Spring naar inhoud

Duurzaamheid

Samenvatting

Wenselijke situatie

Een ruime meerderheid van de benchmarks vindt het wenselijk dat de medewerkers in Nederland en in het buitenland een leefbaar inkomen hebben. Ook dat de rvb inzicht heeft in de effecten van de organisatie op het klimaat en dat de rvc inzicht heeft in de effecten van het klimaat op de organisatie ziet door minimaal driekwart van de benchmarks als (zeer) wenselijk.

Een meerderheid, meer dan de helft, vindt het ook wenselijk dat medewerkers bij leveranciers een leefbaar inkomen hebben, dat de rvc inzicht heeft in de effecten van de organisatie op het klimaat, dat de rvb inzicht heeft in de effecten van het klimaat op de organisatie, dat de organisatie MVO-onderzoek doet bij leveranciers en dat de organisatie alleen zaken doet met leveranciers waar de medewerkers een leefbaar inkomen hebben.

Waar veel benchmarks over twijfelen, is om MVO-onderzoek bij afnemers te doen en in hoeverre het wenselijk is dat biodiversiteit in voldoende mate op de agenda van de rvc komt te staan.

Veranderwensen

Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met 81 procent zeer hoog. Bij negen van de twaalf stellingen zijn minimaal twaalf benchmarks die daar een (urgente) veranderwens hebben. De vier stellingen waar alle zestien benchmarks verbeterwensen hebben, zijn:

• de rvb heeft inzicht in de effecten van de organisatie op het klimaat;
• de rvc heeft inzicht in de effecten van de organisatie op het klimaat;
• de rvc heeft inzicht in de effecten van het klimaat op de organisatie; en
• de organisatie heeft een visie hoe ze kan bijdragen aan een circulaire economie.

Verder zijn ook de volgende veranderwensen breed gedeeld:

• biodiversiteit staat in voldoende mate op de agenda van de rvc (15 benchmarks met daarbij 2 bespreekbare punten);
• de rvb heeft inzicht in de effecten van het klimaat op de organisatie (14 benchmarks);
• de organisatie doet MVO-onderzoek bij leveranciers (14 benchmarks);
• de organisatie doet MVO-onderzoek bij afnemers (14 benchmarks, waarbij 2 bespreekbare punten); en
• onze organisatie doet alleen zaken met leveranciers waar de medewerkers een leefbaar inkomen hebben (12 benchmarks).


Huidige situatie

In de huidige situatie is minimaal de helft van het totaal aantal benchmarks het minimaal duidelijk eens met de volgende twee stellingen. Dit zijn:
• onze medewerkers in Nederland hebben een leefbaar inkomen (88 procent); en
• onze medewerkers buiten Nederland hebben een leefbaar inkomen (91 procent).

Onderzoeksvraag

Net als voorgaande jaren hebben we ook nu weer enkele stellingen opgenomen die betrekking hebben op duurzaamheid. Dit is de eerste keer dat we deze stellingen voorleggen en we hebben daarom geen vergelijkings-materiaal uit eerdere jaren.

We hebben de 5-puntsschaal gebruikt met 1 = volstrekt oneens, 2 = oneens, 3 = deels oneens/deels eens, 4 = eens en 5 = volstrekt mee eens.

6.1 Wenselijke situatie

.

Medewerkers in en buiten Nederland moeten leefbaar inkomen hebben

Gewenste situatie basisprofiel

Het basisprofiel is het er ‘volledig mee eens’ (score ≥ 4.5) dat medewerkers buiten en binnen Nederland een leefbaar inkomen moeten hebben.

Daarna zijn er zes stellingen die in de categorie ‘duidelijk mee eens’ (4 ≤ score < 4.5) vallen. De rvb en de rvc willen duidelijk inzicht hebben in de effecten van de organisatie op het klimaat en vice versa van de effecten van het klimaat op de organisatie, de organisatie doet MVO-onderzoek1bij leveranciers en de medewerkers bij de leveranciers hebben een leefbaar inkomen.

1Met MVO bedoelen we maatschappelijk verantwoord ondernemen.

