Spring naar inhoud

Samenvatting

Samenvatting

In de zomer en herfst van 2023 vond de 16e editie van het Grant Thornton commissarissen benchmarkonderzoek van Board in Balance en Herbert Rijken plaats. Dit onderzoek heeft een vergelijkbare aanpak als de voorgaande jaarlijkse onderzoeken. In totaal zijn 160 vragenlijsten voldoende ingevuld om te gebruiken in de kwantitatieve analyse. Hiervan vulden 129 commissarissen, 13 rvb-/directieleden, 9 secretarissen van rvc’s en 9 internal auditors deze in. Een deel van de vragenlijsten is ingevuld in combinatie met een persoonlijk interview. Dit jaar hebben we 94 persoonlijke interviews afgenomen. De overige vragenlijsten zijn via een webbased vragenlijst ingevuld. Voor de verwerking van de resultaten hebben we een regressieanalyse toegepast.

Grant Thornton was dit jaar voor het 14e jaar op rij de hoofdsponsor van het onderzoek. iWink is co-sponsor.

Ook werkten we dit jaar weer met een basisprofiel (gemakshalve het beursgenoteerde bedrijf genoemd) en zeventien profielen/andere benchmarks. De benchmarks verdelen we in bedrijfsbenchmarks (groot niet-beursgenoteerd bedrijf, MKB, familiebedrijf, woningcorporatie, zorginstelling, onderwijsinstelling en overige non-profitinstellingen) en persoonsgebonden benchmarks (voorzitter rvc, vicevoorzitter, jongere commissaris, vrouwelijke commissaris, commissaris lid van de auditcommissie, een commissaris met minder dan 5 jaar ervaring en een commissaris die elders in een rvb zit) en drie niet-commissaris benchmarks namelijk rvb-/directieleden, secretarissen van rvc’s en internal auditors. Van de secretarissen en de internal auditors doen we alleen bij een beperkt aantal vragen verslag.

Ook dit jaar zijn we, naast benieuwd naar hoe respondenten tegen de huidige situatie aan kijken, ook benieuwd of ze daar tevreden mee zijn of dat ze van mening zijn dat zaken anders moeten in de nabije toekomst.

Inhoud eerste deelrapport

Dit rapport vormt het eerste deel van het onderzoek. Hier gaan we in op de antwoorden die de respondenten hebben gegeven op de vragen:
    • Wat zijn de twee sterkste punten van uw organisatie om de toekomstvisie te realiseren?
    • Wat zijn de twee belangrijkste bedreigingen/uitdagingen om de toekomstvisie te realiseren?
    • Wat zijn de twee belangrijkste kansen voor uw organisatie om de toekomstvisie/ambitie te realiseren?
In alle drie de gevallen hebben we het, als het gaat over die toekomstvisie, over een termijn van 5 tot 10 jaar.

Na deze drie korte hoofdstukken volgt een overzicht van de veranderwensen bij de afzonderlijke benchmarks van alle onderzochte onderwerpen.
Inhoudelijk gaan we in daaropvolgend hoofdstukken in op duurzaamheid, digitalisering en AI, enkele stellingen rond de C(OR) en last but not least behandelen we de open vraag over wat AI voor de rvc kan betekenen.
Aan het eind van het rapport geven we in de eerste appendix een toelichting op de gehanteerde regressieanalyse en in de tweede appendix vindt u de nagenoeg integrale antwoorden op de open vraag over wat AI voor de rvc kan betekenen.

Veranderpercentage als indicatie van door respondenten gewenste verbeteringen

Het verschil in scores tussen de huidige en de gewenste situatie leidt tot een veranderwens en veelal een verbeterwens. Het overall gemiddelde veranderpercentage van alle benchmarks in dit onderzoek is 41 procent. Dat is een vergelijkbaar percentage met de overall percentages van de onderzoeken in de afgelopen jaren.

De benchmarks met de hoogste overall veranderpercentages dit jaar zijn:
    • bij de persoonsgebonden benchmarks: de vrouwelijke commissaris
    • bij de non-profitbenchmarks: het onderwijs
    • bij de profitbenchmarks: het groot (niet-beursgenoteerde) bedrijf

De benchmarks met de laagste overall veranderpercentages zijn:
    • bij de persoonsgebonden benchmarks: de voorzitter van de rvc
    • bij de non-profitbenchmarks: de woningcorporatie
    • bij de profitbenchmarks: het MKB

De hoofdstukken met gemiddeld de meesteveranderwensen voor alle benchmarks gezamenlijk zijn digitalisering, cybersecurity en AI, permanente educatie, de rol van de vicevoorzitter en deel van de werkgeversrol.

