Samenvatting
De respondenten in de profitsector zien wat meer bedreigingen buiten de organisatie dan in de organisatie. Bij de non-profitsector is die verhouding nagenoeg in evenwicht. Voor beide sectoren geldt dat de belangrijkste interne zorg het vinden en behouden van medewerkers is en de belangrijkste externe zorg de overheid.
Voor de profitsector liggen de externe bedreigingen vooral bij de overheid (wet- en regelgeving en gedrag met name). Verder zijn er ook meerdere respondenten die hun zorgen uitspreken over de executie van de strategie en opmerkelijk genoeg ook een aantal respondenten dat problemen met betrekking tot aandeelhouders (in verschillende vormen) als bedreiging ziet om de toekomstvisie te realiseren.
Voor de non-profitsector liggen de externe bedreigingen (of uitdagingen) als vanouds vooral bij de overheid. In eerste instantie gaat dat vooral over de toename van wet- en regelgeving, maar bij de non-profitsector gaat het ook vaak over bezuinigingen of over het stopzetten van subsidies. Interne bedreigingen liggen met name zowel bij de arbeidsmarkt als bij de financiële kracht van de organisatie.
4.1 Belangrijkste bedreigingen/uitdagingen voor de organisatie
Onderzoeksvraag
We vroegen aan de respondenten in een open vraag naar wat in hun opvatting de twee belangrijkste bedreigingen van hun organisatie zijn om de toekomstvisie/ambitie (over 5 tot 10 jaar) te realiseren. 138 respondenten hebben daar 291 antwoorden op gegeven. Daarvan zijn 77 respondenten uit de profitsector en 61 uit de non-profitsector.
Profitsector
Vinden en behouden van mensen grootste uitdaging
In de profitsector zien we dat 66 opmerkingen betrekking hebben op bedreigingen vanuit/in de organisatie (bedrijfgerelateerd) en 98 op bedreigingen van buiten de organisatie.
Met stip op één in de profitsector staat de arbeidsmarkt. Dat gaat over zowel het vinden als behouden van mensen (medewerkers en management). Op grote afstand staat op de tweede plaats executie/operational excellence (wendbaarheid, te snelle groei). De derde plaats wordt opvallend ingenomen door problemen bij aandeelhouders. Dat gaat bijvoorbeeld over de verhouding tussen minderheids- en grootaandeelhouders, over het zijn van een staatsdeelneming, dubbele petten of over familieleden als aandeelhouders. In de categorie ‘overige’ vinden we opmerkingen die te maken hebben met winstgevendheid, het businessmodel en interne organisatie.
Overheid belangrijke externe beïnvloeding
Net als voorgaande jaren staat de overheid bovenaan als het gaat over externe bedreigingen, die in veel gevallen ook zijn opgevat als uitdagingen. Het gaat hierbij om(toename van of onzekerheid met betrekking tot) wet- en regelgeving en het gedrag van de overheid. Zowel nationaal als lokaal.
In marktomstandigheden hebben we respondenten geplaatst die het hadden over een consolidatieslag, over discontinuïteit op de wereldmarkt en over verandering van consumentenvoorkeuren. Een aantal respondenten heeft oog voor de concurrentie: nieuwe toetreders op de markt, bestaande partijen als Amazon of Google die andere markten gaan betreden, internationale concurrentie. Bij economische ontwikkelingen vinden we zaken als de wens om het minimumloon te verhogen, recessie, economische teruggang en inflatie.
Non-profitsector
Ook hier vinden van mensen grote uitdaging
In de non-profitsector zien we dat 64 opmerkingen betrekking hebben op de organisatie en 63 op bedreigingen/uitdagingen afkomstig van buiten de organisatie.
Net als de profitsector ziet ook de non-profitsector het vinden van mensen als grootste bedreiging, maar op niet al te grote afstand vinden we funding/financiële kracht terug. Dat laatste heeft vaak, maar niet altijd, raakvlakken met de overheid in die zin dat er onzekerheid heerst of kan heersen over financiering/het toekennen van subsidies. Alle overige opmerkingen waren dermate verspreid dat we daar geen aparte categorieën van konden maken. Daarbij kunt u denken aan opmerkingen met betrekking tot de reputatie, economische ontwikkelingen en klimaat.
Externe bedreigingen liggen ook bij de non-profitsector vooral op het gebied van de overheid, zowel wet- en regelgeving als gedrag. Alle overige opmerkingen waren ook hier dermate verspreid dat we daar geen aparte categorieën van konden maken. Daarbij kunt u bijvoorbeeld denken aan opmerkingen met betrekking tot de beschikbaarheid van ‘grondstoffen’.