 

De andere vier stellingen vallen in de klasse ‘min of meer mee eens’ (3.5 ≤ score < 4.0). Het gaat hier om de stelling dat de organisatie alleen zaken doet met leveranciers waar de medewerkers een leefbaar inkomen hebben, dat de organisatie een visie heeft hoe ze kan bijdragen aan een circulaire economie, dat biodiversiteit in voldoende mate op de agenda van de rvc moet staan en dat de organisatie MVO-onderzoek moet doen bij afnemers.

.

Overall valt 56 procent van de onderwerpen in de klasse ‘duidelijk mee eens’ of hoger.

Leefbaar inkomen en inzicht in effect organisatie op klimaat en effect klimaat op organisatie worden breed wenselijk gevonden

Hoe breed delen de benchmarks de wenselijkheid?

8 procent in ‘volstrekt mee eens’ (score ≥ 4.5) en 48 procent in klasse ‘duidelijk mee eens’ (4 ≤ score < 4.5). In de eerste klasse vindt u de stellingen over het hebben van een leefbaar inkomen terug, bij medewerkers in en buiten Nederland (6 en 7 benchmarks).1 In de tweede klasse vindt u terug dat de rvc inzicht heeft op de effecten van het klimaat op de organisatie en dat de rvb inzicht heeft op de effecten van de organisatie op het klimaat (beide 12 benchmarks), dat de rvc inzicht heeft op de effecten van de organisatie op het klimaat en dat de medewerkers van de leveranciers een leefbaar inkomen hebben (beide 10 benchmarks), dat de rvb inzicht heeft op de effecten van het klimaat op de organisatie en dat de medewerkers in Nederland een leefbaar inkomen hebben (beide 9 benchmarks), dat de organisatie MVO-onderzoek doet bij leveranciers(8 benchmarks), dat de organisatie alleen zaken doet met leveranciers waar de medewerkers een leefbaar inkomen hebben en dat de organisatie een visie heeft hoe ze kan bijdragen aan een circulaire economie (beide 6 benchmarks) en dat de medewerkers buiten Nederland een leefbaar inkomen hebben (5 benchmarks).

1Aangezien het niet of nauwelijks van toepassing is voor de respondenten uit de non-profitsectoren, hebben zij bij de stelling over een leefbaar inkomen voor medewerkers buiten Nederland weinig tot niets hebben ingevuld.

Vooral visie op bijdrage circulaire economie en agendering biodiversiteit hier relevant

36 procent in klasse ‘min of meer mee eens’ (3.5 ≤ score < 4.0)

In deze klasse vindt u dat de organisatie een visie heeft hoe ze kan bijdragen aan een circulaire economie en dat biodiversiteit voldoende op de agenda van de rvc staat (beide 10 benchmarks), dat de organisatie MVO-onderzoek doet bij leveranciers (8 benchmarks), dat de rvb inzicht heeft in de effecten van het klimaat op de organisatie en dat de organisatie MVO-onderzoek doet bij afnemers (beide 7 benchmarks), dat de organisatie alleen zaken doet met leveranciers waar de medewerkers een leefbaar inkomen hebben en dat de rvc inzicht heeft in de effecten van de organisatie op het klimaat (beide 6 benchmarks), dat de medewerkers bij de leveranciers een leefbaar inkomen hebben en dat de rvc inzicht heeft in de effecten van het klimaat op de organisatie (beide 4 benchmarks) en dat de rvb inzicht heeft in de effecten van de organisatie op het klimaat (3 benchmarks).

 

6 procent in klasse ‘neigt naar instemming’ (3.2 ≤ score < 3.5)

In deze klasse zit dat de organisatie MVO-onderzoek doet bij afnemers (6 benchmarks) en dat biodiversiteit in voldoende mate op de agenda van de rvc staat (3 benchmarks).

