Spring naar inhoud

Inleiding

1.1 Aanpak in dit onderzoek

Repeterende vragen en capita selecta

Dit onderzoek heeft een vergelijkbare aanpak als de voorgaande jaarlijkse onderzoeken in 2008 tot en met 2021. Vragen over prestaties en competenties van de rvc en rvb (vanuit rvc perspectief) herhalen we vaak en zijn bijna identiek in alle vijftien versies. Zo kunnen we trends in de periode tussen 2008 en 2022 analyseren. Ook zijn de vragen over het toekomstperspectief (verwachtingen, bedreigingen/uitdagingen/dilemma’s) inmiddels standaard.

Daarnaast nemen we elk jaar een aantal specifieke aandachtsgebieden op. Voor 2022 waren dit:

  •  rollen van de commissaris persoonlijk, van de rvc als geheel en de rvb als geheel;
  •  het functioneren van de auditcommissie;
  •  stakeholdermanagement van de organisatie en de rol van de rvc daarin;
  •  Environmental, Social & Governance (ESG); en
  •  kennis/bewustzijn van ‘digitale’ risico’s binnen de rvc.

Samenstelling van de respondenten is vergelijkbaar met de afgelopen 3 jaar

• In totaal zijn 197 vragenlijsten verwerkt in de kwantitatieve analyse. Hiervan waren 152 ingevuld door commissarissen, 20 door directie/rvb-leden, 15 door secretarissen van rvc’s en 10 door internal auditors: een vergelijkbare samenstelling als in de afgelopen 3 jaar.

• Om bruikbare statistische resultaten te krijgen, is het aantal respondenten van 168 vergelijkbaar met de aantallen in de afgelopen 14 jaar (168 in 2021, 269 in 2020, 342 in 2018, 300 in 2017, 366 in 2016, 351 in 2015, 216 in 2014, 134 in 2013, 129 in 2012, 115 in 2011, 93 in 2010 en 111 in 2008).

• Een deel van de vragenlijsten is ingevuld in combinatie met een persoonlijk interview: 89 dit jaar. Deze interviews zijn altijd een bron van inspiratie en van zeer waardevolle informatie. Ze helpen ons om kritisch boven de ‘getallen’ uit te stijgen en de nodige nuanceringen aan te brengen bij de cijfermatige resultaten.

• De resterende 108 vragenlijsten zijn via een webbased vragenlijst ingevuld. Hiervoor zijn commissarissen benaderd via FBNed, de Governance University, de NCD, de NCR, de NVTZ, de NVTC, platform governance in cultuur, de VTW, stichting Topvrouwen.nl (nu SER), VNO-NCW metropool Amsterdam, VTOI-NVTK, stichting Blikverruimers.nl en onze eigen database.

1.2 Uitwerking resultaten naar basisprofiel en variaties daarop

Basisprofiel als referentiepunt

De structuur van de analyse is als volgt:

  • Allereerst analyseerden we de resultaten voor een herkenbaar basisprofiel. De definitie van het basisprofiel geven we in paragraaf 1.2.1.
  • Daarna analyseerden we de invloed van variaties in het basisprofiel op de resultaten (de definities van de variaties vindt u in paragraaf 1.2.1).
  • Het voordeel van het werken met een basisprofiel is dat we de resultaten beter kunnen interpreteren aan de hand van een helder eenduidig profiel. Ook de invloed van variaties in scores op het basisprofiel leveren ons extra inzichten op. Bovendien maken we de resultaten hiermee onafhankelijk van toevallige variaties in de samenstelling van de groep commissarissen en andere die de enquête hebben ingevuld en kunnen we de resultaten van dit onderzoek goed vergelijken met de eerdere versies van dit onderzoek.

1.2.1 Basisprofiel en variaties/benchmarks

 

We hebben respondenten gevraagd de enquête in te vullen vanuit het perspectief van één van de commissariaten (of andere toezichthoudende functies). Rvb-/directieleden, secretarissen van rvc’s en internal auditors beantwoorden de enquête vanuit het perspectief van de eigen organisatie. Ook vroegen we naar algemene achtergrondgegevens. De invloed van scores op het perspectief en achtergrond zijn cruciaal voor een goede interpretatie van de resultaten. Het profiel van de geënquêteerde is opgesteld aan de hand van de antwoorden op een aantal kenmerkvragen:

  • een deel van de kenmerkvragen gaat over de achtergrondgegevens van de respondent, zoals de leeftijd en gender van de respondent.
  • daarnaast heeft de respondent aangegeven vanuit welk perspectief hij/zij de vragenlijst invult, zoals: het type organisatie, de grootte van de organisatie en de rol die de respondent heeft bij de organisatie.