Sterke punten van de organisatie

Zowel de respondenten uit de profitsector als die uit de non-profitsector noemen de bedrijfscultuur het vaakst als het sterkste punt van hun organisatie. Het gaat daarbij om opmerkingen als de ‘betrokkenheid van medewerkers’ en om de ‘wendbaarheid van de organisatie’.
De top drie van categorieën wordt in profitsector daarna aangevuld met mensen (bijvoorbeeld ‘hoog opleidingsniveau’ en ‘jonge ambitieuze medewerkers aangetrokken’) en product-/dienstportfolio (‘onderscheidend in product en service’).
In de non-profitsector volgt na de bedrijfscultuur de categorie stakeholder. Die hebben we wat ruim geïnterpreteerd en daar vallen bijvoorbeeld de volgende opmerkingen onder: ‘focus en doordrongen van de veranderingen in de maatschappij’, ’grote betrokkenheid bij alle stakeholders’ en ‘weten wat er speelt op de werkvloer’). De top drie wordt hier afgesloten met de categorie funding/financiële kracht (‘financieel gezond’, ‘financieel stabiel’).

Wat zijn de belangrijkste bedreigingen/uitdagingen?

De respondenten in de profitsector zien wat meer bedreigingen buiten de organisatie dan in de organisatie. Bij de non-profitsector is die verhouding nagenoeg in evenwicht. Voor beide sectoren geldt dat de belangrijkste interne zorg het vinden en behouden van medewerkers is en de belangrijkste externe zorg de overheid.
Voor de profitsector liggen de externe bedreigingen vooral bij de overheid (wet- en regelgeving en gedrag met name). Verder zijn er ook meerdere respondenten die hun zorgen uitspreken over de executie van de strategie en opmerkelijk genoeg ook een aantal respondenten dat problemen met betrekking tot aandeelhouders (in verschillende vormen) als bedreiging ziet om de toekomstvisie te realiseren.
Voor de non-profitsector liggen de externe bedreigingen (of uitdagingen) als vanouds vooral bij de overheid. In eerste instantie gaat dat vooral over de toename van wet- en regelgeving en bij de non-profitsector gaat het ook vaak over bezuinigingen of over het stopzetten van subsidies. Interne bedreigingen liggen met name zowel bij de arbeidsmarkt als bij de financiële kracht van de organisatie.

Waar liggen de kansen?

Zowel in de profitsector als de non-profitsector zien de respondenten net iets meer kansen buiten de organisatie liggen dan intern in de organisatie. Er is geen sprake van een heel groot verschil in die verhouding tussen externe en interne kansen. Wel zien we enige verschillen en overeenkomsten in waar in de organisatie of waar in het ‘umfeld’ die kansen dan liggen. Voor de profitsector liggen die kansen intern vooral in de gemaakte of aangeboden producten/diensten. Daar bestaat veel vertrouwen in. Verder noemen respondenten ook vaak zaken in de categorieën digitalisering, businessmodel, mensen en executie. Extern liggen voor de respondenten uit de profitsector vooral kansen in de verduurzaming/energietransitie, (veranderende) marktomstandigheden, marktpositie, reputatie en de vraag naar producten/diensten.

Voor de non-profitsector liggen die kansen intern ook vooral in de gemaakte of aangeboden producten/diensten. Verder noemen zij ook vaak zaken in de categorie bedrijfscultuur. Extern liggen voor de respondenten uit de non-profitsector vooral kansen in het samenwerken met andere partijen. Verder noemen zij (veranderende) marktomstandigheden en (veranderende) maatschappelijke opvattingen/gedrag ook vaker.

Duurzaamheid

Wenselijke situatie

 

Iedereen is van mening dat het fiscale handelen van de organisatie moet voldoen aan maatschappelijk breed aanvaarde normen/waarden. Verder zien we een ruime meerderheid die vindt dat de rvc en rvb gezamenlijk voldoende moeten spreken over het belastingbeleid van de organisatie en die het ook wenselijk vindt dat de rvc voldoende op de hoogte moet zijn van het belastingbeleid van de organisatie. Net meer dan de helft vindt het niet wenselijk dat het belastinggedrag van individuele rvc- en rvb-leden de reputatie van de organisatie schaadt.