Andere benchmarks vergeleken met het basisprofiel

Overall afwijkingsper-centage hoog bij non-profitsector

Overall is het afwijkingspercentage substantieel bij de bedrijfsbenchmarks (30 procent). Dat komt voornamelijk vanuit de non-profitsector met 45 procent. Voor de profitsector is het percentage met 14 procent juist laag. Ook het overall afwijkingspercentage bij de persoonsgebonden benchmarks is met 17 procent laag.

.

Veel instemming bij GB, MKB en Fam

Bedrijfsbenchmarks

Bij de profitsector is sprake van een vrij grote overeenstemming met het basisprofiel. GB wijkt slechts eenmaal negatief af, MKB tweemaal negatief en Fam juist tweemaal positief. MKB vindt het minder wenselijk dat de rvc inzicht heeft in de effecten van de organisatie op het klimaat en Fam vindt het juist wenselijker dat de organisatie alleen zaken doet met leveranciers waar de medewerkers een leefbaar inkomen hebben.

Wenselijkheid inzicht in effecten van organisatie op klimaat veel lager bij Corp, Zorg en Cult

In de non-profitsector zien we meer afwijkingen van het basisprofiel, die allemaal negatief van aard zijn. Zorg wijkt zes keer af, Cult vijf keer, Corp en OW elk drie keer. Opmerkelijk genoeg scoren zowel Corp, Zorg als Cult veel lager als het gaat om het inzicht dat je als rvc wilt hebben over de effecten van de organisatie op het klimaat. Voor Corp en Zorg geldt dat ook nog voor het inzicht in de effecten van het klimaat op de organisatie en het voldoende op de rvc-agenda hebben staan van biodiversiteit. OW en Cult zitten een instemmingsklasse lager als het gaat over de wenselijkheid van het inzicht dat de rvb moet hebben over de effecten van de organisatie op het klimaat. MVO-onderzoek bij leveranciers is bij deze twee benchmarks ook minder populair en MVO-onderzoek bij afnemers levert zelfs een licht afwijzend standpunt op.

.

Grote instemming met basisprofiel

Persoonsgebonden benchmarks

Bij de persoonsgebonden benchmarks zijn in totaal zes afwijkingen van het basisprofiel. AC, VR en Merv wijken elk één keer positief af en Jong juist drie keer negatief. AC vindt het wenselijker dat de organisatie een visie heeft hoe ze kan bijdragen aan een circulaire economie en Merv vindt het wenselijker dat de organisatie alleen zaken doet met leveranciers waar de medewerkers een leefbaar inkomen hebben. Jong vindt het juist minder wenselijk dan het basisprofiel dat de organisatie alleen zaken doet met leveranciers waar de medewerkers een leefbaar inkomen hebben en ook minder wenselijk dat de medewerkers bij de leveranciers een leefbaar inkomen hebben. De afwijking bij VR is niet materieel.

 

Bij de niet-commissarissen wijkt vooral Secr af. Bij maar liefst zes stellingen is daar sprake van een grotere instemming, bij één stelling een kleinere. Daarvan zijn er twee materieel. De secretaris vindt het beduidend minder wenselijk dat biodiversiteit voldoende op de agenda van de rvc komt en juist wenselijker dat de organisatie een visie heeft hoe ze kan bijdragen aan een circulaire economie. DIR heeft één positieve afwijking: ze vindt het veel wenselijker dat de organisatie een visie heeft hoe ze kan bijdragen aan een circulaire economie.

6.2 Veranderwensen en huidige situatie

.

Tien verbeterwensen

Basisprofiel

Bij het basisprofiel doen zich tien verbeterwensen voor, waarvan zes urgent. Alleen de stellingen over leefbaar inkomen bij medewerkers in en buiten Nederland levert geen veranderwensen op.

.

Zeer hoog overall veranderpercentage

Andere benchmarks

Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met 81 procent zeer hoog. De scores van die veranderingen liggen in de wenselijke situatie niet allemaal boven de 3.2. Dat betekent dat een deel ook bespreekbare punten betreft (score < 3.2). Overigens betreft dit slechts vier van de 145 veranderwensen. Voor de bedrijfsbenchmarks in totaal is het percentage 83 procent. De profitsector heeft een iets minder grote wens tot verandering (75 procent) dan de non-profitsector(92 procent).

