Samenvatting
Samenvatting
In de zomer en herfst van 2022 vond de 15e editie van het Grant Thornton commissarissen benchmarkonderzoek van Board in Balance en Herbert Rijken plaats. Dit onderzoek heeft een vergelijkbare aanpak als de voorgaande jaarlijkse onderzoeken. In totaal zijn 197 vragenlijsten voldoende ingevuld om te gebruik in de kwantitatieve analyse. Hiervan vulden 152 commissarissen, 20 rvb-/directieleden, 15 secretarissen van rvc’s en 10 internal auditors deze in. Een deel van de vragenlijsten is ingevuld in combinatie met een persoonlijk interview. Dit jaar hebben we 89 persoonlijke interviews afgenomen. De overige vragenlijsten zijn via een webbased vragenlijst ingevuld. Voor de verwerking van de resultaten hebben we een regressieanalyse toegepast.
Grant Thornton was dit jaar voor het 13e jaar op rij de hoofdsponsor van het onderzoek. Ortec is sectorsponsor (IT & digital). IntegrationPeople.nl is co-sponsor.
Ook werkten we dit jaar weer met een basisprofiel (gemakshalve het beursgenoteerde bedrijf genoemd) en 17 profielen/andere benchmarks. De benchmarks verdelen we in bedrijfsbenchmarks (groot niet-beursgenoteerd bedrijf, MKB, familiebedrijf, woningcorporatie, zorginstelling, onderwijsinstelling, cultuurinstelling en overige non-profitinstellingen) en persoonsgebonden benchmarks (voorzitter rvc, jongere commissaris, vrouwelijke commissaris, commissaris lid van de auditcommissie en een commissaris met minder dan 5 jaar ervaring) en drie niet-commissaris benchmarks namelijk rvb-/directieleden, secretarissen van rvc’s en internal auditors. Daarnaast onderscheiden we ook de 1tier board. Van de overige non-profitinstellingen en van de internal auditors doen we alleen bij een beperkt aantal vragen verslag.
Inhoud eerste deelrapport
Dit rapport vormt het eerste deel van het onderzoek. Hierin gaan we in op ‘de basis’ van het commissariaat, namelijk ‘de organisatie/het bedrijf’. Waar staat dit naar verwachting over 5 tot 10 jaar en wat zijn de bedreigingen/uitdagingen die daarbij mogelijk opdoemen? Ook kijken we hier naar de planningshorizon van de organisaties. Hierna volgt een overzicht van de veranderwensen bij de afzonderlijke benchmarks van alle onderzochte onderwerpen.
Inhoudelijk gaan we verder in op stakeholdermanagement van de organisatie en de rol van de rvc daarin, op duurzaamheid, op digitalisering en op enkele stellingen over geopolitiek en concurrentie. Aan het eind van het rapport geven we in de appendix een toelichting op de gehanteerde regressieanalyse en vindt u een overzicht van alle veranderwensen per benchmark.
Veranderpercentage als indicatie van door respondenten gewenste verbeteringen
Het verschil in scores tussen de huidige en de gewenste situatie leidt tot een veranderwens en veelal een verbeterwens. Het overall gemiddelde veranderpercentage van alle benchmarks in dit onderzoek is 38 procent. Dat is een vergelijkbaar percentage met de overall percentages van de onderzoeken in de afgelopen jaren.
De benchmarks met de hoogste overall veranderpercentages dit jaar zijn: de vrouwelijke commissaris en de jongere commissaris, het onderwijs en het familiebedrijf. De benchmarks met de laagste overall veranderpercentages zijn: de voorzitter van de rvc, het MKB en de woningcorporatie.
De hoofdstukken met gemiddeld de meeste veranderwensen voor alle benchmarks gezamenlijk zijn duurzaamheid, digitalisering en cybersecurity en stakeholdermanagement van de organisatie en de rol van de rvc daarin.
Verwachtingen van de toekomst
Elk jaar leggen we de vraag voor wat de respondenten verwachten van de toekomst (over 5 tot 10 jaar). Dat is geen open vraag, maar een vraag waarbij de respondent op een bepaald gebied een afname, gelijkblijvende situatie of toename aangeeft. Uit die verwachtingen voor de nabije toekomst komt naar voren dat:
- Meer samenwerking met derden is onverminderd ‘hot’. De meeste respondenten verwachten dat op het fusiefront niets gebeurt en dat de commissarissen in de profitsector en niet-commissarissen meer overnames verwachten.
