zorgelijke en blijkbaar onvoldoende voorbereide situatie van de betrokken organisaties.
Risicomanagement, stresssituatie
We hebben in het kader van risicomanagement ook nog drie stellingen over stresssituaties opgenomen die gericht zijn op de rvc en/of de individuele commissaris.
Wenselijke situatie
Er is een redelijke consensus ten aanzien van de drie stellingen.
Net als bij het basisprofiel bestaat er de minste aversie tegen en bij enkele benchmarks zelfs een zekere mate van instemming met de stelling ‘elk half jaar moet de rvc vaststellen welke commissarissen beschikbaar zijn voor extra inzet als gevolg van ‘calamiteiten’.
Een duidelijk vaak afwijzend karakter, ook bij het basisprofiel, betreft de stellingen:
• in de overeenkomst van de commissaris moet een flexibele crisiscomponent worden opgenomen (77 procent van de benchmarks)
• in het kader van risicomanagement dient de rvc jaarlijks een stresstest te ondergaan (60 procent van de benchmarks)
De benchmarks grootbedrijf, MKB, culturele sector en overige non-profit staan wel meer open voor acceptatie van deze stellingen. Wel blijft de afwijzing ten aanzien van de opname van een flexibele crisiscomponent nauwelijks handen op elkaar te krijgen.
Veranderwensen; wat moet anders of kan beter?
Het basisprofiel heeft één bespreekbaar punt voor de stelling dat de rvc elk jaar moet vaststellen welke commissarissen beschikbaar zijn voor extra inzet als gevolg van ‘calamiteiten’.
Gekeken naar alle benchmarks is deze stelling koploper. Er zijn twaalf benchmarks die daar een bespreekbaar punt hebben. De stelling ‘in het kader van risicomanagement dient de rvc jaarlijks een stresstest te ondergaan’ kent negen benchmarks die daar een verandering willen zien. Bij het opnemen van een flexibele crisiscomponent zijn slechts zes benchmarks van mening dat dit op zijn hoogst een bespreekbaar punt is.
Huidige situatie
In de huidige situatie zijn er geen benchmarks die zelfs maar 'neigen naar instemming' (gelijk of hoger dan 3.2 scoren) bij een van de drie stellingen. Omgekeerd is bij elk van de drie stellingen een ruime meerderheid van de benchmarks het er telkens 'mee oneens'.
HR, risicomanagement, beschikbaarheid van medewerkers
Aan de respondenten is gevraagd of de organisatie een overzicht heeft van hoeveel mensen mantelzorger, reservist, oproepbare vrijwilliger zijn en/of een loonbeslag hebben of een eigen bedrijf ernaast hebben.
Wenselijke situatie
Het basisprofiel is het er ‘duidelijk mee eens’ (4.0 ≤ score < 4.5) dat de organisatie een goed overzicht moet hebben over hoeveel medewerkers een loonbeslag hebben. Ze is het ‘min of meer eens’ dat er ook een goed overzicht moet zijn van het aantal reservisten. De instemming zakt wat, ‘neigt naar instemming’, als het gaat over het overzicht van het aantal oproepbare vrijwilligers en het aantal medewerkers dat er een bedrijf naast heeft. Het minst enthousiast, ‘deels mee oneens/deels mee eens’ met de stelling, is dat de organisatie een goed overzicht heeft over hoeveel medewerkers mantelzorger zijn. Daarmee zit het basisprofiel aan de onderkant qua instemming.
Andere bedrijfsbenchmarks hebben een veel grotere instemming bij de stellingen. MKB en het familiebedrijf zijn het met alle stellingen op zijn minst ‘duidelijk mee eens’. Bij het grootbedrijf geldt dat bij drie van de vijf stellingen. Ook de woningcorporatie, zorg en welzijn, de culturele organisatie en onderwijs hebben een hogere instemming bij het overzicht van het aantal mantelzorgers, oproepbare vrijwilligers en het aantal medewerkers dat er een eigen bedrijf naast heeft dan het basisprofiel.
Veranderwensen; wat moet anders of kan beter?