Voor de persoonsgebonden benchmarks is het overall veranderpercentage 79 procent. Bij de commissarissen benchmarks is dat 77 procent en bij de niet-commissarissen 86 procent.

.

Grootste deel opties is een verbeterwens en ook nog eens urgent

Bedrijfsbenchmarks

In de profitsector ontlopen de vier benchmarks elkaar weinig. Het basisprofiel heeft tien veranderwensen, GB en MKB elk negen en Fam acht. Net als bij het basisprofiel geldt dat ook bij de andere profitbenchmarks er geen veranderwensen zijn bij het leefbaar inkomen voor medewerkers in Nederland of in het buitenland. In tegenstelling tot het basisprofiel hebben deze drie ook geen veranderwens bij de stelling dat de medewerkers bij de leveranciers een leefbaar inkomen hebben. Daarnaast heeft Fam geen veranderwens bij het alleen zaken doen met leveranciers waar medewerkers een leefbaar inkomen hebben. Verder zijn alle andere opties bij de vier profitbenchmarks veranderwensen. En, omdat de score in de wenselijk situatie nergens onder de 3.2 duikt (de laagste instemming is 3.3.), betekent dit dat alle veranderwensen ook verbeterwensen zijn. Het merendeel is daarvan ook nog eens urgent van aard.

 

In de non-profitsector is het beeld niet veel anders. Zorg(11), Corp(9), Cult(8) en OW (7) hebben ook veel veranderwensen.1Voor alle vier urgent is dat zowel de rvb als de rvc meer inzicht krijgen in de effecten van de organisatie op het klimaat, dat de organisatie MVO-onderzoek doet bij leveranciers en dat de organisatie een visie ontwikkelt hoe ze kan bijdragen aan een circulaire economie. Het voldoende op de rvc-agenda hebben van biodiversiteit is alleen bij Zorg een bespreekbaar punt. Bij Cult en Zorg is dit ook het geval voor het doen van MVO-onderzoek bij afnemers.

Opvallend (of niet) is dat Zorg en Cult de enige benchmarks zijn die een verbeterwens hebben voor het hebben van een leefbaar inkomen voor medewerkers in Nederland. Dit ligt in lijn met de al een aantal jaren verschijnende berichten in de diverse media.

1Zowel OW als Cult hebben bij vier stellingen te weinig waarnemingen. Zorg bij één stelling.

.

Ook bij persoonsgebonden benchmarks veel verbeterwensen

Persoonsgebonden benchmarks

Bij de commissarissen is de vrouwelijke commissaris de benchmark met de meeste verbeterwensen (11). AC (10), Jong (9) en VZ en Merv (elk 8) volgen vlak daarna. De enige stelling waar we geen veranderwens zien, is bij de stelling over het leefbaar inkomen bij de medewerkers in Nederland. Dat is blijkbaar op orde. Verder zijn er ook maar drie verbeterwensen voor ‘de rvb heeft inzicht in de effecten van het klimaat op de organisatie'. Bij alle overige stellingen zijn er telkens minimaal vier benchmarks die daar een verbeterwens hebben.

DIR en Secr ook zeer kritisch

De secretaris heeft bij zeven van de negen stellingen urgente verbeterwensen en als enige van de persoonsgebonden benchmarks één urgent bespreekbaar punt (in casu bij biodiversiteit). DIR heeft drie urgente en zeven forse verbeterwensen. DIR en Secr delen de urgente verbeterwensen voor het inzicht dat de rvc heeft in de effecten van het klimaat op de organisatie en voor de stelling dat de organisatie MVO-onderzoek doet bij afnemers.

Gedeelde verbeterwensen

Veel gedeelde veranderwensen

Dit is duidelijk een onderwerp dat de gemoederen bezig houdt. Bij negen van de twaalf stellingen zijn minimaal twaalf benchmarks die daar een (urgente) verbeterwens hebben. De vier stellingen waar alle zestien benchmarks verbeterwensen hebben, zijn:

  • de rvb heeft inzicht in de effecten van de organisatie op het klimaat;
  • de rvc heeft inzicht in de effecten van de organisatie op het klimaat;
  • de rvc heeft inzicht in de effecten van het klimaat op de organisatie; en
  • de organisatie heeft een visie hoe ze kan bijdragen aan een circulaire economie.
 