- De meeste commissarissen uit de profitsector en de meeste niet-commissarissen (directie, secretaris en internal auditor) een toename verwachten ten aanzien van omzet en het aantal medewerkers, maar een ongewijzigde spreiding van de activiteiten wat betreft aantal landen en sectoren. Wel zien we bij de profitsector en bij niet-commissarissen een groep die op dit laatste gebied wel groei verwacht. Bij de commissarissen uit de non-profitsector zien we wat meer evenwicht tussen de groepen die een toename verwachten van de omzet en van het aantal medewerkers. Bij het economische resultaat zien we een zelfde verdeling. De meeste profitcommissarissen en de niet-commissarissen verwachten daar een toename terwijl de meeste commissarissen uit de non-profit een ongewijzigde situatie voorzien.
- Voor de product-/dienstportfolio (op de dimensies: breedte, kwaliteit, specialisatie, verduurzaming en innovatie) verwachten de meeste commissarissen uit de profitsector een toename. De dimensie specialisatie blijft ongewijzigd. De meeste commissarissen uit de non-profitsector verwachten een toename van kwaliteit, verduurzaming en innovatie en een gelijkblijvende situatie voor breedte en specialisatie. Wel zijn er bij de 5 dimensies ook substantiële groepen die een ongewijzigde situatie voorzien. De niet-commissarissen verwachten een toename van kwaliteit, verduurzaming en innovatie en alleen bij specialisatie een gelijkblijvende situatie. Bij breedte zijn de groepen gelijk verdeeld.
- Alle 3 de groepen verwachten een toename voor digitalisering, professionalisering, meer klantgericht opereren en een verschuiving in de mix van personeel naar hogere kwaliteiten. Voor reorganiseren, financieel gezond zijn en subsidieafhankelijkheid voorziet het merendeel van de afzonderlijke subgroepen een gelijkblijvende situatie. Bij robotisering verwachten de commissarissen uit de profitsector en de niet-commissarissen een toename en de commissarissen uit de non-profitsector verwachten een ongewijzigde situatie. Ten aanzien van reputatie verwachten de meeste profit- en non-profitcommissarissen een verbetering en de niet-commissarissen een gelijkblijvende situatie.
Wat zijn de belangrijkste bedreigingen/uitdagingen?
Tegelijk met de verwachtingen van de toekomst vragen we naar de (twee belangrijkste) uitdagingen en/of bedreigingen die respondenten zien als ze het hebben over de toekomst van hun organisatie over 5 tot 10 jaar.
In de profitsector hebben de oorlog in Oekraïne, de situatie in China en de daarmee samenhangende sancties en supply-chainproblemen duidelijk zijn weerslag gehad op de beantwoording. In vergelijking met vorig jaar en twee jaar geleden zien we een flinke stijging in het aantal respondenten dat geopolitieke ontwikkelingen als bedreiging/uitdaging ziet. Verder zijn economische-/financiële crisis en in mindere mate ook klimaat vaak genoemd. Bij de non-profitsector is vooral de aandacht voor demografische ontwikkelingen toegenomen, zowel in vergelijking met vorig jaar als met twee jaar geleden. Daarnaast blijven maatschappelijke opvattingen/gedrag een grote rol spelen. De niet-commissarissen maken zich ten opzichte van 2 jaar geleden relatief wat meer zorgen over de vraag naar producten. Zij zitten wat meer op de lijn van de profitcommissarissen met als meest genoemd economische/financiële crisis, marktomstandigheden en geopolitieke ontwikkelingen.
Als we kijken naar de belangrijkste bedreigingen/uitdagingen in de organisatie zelf zien we dat bij alle drie de groepen de beschikbaarheid van mensen, zowel qua aantal als qua gewenste kwaliteit bovenaan staat. De profitsector noteert daarnaast innovatievermogen weer hoog als bedreiging/uitdaging net als bij alle drie de groepen digitalisering (inclusief cybersecurity).
Ten aanzien van de overheid staat bij alle drie de groepen wet- en regelgeving bovenaan. Niet-commissarissen hebben ook angst voor toenemende kosten. Non-profitcommissarissen zien het gedrag van de overheid als een bedreiging/uitdaging.
Stakeholdermanagement van de organisatie en de rol van de rvc daarin
Wenselijke situatie
Respondenten onderschrijven het belang van veel van de gevraagde onderwerpen. Overall valt bij de wenselijke situatie 38 procent van de onderwerpen in de klasse duidelijk mee eens of hoger. Dat betekent dat minimaal een 4 is gescoord op de 5-puntsschaal. Als we de grens leggen bij 3.5 of hoger (min of meer mee eens) dan vallen bijna alle stellingen daaronder.