Verder zien we een ruime meerderheid die van mening is dat de organisatie meetbare duurzaamheidsdoelen moet formuleren, dat de rvb (voldoende) bekwaam moet zijn om de duurzame ontwikkeling vorm te geven. Meer dan de helft vindt het ook wenselijk dat de organisatie (voldoende) bekwaam moet zijn om de duurzame ontwikkeling vorm te geven, sociale factoren voldoende worden meegewogen in het beloningsbeleid van de rvb, de beloning van de meest en minst verdienende medewerker voldoende in balans moet zijn, de drijfveer bij het senior management voor het voldoen aan ESG vooral eigen intrinsieke motivatie moet zijn en dat ook de drijfveer bij de rvb voor het voldoen aan ESG vooral eigen intrinsieke motivatie moet zijn.

Veranderwensen. Wat moet anders of beter?

 

Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met 43 procent hoog. De scores van die veranderingen liggen in de wenselijke situatie niet allemaal boven de 3.2. Dat betekent dat een deel ook bespreekbare punten betreft (score < 3.2). Er zijn vijf stellingen die met kop en schouders boven de andere uitsteken als het gaat om breed gedeelde veranderwensen. Bij deze vijf stellingen zijn minimaal elf benchmarks te zien die daar een (urgente) verbeterwens hebben:

  • Milieufactoren worden voldoende meegewogen in het beloningsbeleid van de organisatie (14 benchmarks).
    • Sociale factoren worden voldoende meegewogen in het beloningsbeleid van de organisatie (14 benchmarks).
    • Governance factoren worden voldoende meegewogen in het beloningsbeleid van de organisatie (11 benchmarks).
    • De organisatie is voldoende bekwaam om de duurzame ontwikkeling vorm te geven (11 benchmarks).
    • De drijfveer bij de rvc voor het voldoen aan ESG is vooral intrinsieke motivatie (11 benchmarks).

Er is één stelling waar geen enkele benchmark een verbeterwens heeft: 'Het fiscale handelen van de organisatie voldoet aan maatschappelijk breed aanvaarde normen/waarden'. Dat is op orde zo lijkt het.

Huidige situatie

 

In de huidige situatie is minimaal de helft van het totaal aantal benchmarks, inclusief het basisprofiel, het minimaal duidelijk eens met de volgende vier stellingen. Dit zijn:

  • Het fiscale handelen van de organisatie voldoet aan maatschappelijk breed aanvaarde normen/waarden (100 procent, alle benchmarks).
  • De rvc en de rvb hebben voldoende gezamenlijk gesproken over het belastingbeleid van de organisatie (75 procent).
  • Mijn organisatie heeft meetbare duurzaamheidsdoelen geformuleerd (61 procent).
  • De rvc is voldoende op de hoogte van het belastingbeleid van de organisatie (59 procent).

Aan de andere kant zien we dat minimaal de helft van het totaal aantal benchmarks zich niet kan vinden in de stelling dat het belastinggedrag van individuele rvc- en rvb-leden de reputatie organisatie van de organisatie schaadt.

Digitalisering, cybersecurity en AI

Wenselijke situatie

 

De top vijf stellingen waar de gemiddelde wenselijkheid het grootst is, bestaat uit een organisatie die voldoende bekwaam is om de digitale transformatie vorm te geven, datamanagement dat binnen de organisatie op orde is, een organisatie die het afgelopen jaar een cybersecurity-oefening heeft gedaan, een organisatie die dezelfde oefening heeft gedaan, maar dan ook met betrokkenheid van de rvb en uit een organisatie die leveranciers aanspreekt op hun cyberweerbaarheid.
Daarnaast zijn er nog vijf andere stellingen waarbij de gemiddelde score duidelijk mee eens is.

Aan de andere kant zien we dat geen van de benchmarks het erg wenselijk vindt dat de rvc het management gaat verbieden om voor de herijking van de doelstellingen en strategie van het bedrijf gebruik te maken van AI (zoals ChatGPT). Ook zijn maar weinig benchmarks ervan overtuigt dat elk lid moet beschikken over een nu inzetbare satelliettelefoon en/of aangeven dat als de communicatiekabels in de Noordzee/Atlantische Oceaan niet meer functioneren dat hun organisatie raakt.