Verder zijn ook de volgende veranderwensen breed gedeeld:

  • biodiversiteit staat in voldoende mate op de agenda van de rvc (15 benchmarks waarvan 2 bespreekbare punten);
  • de rvb heeft inzicht in de effecten van het klimaat op de organisatie (14 benchmarks);
  • de organisatie doet MVO-onderzoek bij leveranciers (14 benchmarks);
  • de organisatie doet MVO-onderzoek bij afnemers (14 benchmarks, waarvan 2 bespreekbare punten); en
  • onze organisatie doet alleen zaken met leveranciers waar de medewerkers een leefbaar inkomen hebben (12 benchmarks).

Huidige situatie

In totaal 14 procent van de opties score ≥ 4.0

In de huidige situatie is minimaal de helft van het totaal aantal benchmarks het minimaal duidelijk eens met de volgende twee stellingen. Dit zijn:

  • onze medewerkers in Nederland hebben een leefbaar inkomen (88 procent); en
  • onze medewerkers buiten Nederland hebben een leefbaar inkomen (91 procent).

In totaal heeft slechts 14 procent van de opties een score 4.0. In de wenselijke situatie is dat 55 procent. Wanneer we de grens bij een score van 3.5 leggen, scoort in de huidige situatie 31 procent boven die grens tegen 92 procent in de wenselijke situatie.

 

Bij de bedrijfsbenchmarks hebben zowel de profit als de non-profitsector de nodige afwijkingen van het basisprofiel. Van de in totaal 43 afwijkingen zijn er vier positief en de rest dus negatief. Fam is er bijvoorbeeld van overtuigd dat de medewerkers bij de leveranciers een leefbaar inkomen hebben en dat zij alleen daar zaken mee doet. Verder is zeker bij de non-profitsector (behalve Corp) en Fam, het inzicht dat zowel rvb als rvc hebben in de effecten van het klimaat op de organisatie of de effecten van de organisatie op het klimaat veel en veel minder dan bij het basisprofiel.

 

Bij de persoonsgebonden benchmarks is het beeld wat positiever dan bij het basisprofiel: VZ(6 keer positief), Merv (5 keer positief), Jong (3 keer positief en 2 keer negatief), VR (2 keer positief) en AC (1 keer positief en 1 keer negatief). VZ en AC zijn het bijvoorbeeld min of meer eens met de stelling dat de organisatie een visie heeft hoe ze kan bijdragen aan de circulaire economie. VZ en Merv zijn het meest positief van alle benchmarks over de twaalf voorgelegde stellingen. Ze zijn het onder andere min of meer eens met de stellingen dat de organisatie alleen zaken doet met leveranciers waar medewerkers een leefbaar inkomen hebben en dat biodiversiteit in voldoende mate op de agenda van de rvc staat.

 

Bij de niet-commissarissen wijkt Secr slechts één keer negatief af en DIR drie keer negatief en één keer positief. DIR is wat meer overtuigd dan het basisprofiel dat de organisatie een visie heeft hoe ze kan bijdragen aan een circulaire economie, maar is juist minder overtuigd dat de medewerkers bij de leveranciers een leefbaar inkomen hebben.

6.3 Enige bespiegelingen/vragen/kanttekeningen

Effecten van de organisatie op het klimaat en effecten van het klimaat op de organisatie

Het zal u niet verbazen dat in de profitsector het beursgenoteerde bedrijf de voorloper is als het gaat om het inzicht dat zowel rvc als rvb hebben in de effecten van de organisatie op het klimaat. En andersom, in de effecten van het klimaat op de organisatie. En dat in de non-profitsector de woningcorporatie die rol inneemt. Daarbij moet u niet aannemen dat dat inzicht ontzettend groot is. Met slechts een 3.4 als maximale score in de huidige situatie en veel scores in de oneens- met-de-stellinghoek ontbeert dat inzicht nog in de meeste gevallen. Wel voelt men de noodzaak, gezien de bijna unaniem, urgente verbeterwens. Er is overigens geen sprake van grote verschillen tussen het inzicht dat de rvb moet hebben en het inzicht dat de rvc moet hebben.