Bij zeven stellingen geeft meer dan de helft van de benchmarks aan dat het (zeer) wenselijk is als dit gebeurt. Het breedst gedeeld (beide driekwart van de benchmarks die daar een 4.0 of hoger scoren) zijn de stellingen dat de betekenis van het stakeholdermanagement duidelijk moet zijn voor de respondent en dat de rvc de wensen van de stakeholders moet kennen. Verder volgen: de betekenis van het stakeholdermanagement (voor iedere stakeholder) is in de organisatie duidelijk (69 procent van de benchmarks), mijn rol in het stakeholdermanagement is duidelijk, de rvc legt (voldoende) verantwoording af aan de stakeholders (beide 63 procent), de rvc heeft een rol bij het ontwikkelen van het stakeholdermanagement en een individuele commissaris koppelt contact met stakeholders terug naar de hele rvc (beide 50 procent van de benchmarks).
Veranderwensen
Voor alle benchmarks gezamenlijk is het verander-percentage 56 procent. Voor de bedrijfsbenchmarks in totaal is dat percentage 58 procent met 53 procent voor de profitsector en 64 procent voor de non-profitsector. Voor de persoonsgebonden benchmarks is het overall veranderpercentage met 52 procent ook hoog waarbij met name de niet-commissarissen heel kritisch zijn.
Bij acht van de vijftien stellingen die we over stakeholder-management opnamen, leven brede verbeterwensen. Daar zijn namelijk minstens tien van de achttien benchmarks die verbetermogelijkheden zien ten opzichte van de huidige situatie. Qua urgente verbeterwensen staat daarbij het jaarlijks agenderen bij de rvc van stakeholdermanagement bovenaan. Maar volgens vele respondenten moet de rvc de wensen van de diverse stakeholders ook beter leren kennen en moeten de diverse stakeholders beter duidelijk worden gemaakt wat de betekenis is van het stakeholdermanagement. Ook de rol van de rvc en de eigen rol van de respondent in het stakeholdermanagement moeten duidelijker zijn.
Alleen bij stelling de betekenis van het stakeholdermanagement (voor iedere stakeholder) is mij duidelijk vinden we maar één verbeterwens (1tier). Bij andere benchmarks is dat blijkbaar voldoende duidelijk (zie ook hieronder bij de huidige situatie).
Huidige situatie
In de huidige situatie is meer dan de helft van de benchmarks (inclusief het basisprofiel) het met slechts één stelling minimaal duidelijk eens: de betekenis van het stakeholdermanagement (voor iedere stakeholder) mij (de respondent red.) duidelijk is. Driekwart van de benchmarks kan zich daarin vinden. Dat betekent dat bij het grootste deel van de hier opgenomen stellingen de respondent geen duidelijke instemming kan geven of ontkennend heeft geantwoord.
Duurzaamheid
Wenselijke situatie
Een ruime meerderheid van de benchmarks vindt het wenselijk dat de medewerkers in Nederland en in het buitenland een leefbaar inkomen hebben. Ook dat de rvb inzicht heeft in de effecten van de organisatie op het klimaat en dat de rvc inzicht heeft in de effecten van het klimaat op de organisatie ziet minimaal driekwart van de benchmarks als (zeer) wenselijk.
Een meerderheid, meer dan de helft, vindt het ook wenselijk dat medewerkers bij leveranciers een leefbaar inkomen hebben, dat de rvc inzicht heeft in de effecten van de organisatie op het klimaat, dat de rvb inzicht heeft in de effecten van het klimaat op de organisatie, dat de organisatie MVO-onderzoek doet bij leveranciers en dat de organisatie alleen zaken doet met leveranciers waar de medewerkers een leefbaar inkomen hebben.
Veel benchmarks twijfelen over het doen van een MVO-onderzoek bij afnemers en in hoeverre het wenselijk is dat biodiversiteit in voldoende mate op de agenda van de rvc komt te staan.
Veranderwensen
Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met 81 procent zeer hoog. Bij negen van de twaalf stellingen hebben minimaal twaalf benchmarks daar een (urgente) veranderwens. De vier stellingen waar alle zestien benchmarks verbeterwensen hebben, zijn:
- de rvb heeft inzicht in de effecten van de organisatie op het klimaat;
- de rvc heeft inzicht in de effecten van de organisatie op het klimaat;
- de rvc heeft inzicht in de effecten van het klimaat op de organisatie; en
- de organisatie heeft een visie hoe bij te dragen aan een circulaire economie.
Verder zijn ook de volgende veranderwensen breed gedeeld:
- biodiversiteit staat in voldoende mate op de agenda van de rvc (15 benchmarks met daarin 2 bespreekbare punten);
- de rvb heeft inzicht in de effecten van het klimaat op de organisatie (14 benchmarks);
- de organisatie doet MVO-onderzoek bij leveranciers (14 benchmarks);
- de organisatie doet MVO-onderzoek bij afnemers (14 benchmarks, waarvan 2 bespreekbare punten); en
- onze organisatie doet alleen zaken met leveranciers waar de medewerkers een leefbaar inkomen hebben (12 benchmarks).
