Samenvatting
Wenselijke situatie
Zelf
Niemand wil zich geremd voelen om bij elk onderwerp vragen te stellen, zich uit te spreken en anderen aan te spreken. Alle benchmarks vinden dat ze dat zelf moeten doen (score van een 4.0 of hoger). Ruim driekwart van de benchmarks heeft dezelfde mening als het gaat over de andere drie aspecten: fouten delen, zorgen delen en/of ideeën aan te dragen.
Rvc-collega’s
Bij alle zes aspecten is minstens driekwart van de benchmarks van mening dat de rvc-collega’s zich niet geremd moeten voelen om bij elk onderwerp: vragen te stellen, zich uit te spreken, anderen aan te spreken, fouten te delen, hun zorgen te delen en/of ideeën aan te dragen.
Rvb
Alle benchmarks zijn duidelijk van mening dat de rvb zich niet geremd moet voelen om zich uit te spreken bij elk onderwerp. Voor ruim driekwart van de benchmarks geldt dat ook voor vragen stellen, fouten delen en ideeën aandragen. Voor 65 procent van de benchmarks geldt dat voor zorgen delen en voor nog eens 59 procent van de benchmarks geldt die duidelijke mate van instemming voor anderen aanspreken.
Veranderwensen
Zelf
In de profitsector en in de non-profitsector hebben alleen GB, Fam, Corp en Cult een forse verbeterwens. Alle vier willen ze zich minder geremd voelen om bij elk onderwerp anderen aan te spreken. Bij de commissarissen en de niet-commissarissen benchmarks zien we geen enkele verbeterwens.
Rvc-collega’s
Koplopers, met respectievelijk acht en zeven benchmarks die daar een verbeterwens hebben, zijn vragen stellen en fouten delen. Ideeën aandragen is het minst problematisch met slechts één benchmark (Secr) die daar een verbeterwens heeft.
Rvb
Koploper, met vijftien benchmarks, is de wens dat de rvb zich minder geremd voelt om elk onderwerp fouten te delen. Ook vragen stellen, zich uitspreken, anderen aanspreken en zorgen delen kan volgens telkens twaalf of dertien benchmarks beter.
Ideeën aandragen wijkt iets af en kan volgens acht benchmarks beter.
Huidige situatie
Zelf
Ten aanzien van zichzelf geven alle benchmarks aan dat ze het minimaal ‘min of meer mee eens’ zijn met de stelling dat ze zich niet geremd voelen om bij elk onderwerp: vragen te stellen, zich uit te spreken, anderen aan te spreken, fouten te delen, hun zorgen te delen en ideeën aan te dragen. De meeste zijn het er zelfs ‘duidelijk of volstrekt mee eens’.
Rvc-collega’s
Ten aanzien van de rvc-collega’s zakt het overall gemiddelde wat, van 4.4 naar een 4.0. Dat zien we ook terug bij het basisprofiel. Deze scoorde ten aanzien van zichzelf bij vijf van de zes aspecten een 4.0 of hoger. Ten aanzien van de rvc-collega’s is dat gezakt naar nog slechts één van de zes aspecten.
Kijken we naar alle benchmarks, dan zien we dat alleen het delen van zorgen door de rvc-collega’s op een meerderheid kan rekenen, 61 procent van de benchmarks heeft die mening.
Met name bij het delen van fouten zien we benchmarks die daar slechts neigen naar instemming (Corp, OW) of zelfs in de ‘deels mee oneens/deels mee eens’ klasse zitten (Secr). Verder valt het lage gemiddelde op van VR, hoewel Merv en Secr daar maar een fractie boven zitten.
Rvb
Het individuele rvb-lid voelt zich zelf niet echt geremd bleek al eerder.
De omgeving van de rvb ziet dat duidelijk anders. Daarbij is wel een tweedeling te zien onder de commissarissen. VZ en AC zitten met hun scores redelijk dicht bij die van de rvb zelf, maar met name Jong rvbEL en Merv zitten met hun gemiddelde scores flink lager. Alleen IA heeft gemiddeld een hogere score op de zes aspecten dan het individuele rvb-lid zelf.
Fouten delen en andere aanspreken zijn de twee aspecten die gemiddeld het laagst scoren. Dat betekent dat bij deze het idee heerst dat de rvb zich daar wel geremd voelt.