Leefbaar inkomen bij medewerkers in Nederland (en daarbuiten)

De resultaten weerspiegelen soms ook wat algemeen te lezen en te zien is in de media. Als we in dit geval kijken naar de resultaten van de stelling over het leefbaar inkomen bij medewerkers in Nederland zien we dat bijna alle bedrijfsbenchmarks en alle persoonsgebonden benchmarks daar tevreden over zijn. Er zijn geen veranderwensen geuit. Behalve bij de zorg en bij de cultuursector. Precies, de twee sectoren waarvan we helaas iets te vaak vernemen dat medewerkers niet genoeg salaris ontvangen om van te leven. Ook tijdens interviews kwamen enkele schrijnende voorbeelden naar voren. We vroegen ons alleen wel af: waar baseren de commissarissen precies hun oordeel precies op? Gesprekken met medewerkers, wat ze in de krant lezen of de informatie van de afdeling HR en de directie? Regelmatig kregen wij de indruk dat er sprake was van veronderstellingen dat het zo was. In dat verband geven de resultaten van ons vorig onderzoek over het bekend zijn van het percentage medewerkers dat geconfronteerd is met een loonbeslag ons weinig fiducie in de bekendheid van commissarissen met de financiële positie van medewerkers. Uit een recent onderzoek van Deloitte bleek een groot aantal bedrijven een aanzienlijk aantal mensen in dienst te hebben met betalingsproblemen.1 Dit was bij de bedrijven onvoldoende bekend.

1https://www2.deloitte.com/nl/nl/pages/financial-services/articles/80-procent-werkgevers-heeft-te-maken-met-medewerkers-met-financiele-problemen.html

Leefbaar inkomen bij medewerkers bij leveranciers

Aanleiding waren de misstanden bij (de warehouses van) Amazon en ook de omstandigheden waarin pakketbezorgers hier in Nederland hun werk moeten doen. Tijdens de interviews hebben we meerdere keren gemerkt dat er door commissarissen even nagedacht moest worden bij het woord ‘leverancier’. Wie vallen daar allemaal onder? Afhankelijk van in welke sector de organisatie werkzaam was, kwamen verschillende antwoorden naar boven. Een opvallende overeenkomst was echter dat, ongeacht de sector, men zelden dacht aan de organisaties die de catering en schoonmaak verzorgden.1 De commissarissen keken daarmee vooral naar zakelijk naar buiten en sloegen onbewust zaken die misschien niet zo op het netvlies staan(of onder een materialiteitsgrens zitten?) over. Maar net als in de vorige bespiegeling geldt: waar baseren de commissarissen hun gevoel op? We kunnen het als een teken opvatten dat in de huidige situatie de laagste score bij de directie zit. Degene die het dichtst op het vuur zit. Blijkbaar hebben die een ander gevoel dan de commissarissen over een leefbaar inkomen bij leveranciers? Uiteraard is nagenoeg iedereen het duidelijk eens dat het wel wenselijk is (alleen de jongere commissaris wijkt wat af met een lagere mate van instemming).

1Een aantal organisaties hadden beide zaken niet uitbesteed.