Huidige situatie
In de huidige situatie is minimaal vijftig procent van de benchmarks het minimaal duidelijk eens met de volgende twee stellingen:
- medewerkers in Nederland hebben een leefbaar inkomen (88 procent); en
- onze medewerkers buiten Nederland hebben een leefbaar inkomen (91 procent).
Digitalisering en cybersecurity
Wenselijke situatie
De meerderheid van de benchmarks is het duidelijk mee eens dat de recovery-strategie van de organisatie voldoende op de agenda van de rvc moet staan, dat in de organisatie periodiek penetratietesten plaatsvinden, dat de back-upstrategie voldoende op de agenda van de rvc staat en dat de rvc zicht heeft op waar in de organisatie (kritische) processen worden gedigitaliseerd. Aan de andere kant van het spectrum zien we dat geen van de benchmarks het erg wenselijk vindt dat het directe medewerkerscontact vooral digitaal verloopt of dat de rvc de door de organisatie gebruikte algoritmes gaat bespreken.
Veranderwensen
Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met 70 procent zeer hoog. Bij acht van de twaalf stellingen hebben minstens elf benchmarks een verbeterwens of een bespreekbaar punt. Koplopers zijn de stellingen over het volgen van een cyber-awarenesstraining door de rvc en het uitzetten van telefoons tijdens rvc-vergaderingen. Bij beide stellingen zijn door vijftien benchmarks veranderwensen geformuleerd. En ook dat elke commissaris voor communicatie met de organisatie alleen door de organisatie geleverde, beveiligde apparatuur gebruikt, dat de respondent kan uitleggen hoe de in de organisatie gedane penetratietesten plaatsvinden en dat de rvc door de organisatie gebruikte algoritmes bespreekt, zijn bij de meeste benchmarks veranderwensen.
De enige stelling waar we weinig veranderwensen zien, is dat het directe medewerkerscontact vooral digitaal verloopt. Daar geven alleen Fam en Corp aan dat het wel een tandje minder mag.
Huidige situatie
In de huidige situatie is bij geen van de twaalf stellingen meer dan 50 procent van de benchmarks het minimaal duidelijk eens. Het dichtst in de buurt komt dat in de organisatie periodiek penetratietesten worden gedaan (44 procent). Dat geldt ook voor het basisprofiel. Zorgelijker is dat niet alle respondenten volmondig kunnen aangeven dat de rvc voldoende zicht heeft op waar de organisatie (kritische) bedrijfsprocessen digitaliseert en dat de back-up- en recoverystrategie nog onvoldoende op de agenda van de rvc staan.
Geopolitiek en planningshorizon
Geopolitieke overwegingen leiden in de wenselijke situatie in (zeer) beperkte mate bij de afzonderlijke benchmarks tot: aanpassing van de strategie, vergroten van de spreiding in leveranciers, wijzigingen in de bediening van buitenlandse markten of het aanhouden van extra voorraden. De meeste animo is er voor het aanhouden van extra voorraden.
Meer kennis bij de rvc van de concurrentie op de verkoop- en de inkoopmarkt is aanzienlijk wenselijker, vooral bij de verkoopmarkt voert dit de boventoon.
De meest gedeelde veranderwensen gaan op voor: de aanwezige kennis bij de rvc van de concurrentie op de inkoopmarkt en aanpassing van de strategie vanwege geopolitieke ontwikkelingen.
Bij de geopolitieke stellingen is het verschil in score tussen de huidige en de wenselijke situatie meestal klein. Bij de stellingen over de kennis van de rvc van de concurrentie op de inkoop- en de verkoopmarkt nemen we grotere verschillen waar, vooral bij de inkoopmarkt.
Planningshorizon
De maximale planningshorizon bij de bedrijfsbenchmarks varieert van 5.8 jaar (cultuursector) tot 17.6 jaar (woningcorporatie). Bij de persoonsgebonden benchmarks loopt deze looptijd uiteen van 4.7 jaar (commissaris ervaring ≤ 4 jaar) tot 9.6 jaar (vrouwelijke commissaris).
De meest gehanteerde planningshorizon bij de bedrijfsbenchmarks ligt tussen de 1.4 jaar (familiebedrijf) en 4.0 jaar (woningcorporatie). Bij de persoonsgebonden benchmarks varieert de meest gehanteerde planningshorizon van 0.6 jaar (secretaris) tot 5 jaar (internal auditor).