Het overall veranderpercentage is met 79 procent hoog. Bij drie van de vijf stellingen hebben minstens veertien benchmarks een veranderwens. Dat het gaat om het overzicht dat de organisatie heeft van het aantal medewerkers dat mantelzorger, reservist of oproepbare vrijwilliger is. Ook willen nog twaalf benchmarks dat de organisatie beter in de gaten krijgt hoeveel medewerkers er een bedrijf naast hebben. Voor negen benchmarks geldt dat voor het overzicht van het loonbeslag.
In de profitsector heeft het grootbedrijf drie urgente verbeterwensen, bij het overzicht van het aantal mantelzorgers, reservisten en oproepbare vrijwilligers. MKB heeft drie forse verbeterwensen, bij het overzicht van het aantal reservisten, oproepbare vrijwilligers en het loonbeslag.
Ook bij de benchmarks in de non-profitsector zien we veel verbeterwensen, die men vaak deelt. Zorg en welzijn heeft bij alle vijf opties verbeterwensen, waarvan vier urgent. Woningcorporatie heeft drie urgente verbeterwensen, de overige non-profit heeft vier verbeterwensen waarvan één urgent en de culturele organisatie heeft er drie waarvan ook één urgent. Alleen zorg en welzijn heeft een verbeterwens, bij het overzicht dat de organisatie heeft van het aantal medewerkers met een loonbeslag.
Huidige situatie
In de huidige situatie is bij geen van de vijf stellingen meer dan 50 procent van de benchmarks het minimaal duidelijk eens. Als we het omdraaien zien we dat bij vier van de vijf stellingen meer dan 50 procent van de benchmarks het duidelijk oneens is.
Dat gaat er om dat de organisatie een overzicht heeft van het aantal:
• oproepbare vrijwilligers (80 procent van de benchmarks geeft aan dat dat er niet is)
• mantelzorgers (69 procent)
• reservisten (67 procent)
• medewerkers dat er een bedrijf naast heeft (56 procent)
We zien bij de bedrijfsbenchmarks dat de instemming bij het overzicht van het loonbeslag bijna overal tussen ‘min of meer mee eens’ en ‘duidelijk mee eens’ zit. Bij de andere vier stellingen lopen de meningen sterk uiteen.
Digitalisering, AI
In dit deel van het onderzoek gaan we in op digitalisering en specifiek op AI. Voor het grootste deel betreft dit een herhaling van stellingen uit 2023 toen we deze ook voorlegden. Dat was wel net voor de doorbraak van ChatGPT bij het grote publiek. Dit jaar zijn de stellingen toegevoegd over het als organisatie zelf ontwikkelen van AI-toepassingen, het operationeel hebben en/of het inkopen van AI-toepassingen.
Wenselijke situatie
Bij het basisprofiel valt geen enkele stelling in de klassen ‘volstrekt eens’ of ‘duidelijk mee eens’. De meeste stellingen vallen in ‘min of meer mee eens’, twaalf van de veertien om precies te zijn.
Als we naar alle benchmarks kijken zien we dat procentueel de meest gedeelde opvattingen (score vaak > 4.0) door de benchmarks zijn:
• in onze organisatie is beleid opgesteld hoe om te gaan met AI (zoals ChatGPT) (65 procent van de benchmarks ‘duidelijk mee eens’)
• de rvb heeft voldoende in beeld wat de voordelen zijn van AI (59 procent van de benchmarks ‘duidelijk mee eens’)
Daarnaast zijn alle benchmarks het ‘mee oneens’ of ‘volstrekt mee oneens’ met de stelling dat voor de herijking van de doelstellingen en strategie van de organisatie door de rvc moet worden verboden dat het management gebruik maakt van AI (zoals ChatGPT).
Met name bij de stelling ‘algoritmes mogen in onze organisatie alleen beslissingsondersteunend zijn’ lopen de meningen tussen de benchmarks sterk uiteen. In iets mindere mate geldt dat ook voor de stelling ‘onze organisatie is bezig toepassingen van AI binnen de organisatie te ontwikkelen’. Niet iedereen vindt het even wenselijk dat de organisatie zich daar mee bezig gaat houden.
Veranderwensen; wat moet anders of kan beter?
Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met 69 procent hoog. Bij negen van de veertien stellingen hebben minstens tien benchmarks een veranderwens. Aan kop vinden we dat de rvc voldoende in beeld moet hebben wat de voordelen zijn van AI en dat de rvc goed in beeld moet hebben dat checks and balances rond AI gebruik op orde zijn. Zestien benchmarks vinden dat dat beter moet.
De stellingen met weinig veranderwensen zijn die over het ontwikkelen van AI-toepassingen door de organisatie (5), het operationeel hebben van AI-toepassingen (6) en het alleen beslissingsondersteunend zijn van algoritmes (6).
Huidige situatie
Bij het basisprofiel valt geen enkele stelling in de klasse ‘duidelijk mee eens’ qua instemming.
In de klasse ‘min of meer mee eens’ (3.5 ≤ score < 4.0) vinden we twee van de veertien stellingen, namelijk dat de organisatie bezig is toepassingen van AI binnen de organisatie te ontwikkelen en dat in de organisatie beleid is opgesteld hoe om te gaan met AI (zoals ChatGPT). Bij de helft van het aantal voorgelegde stellingen neigt het basisprofiel naar instemming.
In de huidige situatie is bij geen enkele van de veertien stellingen meer dan de helft van de benchmarks het ‘minimaal duidelijk mee eens’. Omgekeerd zien we ook maar bij één stelling dat een meerderheid, alle benchmarks, het ‘mee oneens’ of ‘volstrekt mee oneens’ is met een stelling. Dat gaat om de stelling dat voor de herijking van de doelstellingen en strategie van de organisatie door de rvc verboden moet worden dat het management gebruik maakt van AI (zoals ChatGPT).
Historische vergelijking 2023-2025
Wenselijke situatie
Bij het basisprofiel zijn er maar drie grote verschillen. Het is wenselijker geworden dat de rvc voldoende overzicht heeft over waar in de organisatie algoritmes worden gebruikt. Daarnaast is het niet meer zo dat algoritmes alleen beslissingsondersteunend mogen zijn. De instemming is verder ook gezakt bij de stelling dat de organisatie voldoende in beeld heeft wat de voordelen zijn van AI.
Bij het grootbedrijf en MKB zijn de verschillen tussen de 2023 en 2025 beperkt tot drie en twee. Bij woningcorporatie en zorg en welzijn zien we meer verschillen. Die laatste heeft bij bijna alle stellingen meer instemming dan in 2023. Bij woningcorporatie geldt dat voor vijf stellingen.
Verbeterwensen
In 2023 waren nagenoeg bij elke benchmark bij elke stelling veranderwensen te zien. In de meeste gevallen waren die urgent. In 2025 zien we nog steeds veel veranderwensen. Wel zien we dat veel van de urgente veranderwensen in 2023 veranderd zijn in forse veranderwensen in 2025. Ook hebben een aantal benchmarks in 2025 minder veranderwensen dan in 2023. Bij de bedrijfsbenchmarks is dat bijvoorbeeld het beursgenoteerde bedrijf (basisprofiel), bij de persoonsgebonden benchmarks zijn dat de commissaris die tevens elders in een rvb zit, de vrouwelijke commissaris en de voorzitter van de rvc.
Huidige situatie
We zien in de vergelijking tussen 2023 en 2025 dat de instemming bij de stellingen over bijna de hele linie is gestegen. Dat wil niet zeggen dat anno 2025 men het overal duidelijk eens is, de scores lagen in 2023 namelijk zeer laag.
ESG
In dit deel van het onderzoek gaan we in op duurzaamheid. Dit zijn stellingen die eerder in 2022 of 2023 zijn voorgelegd. Ze gaan over de ‘dubbele materialiteit’ en over het op één lijn zitten als rvc en rvb.
Wenselijke situatie
Bij het basisprofiel zitten drie stellingen in de klasse ‘duidelijk mee eens’. Dat is dat de organisatie meetbare duurzaamheidsdoelen moet formuleren en dat zowel rvb als rvc inzicht moet hebben in de effecten van de organisatie op het klimaat.