Organisatie kan vraag van rvc tegemoet zien voor een visie over circulaire bijdrage

Commissarissen zijn onder andere verantwoordelijk voor de continuïteit van de onderneming op lange termijn. Zowel maatschappelijk als op gebied van compliance liggen voor organisaties uitdagingen om steeds duurzamer te opereren. Daarbij valt ook de term circulaire economie. Voor ons een reden om eens te peilen naar de stand van zaken. We vroegen of de organisatie een visie heeft hoe ze kan bijdragen aan een circulaire economie. En uiteraard of het wenselijk is dat een dergelijke visie aanwezig is. Over dat laatste zijn bijna alle respondenten het min of meer eens.1 Dat de organisaties daar nog niet echt zijn ook. Alle benchmarks hebben bij deze stelling een verbeterwens die in veel gevallen urgent is. Bij een onlangs gehouden bijeenkomst naar aanleiding van deze resultaten bleek dat het begrip circulariteit niet voor iedereen hetzelfde betekende. Voor de een betekende het een manier van inkopen, voor de ander een ontwerpprincipe. Ook zag men circulariteit als een mentaliteitskwestie, het denken in ketens, hergebruik en ook als een kostendiscussie. Kortom, een redelijk grote variëteit aan waar commissarissen aan denken bij circulariteit. Dat laat ook zien dat het voor een rvc geen kwaad kan om daar eens over van gedachten te wisselen. En bij voorkeur met rvb en senior management, maar misschien ook eens met de nieuwe, jonge generatie medewerk(st)ers? En is het misschien ook een geschikt onderwerp voor een stakeholderbijeenkomst?

1Alleen de zorgsector neigt slechts naar instemming in plaats van min of meer eens. Duidelijk mee eens zijn de niet-commissarissen, de commissaris die tevens lid is van de auditcommissie, de commissaris met minder dan 4 jaar ervaring, de vrouwelijke commissaris en het familiebedrijf.

Biodiversiteit, moet dat op de agenda van de rvc?

In mei 2020 heeft de Europese Commissie een mededeling verstuurd naar het Europees Parlement, de Raad, het Europees economisch en sociaal comité en het comité van de regio’s getiteld: EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 De natuur terug in ons leven brengen.1Dit mede na aandringen van het Europees Parlement zelf. De Nederlandse regering heeft inmiddels ook al een eerste reactie gegeven. Een van de zaken uit die mededeling is dat de Commissie vindt dat steden met tenminste 20.000 inwoners een plan voor stedelijke vergroening zouden moeten hebben. Deze plannen kunnen bijvoorbeeld maatregelen omvatten om groendaken, groenmuren en straten met bomen te creëren.2Dan zouden we hier vervolgens een verhaal kunnen opnemen van het lopende discours over stikstof, waterkwaliteit, etcetera. En of biodiversiteit een compliancedingetje is of dat het bij de waardes van het bedrijf of de commissaris past. Veel respondenten lijken ook niet helemaal te weten wat ze met biodiversiteit aanmoeten. Bij alle benchmarks is sprake van veranderwensen. Ook veel urgente verbeterwensen maar in de wenselijke situatie vinden we geen scores boven de 4.0. Uit de interviews bleek dat biodiversiteit, als dit al het voorbijkwam in de rvc, vooral als onderdeel van het duurzaamheidsplan voorbijkwam. Het lijkt ons dat het niet bij veel rvc’s al op de agenda heeft gestaan.

1https://eur-lex.europa.eu/lega...

2https://europadecentraal.nl/on...

Komen ‘silo-denken, ‘bedrijfs- en sectorblindheid ’en ‘fundamenteel en diepgaand keten-denken’ wel voldoende aan bod in de rvc?

In de schuldenproblematiek bij particulieren in Nederland is het bekend dat dit meestal niet het enige probleem is van de betrokken personen. Op terreinen als gezondheid, welbevinden, voeding en het hebben van voldoende betaald werk zijn geregeld ook problemen waar te nemen. En het één versterkt vaak het ander. Toch zien wij vaak een monodisciplinaire aanpak en daarmee is voor menigeen het probleem niet opgelost.

Bij bedrijven zien wij een dergelijke aanpak ook. Omdat een bedrijf niet van alle markten thuis is, denkt het misschien al gauw: ‘dit ‘complexe’ probleem kan ik niet oplossen’ en doet dus niets. Maar zou er geen win-winsituatie kunnen ontstaan als bedrijven eens samen hun schouders onder zaken zetten en kijken of ze in bepaalde fasen van hun keten met elkaar kunnen samenwerken, zodat per saldo elke partij er beter van wordt?