Veranderwensen. Wat moet anders of beter?

 

Voor alle benchmarks samen is het veranderpercentage met 81 procent zeer hoog. Bij zestien van de twintig stellingen hebben minstens tien benchmarks een veranderwens. Koplopers zijn de stellingen over het hebben van regels als rvc voor het omgaan met social media, het in beeld hebben (als rvc, als rvb en als organisatie) van de voor- en nadelen van AI voor de organisatie.

Verder kennen ook de stellingen over het opstellen van beleid hoe om te gaan met AI, het als rvc hebben van voldoende overzicht over waar in de organisatie algoritmes worden gebruikt en het als organisatie doen van een cybersecurityoefening (ook samen met de rvc) nog veel verbeterwensen.
De enige stelling met weinig veranderwensen (2) betreft: algoritmes mogen in onze organisatie alleen beslissingsondersteunend zijn.

Huidige situatie

 

In de huidige situatie is bij slechts één van de twintig stellingen meer dan 50 procent van de benchmarks het minimaal duidelijk eens. Dat is dat de organisatie in het afgelopen jaar een cybersecurityoefening heeft gedaan (59 procent van de benchmarks). Dat geldt ook voor het basisprofiel.

Organisaties, rvb’s en rvc’s hebben nog onvoldoende beeld van de voor- en nadelen van AI voor hun organisatie. Zorgelijker is dat maar weinig organisaties bezig zijn geweest om beleid op te stellen rondom het gebruik van AI.

In gesprek met de (c)or en cultuur

Wenselijke situatie

 

Het basisprofiel is het er nagenoeg volstrekt mee eens dat er in de organisatie voldoende ruimte moet zijn voor innovatie. Spreken met de (c)or over het inclusiviteitsbeleid en het diversiteitsbeleid van de organisatie is volgens het basisprofiel wenselijk. Dat geldt ook voor het spreken over het gedrag in de organisatie en over voor het in de organisatie voldoende ruimte zijn voor het maken van fouten. Het door de rvc spreken met de (c)or over de bedrijfscultuur van de organisatie vindt het basisprofiel min of meer wenselijk.

De wenselijkheid van de zes stellingen deelt men breed. Geen enkele benchmark scoort lager dan een 3.5. Ongeveer driekwart van de scores is een 4.0 of hoger (= duidelijk of volstrekt mee eens). Een kwart valt in de klasse ‘min of meer mee eens’ (3.5 ≤ score < 4.0).

In het algemeen vinden we de hogere mate van instemming structureel bij de stellingen over de ruimte voor innovatie en over het voldoende aanwezig zijn van ruimte voor het maken van fouten. Daarbij scoort de ruimte voor innovatie bij iedereen een 4.0 of hoger.

Veranderwensen. Wat moet anders of beter?

 

Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage 23 procent. Dat is laag. Alle veranderwensen die er zijn, zijn tegelijk ook verbeterwensen. Vooral het onderwijs heeft veel verbeterwensen.

De meest gedeelde veranderwens, bij acht van de zeventien benchmarks, gaat over het voldoende aanwezig zijn van ruimte in de organisatie voor innovatie. Twee van die acht zijn urgent en komen vanuit de organisatie zelf, namelijk de directie en de internal auditor.

Huidige situatie

 

Bij het basisprofiel vallen alleen de stellingen over het voldoende spreken door de rvc met de (c)or over het diversiteits- en inclusiviteitsbeleid in de klasse ‘duidelijk mee eens’ qua instemming. De andere vier stellingen zitten een klasse lager (min of meer mee eens). Het onderwijs scoort bij de vier gespreksonderwerpen een stuk lager, het MKB bij drie van de vier. De jongere commissaris daarentegen stemt bij alle zes de stellingen juist veel meer in dan het basisprofiel.

Gevolgen AI voor de rvc

 

Wat de gevolgen van AI kunnen zijn voor de rvc, daarop wisten veel respondenten geen antwoord te geven. Een aantal kwam daar ook voor uit. Andere gaven een veelvoud aan antwoorden. Ondersteuning werd genoemd (bijvoorbeeld bij het maken van notulen). Een aantal zag het meer als ondersteuning bij strategievorming (scenarioanalyses) of gaf waarschuwingen (informatie kan fake news zijn).