Definitie basisprofiel

Net als in vorige edities van het onderzoek hebben we het basisprofiel als volgt gedefinieerd: hij

  • is commissaris bij een beursgenoteerde onderneming;
  • is een gewoon rvc-lid en geen voorzitter;
  • heeft meer dan 4 jaar ervaring met een commissariaat;
  • is ouder dan 55 jaar;
  • is man; en
  • is geen lid van de auditcommissie

Tabel 1.1 Onderscheiden variaties ten opzichte van het basisprofiel (benchmarks)

Variaties in bedrijfsbenchmarks     Variaties persoonsgebonden benchmarks     Variaties in niet-commissaris benchmarks  
bapr basisprofiel/beursgenoteerd bedrijf (26)   VZ voorzitter rvc/rvt (60)   DIR rvb-/directielidlid (20)
GB groot, niet-beursgenoteerd bedrijf (41)   Merv minder dan 5 jaar ervaring in de aangegeven rol (30)   Secr secretaris van de rvc (15)
MKB midden- en kleinbedrijf (19)   Jong commissaris ≤ 55 jaar (61)   IA internal auditor (10)
Fam familiebedrijf (13)   VR vrouwelijke commissaris (83)
     
Corp woningcorporatie (28)   AC commissaris lid auditcommissie (57)      
Zorg zorginstelling (24)   1TR lid one-tier board (27)      
OW onderwijsinstelling (19)            
CULT culturele instelling (15)            
ONP overige non-profit (11)            

Variaties op het basisprofiel

  • In tabel 1.1 is het aantal onderscheiden variaties/benchmarks weergegeven en de gehanteerde afkortingen (met tussen haakjes het aantal waarnemingen per variatie).

In vergelijking met vorig jaar hebben we twee benchmarks toegevoegd en één verwijderd

Vergeleken met vorig jaar hebben we één variatie in de persoonsgebonden benchmarks verwijderd: commissaris met een rvb-positie elders. In plaats daarvan hebben we de benchmarks lid one-tier board en cultuurinstelling toegevoegd aan de bedrijfsbenchmarks.

Scores ‘buitenstaan­ders’ geven inzicht in zelfkritisch vermogen van rvc

Voor het zesde jaar in successie hebben ook rvb-/directieleden en secretarissen van rvc’s en rvb’s de enquêtes ingevuld. De groep internal auditors hebben we hier sinds 2019 aan toegevoegd. De opvattingen van deze groepen geven inzicht in het zelfkritisch vermogen van de commissarissen. In dit onderzoek hebben zij geantwoord vanuit hun rol als rvb-lid, secretaris of internal auditor bij een organisatie.

1.2.2 Regressieresultaten

Appendix 1: nadere uitleg regressie analyse

  • We hebben de resultaten verkregen met behulp van een regressieanalyse. De regressieanalyse destilleert uit 197 ingevulde enquêteformulieren de resultaten voor het basisprofiel en de ‘zuivere’ verschillen tussen de variaties en het basisprofiel.
  • Appendix 1 geeft meer details van de regressieanalyse en de variaties

Voordelen regressieanalyse:

inschatten basisprofiel en variaties onafhankelijk van exacte samenstelling groep respondenten

De toegepaste regressie methodologie heeft drie voordelen:

  1. de resultaten voor het basisprofiel en haar variaties verkrijgen we zonder dat respondenten aan de exacte profielbeschrijving van het basisprofiel hoeven te voldoen. Dit jaar voldoet geen van de respondenten exact aan het basisprofiel.
  2. de analyse is niet afhankelijk van de exacte samenstelling van de groep respondenten. Deze verschilt van jaar op jaar.Door elk jaar de verschillen in de samenstelling te controleren kunnen we de resultaten voor meerdere jaren goed met elkaar vergelijken.
  3. de samenstelling van de groep respondenten is van invloed op het significantie­niveau van de resultaten voor het basisprofiel en de variaties. Zijn maar enkele rvc-leden aan een beursgenoteerde onderneming verbonden, dan kunnen we nauwelijks significantie conclusies voor het basisprofiel trekken. Er moet wel voldoende gescoord worden op de variaties. Daarom hebben we met het benaderen van commissarissen en het afnemen van interviews aangestuurd op een evenwichtige samenstelling van de groep respondenten. In tabel 1.1 is zichtbaar hoe de respondenten ‘scoren’ op de verschillende variaties.

Invloed van variaties zijn bijna ‘zuiver’ te bepalen, ze zijn niet veel met elkaar gecorreleerd

Met regressieanalyses kunnen de ‘zuivere’ (of netto) invloeden van de 17 variaties worden bepaald. Bijvoorbeeld, wanneer gemiddelde scores van beursgenoteerde bedrijven worden vergeleken met die van niet-beursgenoteerde organisaties is het de vraag of de verschillen toe te schrijven zijn aan het niet beursgenoteerd zijn of dat het ligt aan de gemiddeld kleinere omvang van de niet-beursgenoteerde bedrijven. De geschatte regressiecoëfficiënten βV representeren nagenoeg de ‘zuivere’ effecten. Voorwaarde is wel dat de variaties niet teveel met elkaar gecorreleerd zijn. Aan deze voorwaarde is voldaan.