De procentueel meest gedeelde opvattingen, waarbij een meerderheid van alle benchmarks het duidelijk mee eens is, zijn:
• dat de organisatie meetbare duurzaamheidsdoelen heeft geformuleerd (74 procent van de benchmarks ‘duidelijk mee eens’)
• de rvb heeft inzicht in de effecten van de organisatie op het klimaat (61 procent)
• de rvc heeft inzicht in de effecten van de organisatie op het klimaat (56 procent)
Veranderwensen; wat moet anders of kan beter?
Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met 47 procent fors. Er zijn twee stellingen waarbij meer dan tien benchmarks verbeterwensen hebben. Dertien benchmarks zijn van mening dat de rvc een beter inzicht moet hebben in de effecten van het klimaat op de organisatie. Elf benchmarks zijn van mening dat rvc en rvb over duurzaamheid meer hetzelfde moeten gaan denken.
De stellingen met de ‘minst gedeelde’ verbeterwensen zijn die over de rvb die inzicht heeft in de effecten van de organisatie op het klimaat en die over dat rvb-leden over duurzaamheid hetzelfde denken. In beide gevallen zijn er zes benchmarks die daar een verbeterwens hebben.
Huidige situatie
Het basisprofiel is het er ‘duidelijk mee eens’ dat ‘mijn organisatie meetbare duurzaamheidsdoelen heeft geformuleerd’. Ze is het er ‘min of meer mee eens’ dat de rvb inzicht heeft in de effecten van de organisatie op het klimaat, dat over duurzaamheid rvb-leden hetzelfde denken en dat de rvc inzicht heeft in de effecten van de organisatie op het klimaat. Het basisprofiel ‘neigt naar instemming’ bij de andere vier stellingen.
In de huidige situatie is bij geen enkele van de veertien stellingen meer dan de helft van de benchmarks het minimaal ‘duidelijk eens’. Het dichtst in de buurt komt de stelling dat de organisatie meetbare duurzaamheidsdoelen heeft geformuleerd. 42 procent van de benchmarks is het daar ‘duidelijk mee eens’.
Historische vergelijking
Wenselijke situatie
Ten aanzien van de wenselijkheid van het hebben van meetbare duurzaamheidsdoelen zien we amper verschillen tussen 2023 en 2025.
Ten aanzien van het inzicht in de effecten zien we dat met name bij de profitsector de wenselijkheid omhoog is gegaan. Ook de commissaris die lid is van de auditcommissie, het rvb-lid en de secretaris van de rvc/rvb en in mindere mate de vrouwelijke commissaris willen een beter inzicht hebben. Voor een deel van non-profitsector en de minder ervaren commissaris geldt het tegenovergestelde. De wenselijkheid is juist gedaald.
Verbeterwensen
In 2023 waren bij elke benchmark bij het formuleren van meetbare duurzaamheidsdoelen veranderwensen te zien. Dat aantal is in 2025 gehalveerd.
In 2022 waren bij de vier stellingen over het inzicht in de effecten ook nagenoeg overal veranderwensen te zien. Ook dat is verminderd. Ze zijn voornamelijk nog te zien bij de bedrijfsbenchmarks.
Huidige situatie
Ten aanzien van het hebben van meetbare duurzaamheidsdoelen zien we wel enkele verschillen tussen 2023 en 2025. Bij het beursgenoteerde bedrijf, woningcorporatie en het onderwijs is de instemming gezakt, bij de overige non-profit juist gestegen. Overigens is bij zorg en welzijn en bij onderwijs de aanwezigheid van meetbare duurzaamheidsdoelen niet vanzelfsprekend volgens de respondenten gezien de lage instemming in beide jaren.
Ten aanzien van het hebben van inzicht in de effecten van de organisatie op het klimaat en omgekeerd zien we dat dat vooral bij de profitbenchmarks sinds 2022 is toegenomen. Bij woningcorporatie, zorg en welzijn en onderwijs is dat inzicht (nog verder) gezakt.
Bij de persoonsgebonden benchmarks zien we dat het inzicht bij de commissaris die lid is van de auditcommissie, het rvb-lid en de secretaris rvc/rvb is gegroeid en in mindere mate ook bij de vrouwelijke commissaris. Bij de minder ervaren commissaris zien we het tegenovergestelde.