4.2 Enige bespiegelingen/vragen/kanttekeningen
Wat noemt men niet?
Het eerste deelrapport van vorig jaar kreeg als titel: Wanneer komt commissaris uit digitale winterslaap. Het verbaast ons daarom misschien niet dat digitalisering, AI en cybercrime eigenlijk amper zijn genoemd als bedreiging/uitdaging. Terwijl het bij de meeste organisaties moeilijk werken is als systemen plat liggen denken we. En een toekomst zonder digitalisering? Dat kan, maar lijkt ons niet waarschijnlijk. Ook geopolitiek lijkt weer ver weggezakt. Verder zien we niet veel opmerkingen met betrekking tot duurzaamheid in de non-profitsector.
Laat de commissaris zich te veel de dagelijkse praktijk intrekken?
Het is misschien niet opmerkelijk dat geopolitiek dit jaar opeens naar voren springt met de oorlog in Oekraïne en de perikelen met China die overal de hoofdpagina’s halen. En toch verbazen wij ons. We vroegen namelijk niet naar de grootste bedreiging/uitdaging in het afgelopen jaar of naar de belangrijkste bedreiging/uitdaging van het eerstvolgende jaar. We vroegen naar de (2) belangrijkste bedreigingen/uitdagingen die de toekomstvisie over 5 tot 10 jaar in de weg kunnen zitten. Het lijkt daarmee dat veel commissarissen bij hun lange termijnoriëntatie onvoldoende rekening houden met signalen uit de maatschappij en misschien wel teveel een soort kuddegedrag vertonen. Is het gek als je bijvoorbeeld in belangrijke mate van één leverancier afhankelijk bent, dat dit dan in de toekomst een probleem kan vormen? Zeker als je geen adequate back-up hebt geregeld als bedrijf. Hoe kan het anders dat demografische ontwikkelingen en medewerkers (aantal) tot voor kort nooit hoog scoorden bij de profitsector? Dit zijn geen gegevens die vorig jaar voor het eerst bekend werden gemaakt, maar trends die men al jaren voorspelt. Ook het ontbreken van geopolitiek in eerdere jaren verbaast ons. Mag u van de commissaris niet verwachten dat hij/zij niet wat langer vooruit kijkt? En misschien te dominant naar lagere kosten kijkt en niet naar de opportunity costs van ‘out of stock’? Waarom is geopolitiek nu pas een hot thema? Wordt de commissaris te veel de dagelijkse praktijk ingetrokken zodat er geen tijd overblijft voor langetermijnscenario’s? Of reageert de commissaris te veel secundair in plaats van proactief? Of is de rvc-agenda te vol met de alledaagse business en is er te weinig ruimte voor fundamentele en free format discussies? Maar moet de commissaris dan niet afdwingen dat ze die tijd vrijgemaken? Wie bepaalt de rvc-agenda?
Zijn geopolitieke ontwikkelingen alleen voor het beursgenoteerde bedrijf en zorg een issue? Niet langer, zo lijkt het.
Het eerste deel van bovenstaande titel is gelijk aan de titel van een bespiegeling van vorig jaar. Alleen het beursgenoteerde bedrijf, zorg, directie en internal auditors zetten bij geopolitieke ontwikkelingen enkele vinkjes bij bedreiging/uitdaging om de toekomstvisie te realiseren.
Inmiddels lijken ook bij de commissarissen van het groot- en kleinbedrijf en bij de commissarissen van familiebedrijven de effecten duidelijk te zijn(gemaakt). Bij de non-profitsector lijkt het een stuk minder op het netvlies te staan. Ook de commissaris in de zorg noemt het nog amper. We vermoeden dat veel van de respondenten het nieuws zeker volgen, maar de vraag is dan of ze geopolitieke ontwikkelingen als relevant voor de eigen organisatie zien. We kunnen ons niet voorstellen dat als organisaties in de profitsector geopolitieke ontwikkelingen als een belangrijke bedreiging/uitdaging zien, dit geen effect heeft op de non-profitsector. Of levert de profitsector geen diensten aan de non-profitsector? Zelfs als de dienstverlening zich geheel in Nederland afspeelt kan de basis van die dienstverlening toch nog zijn blootgesteld aan ontwikkelingen die verder weg spelen. De reeds vorig jaar genoemde gasprijzen zijn daar een voorbeeld van. Is er wel eens een blootstelscenario aan het buitenland geweest? We vragen ons af of ze die discussie wel eens voeren in de non-profitsector. Misschien is het een goede zaak dat ketenafhankelijkheid ook hier een grotere diepgang krijgt.