Samenvatting
Zowel in de profitsector als de non-profitsector zien de respondenten net iets meer kansen buiten de organisatie dan intern in de organisatie. Maar erg groot is dat verschil in de verhouding intern versus extern niet. Wel zien we enige verschillen en overeenkomsten in waar in de organisatie of waar in het ‘umfeld’ die kansen dan liggen.
Voor de profitsector liggen die kansen intern vooral in de producten/diensten die worden gemaakt of aangeboden. Daar bestaat veel vertrouwen in. Verder zijn ook vaak zaken genoemd in de categorieën digitalisering, businessmodel, mensen en executie. Extern liggen voor de respondenten uit de profitsector vooral kansen in de verduurzaming/energietransitie, in (veranderende) marktomstandigheden, in de marktpositie, in de reputatie en in de vraag naar producten/diensten.
Voor de non-profitsector liggen die kansen intern ook vooral in de producten/diensten die worden gemaakt of aangeboden. Verder zijn ook vaak zaken genoemd in de categorie bedrijfscultuur. Extern liggen voor de respondenten uit de non-profitsector vooral kansen in de samenwerking met andere partijen. Verder zijn (veranderende) marktomstandigheden en (veranderende) maatschappelijke opvattingen/gedrag ook vaker genoemd.
Onderzoeksvraag
We vroegen aan de respondenten naar wat in hun opvatting de twee belangrijkste kansen zijn voor de organisatie om de toekomstvisie/ambitie (over 5 tot 10 jaar) te realiseren. Het betrof een open vraag. 142 respondenten hebben daar 276 antwoorden op gegeven. Daarvan zijn 78 respondenten uit de profitsector en 64 uit de non-profitsector.
5.1 Belangrijkste kansen voor de organisatie
Profitsector
Vertrouwen in product-/dienstportfolio
In de profitsector zien we dat 70 opmerkingen betrekking hebben op kansen in de organisatie (bedrijfgerelateerd), en 82 op kansen buiten de organisatie.
In de profitsector is veel vertrouwen in de product-/dienstportfolio van de organisatie. Zaken als integrale dienstverlening en duurzame oplossing binnen de sector vallen hieronder. Bij digitalisering gaven veel respondenten alleen dat woord als antwoord. Dat kan natuurlijk op van alles slaan en maakt het lastig om het toe te wijzen aan een bepaalde categorie. Vandaar dat we ze gezamenlijk als aparte categorie hebben genomen. Een voorbeeld uit de categorie businessmodel gaat bijvoorbeeld over multi-channelverkoop. In de categorie mensen gaat het vaak over de aanwezige expertise, loyaliteit en kennis in de organisatie. Executie en/of operational excellence kan betrekking hebben op ‘tempo maken door de zaken anders en slimmer aan te pakken’ en ‘standaardisatie van operationele processen’.
De verduurzaming en daarmee gepaard gaande energietransitie is voor een aantal respondenten een grote externe kans. Voor sommige doordat ze een voorsprong hebben opgebouwd op de concurrentie door integratie van duurzaamheid in de bedrijfsvoering, businessmodel en proposities. Voor sommige andere een kans door hun dienstverlening. In marktomstandigheden/-positie hebben we een aantal respondenten geplaatst die een consolidatieslag verwachten. Maar ook respondenten die het hadden over een goede positionering op de arbeidsmarkt. Bij reputatie ging het bijvoorbeeld over ‘het gevoel nummer 1 te zijn als klant’ en ook ‘attractiviteit/naam bedrijf in verband met nieuwe medewerkers’.
Non-profitsector
Product-/dienstportfolio ook hier leidend
In de non-profitsector zien we dat 38 opmerkingen betrekking hebben op kansen in de organisatie en 86 op kansen van buiten de organisatie.
In de non-profitsector is ook veel vertrouwen in de product-/dienstportfolio van de organisatie, zoals zaken als juiste nieuwbouw, dienstverlening en gepersonaliseerd onderwijs. Bij bedrijfscultuur gaf iemand bijvoorbeeld aan dat het een kans is als het nieuwe bestuur de neuzen van management en medewerkers in de goede richting krijgt. Een ander gaf aan dat er een sterk intern leer- en ontwikkelingstraject is of een ‘intern cultuurtraject dat de slagkracht kan vergroten’.
Samenwerking kans en/of noodzaak
Externe kansen liggen in de non-profitsector vooral op het gebied van samenwerking: in het veld, met stakeholders, met andere organisaties (zowel verticaal als horizontaal) en over sectorgrenzen heen.
In marktomstandigheden/marktpositie heeft de respondent het over de ‘ambities van de rijksoverheid met betrekking tot de woningmarkt’, ‘groei van de stad’, ‘doorzettende vergrijzing’, ‘groei van de ‘markt’’, ‘onaantrekkelijk maken van auto in de stad’ en ‘het zijn van de enige organisatie in de gemeente’.
5.2 Enige bespiegelingen/vragen/kanttekeningen
Bij de kansen zien we nu wel de categorie digitalisering opduiken. Zij het alleen bij de profitsector. Wij verbazen ons dat in de sfeer van digitalisering, AI en ICT zowel in de kansen als bedreigingen sfeer zo weinig opmerkingen zijn gemaakt. We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat in zijn algemeenheid commissarissen en misschien ook wel bestuurders/rvb-leden blijk geven van onvoldoende oog voor deze dimensie. En blijkbaar komt dit niet spontaan op bij de open vraag. Met andere woorden: het is geen top of mind. Wat betekent dit voor de rol die commissarissen op dit gebied kunnen en moeten spelen. Zijn ze een asset of een liability voor hun organisatie?
Opvallend is ook dat van diverse kanten in onderzoekrapporten door dienstverleners op dit gebied is gewezen dat bedrijven ten aanzien van bijvoorbeeld CSRD niet of te laat begonnen zijn om hun organisatie zo in te richten dat zij in de nabije toekomst aan hun verplichtingen op dit gebied kunnen voldoen. Hoe kritisch zijn de commissarissen die zich vaak laten voorstaan op het kunnen stellen van kritische vragen als één van de belangrijkste eigenschap van een commissaris? Nemen zij zichzelf de maat in bijvoorbeeld hun regelmatige zelfevaluaties of huren zij een externe, kritisch partij in? Of willen zij die juist niet, want dat kan de harmonie in de raad verstoren? Maken ze wel voldoende gebruik van externe expertise? Durven ze wel te zeggen dat ze bepaalde kennis en/of ervaring ontberen? En hoe is het wat dat betreft gesteld met de rvb-leden of de bekende sleutelfunctionarissen? In hoeverre staat men voldoende open voor de observatie dat in het land van de blinden eenoog koning is?
Een vergelijkbaar betoog kunnen we houden voor zowel bedreigingen als kansen op genoemde terreinen. Maar wachten lijkt ons niet de beste keus. De bekende kikkers in de pan met kokend water hebben op een gegeven moment ook geen keus meer. Is dat het vooruitzicht dat een rvc of een rvb wil koesteren? Après nous le déluge!