Onderzoeksvraag
We vroegen de respondenten naar hun mening over acht aan psychologische veiligheid gerelateerde stellingen. Vanuit het perspectief van henzelf, de collega’s in de rvc en vanuit de rvb. Deze zijn nieuw en dat betekent dat we die niet kunnen vergelijken in de tijd.
Gebruikt is de 5-puntsschaal met: 1 = volstrekt oneens, 2 = oneens, 3 = deels oneens/deels eens, 4 = eens en 5 = volstrekt mee eens.
4.1Wenselijke situatie
Zelf
Basisprofiel: alle zes aspecten (zeer) wenselijk
Gewenste situatie basisprofiel
Bij het basisprofiel vallen alle zes aspecten in de klassen met de hoogste mate van instemming, ‘volstrekt eens’ (score ≥ 4.5) of ‘duidelijk mee eens’ (4.0 ≤ score < 4.5). Het belangrijkste is dat de respondent zich niet geremd voelt om bij welk onderwerp dan ook vragen te stellen.
Rvc-collega’s
Basisprofiel: vragen stellen, zorgen delen en uitspreken wenselijk
Gewenste situatie basisprofiel
Bij het basisprofiel vallen drie aspecten in de klasse ‘duidelijk mee eens’ (4.0 ≤ score < 4.5): de rvc-collega’s moeten zich niet geremd voelen om bij elk onderwerp vragen te stellen, hun zorgen te delen en zich uit te spreken.
Anderen aanspreken, ideeën aandragen en fouten delen valt net een klasse lager, in de klasse ‘min of meer mee eens’ (3.5 ≤ score < 4.0).
Rvb
Basisprofiel: vijf van de zes aspecten wenselijk
Gewenste situatie basisprofiel
Bij het basisprofiel vallen vijf van de zes aspecten in de klasse ‘duidelijk mee eens’ (4.0 ≤ score < 4.5). Alleen het anderen aanspreken valt een klasse lager, in de klasse ‘min of meer mee eens’.
Draagvlak: hoe breed delen de benchmarks de wenselijkheid?
.
Overall valt 95 procent van de aspecten betreffende zichzelf in de klasse ‘duidelijk mee eens’ of hoger
Ten aanzien van zichzelf
De andere benchmarks delen de mate van wenselijkheid van het basisprofiel ten aanzien van zichzelf breed. Bij zich niet geremd voelen om vragen te stellen, zich uit te spreken en anderen aan te spreken vinden alle benchmarks dat ze dat zelf moeten doen (score van een 4.0 of hoger). Ruim driekwart van de benchmarks is het ‘duidelijk eens’ met de andere drie aspecten.
.
Overall valt 71 procent van de aspecten betreffende de rvc-collega’s in de klasse ‘duidelijk mee eens’ of hoger
Ten aanzien van de rvc
De mate van wenselijkheid van het basisprofiel wordt ook bij de rvc breed gedeeld. Zij het wat minder dan bij ‘zichzelf’. Bij alle zes aspecten is minstens 61 procent van de benchmarks van mening dat de rvc-collega’s daaraan moeten voldoen. De meeste instemming doet zich met 89 procent van de benchmarks voor bij vragen stellen en de minste (61 procent) bij ideeën aandragen.
.
Overall valt 84 procent van de aspecten betreffende de rvb in de klasse ‘duidelijk mee eens’ of hoger
Ten aanzien van de rvb
De mate van wenselijkheid van het basisprofiel ten aanzien van de rvb wordt ook breed gedeeld onder de andere benchmarks. Alle benchmarks zijn duidelijk van mening dat de rvb zich niet geremd moet voelen om zich uit te spreken bij elk onderwerp. Voor meer dan 90 procent van de benchmarks geldt dat ook voor vragen stellen, fouten delen en ideeën aandragen. Voor 65 procent van de benchmarks geldt dat voor zorgen delen en voor nog eens 59 procent van de benchmarks geldt die duidelijke mate van instemming voor anderen aanspreken.
Andere benchmarks vergeleken met het basisprofiel (als het gaat over de respondent zelf)
Overall afwijkingspercentage hoger bij profitsector dan bij non-profitsector
Overall is het afwijkingspercentage substantieel bij de bedrijfsbenchmarks (46 procent). Dat komt voornamelijk vanuit de profitsector met 67 procent. Voor de non-profitsector is het percentage met 33 procent veel lager. Het overall afwijkingspercentage bij de persoonsgebonden benchmarks is met 4 procent marginaal.
.
Grote overeenstemming met basisprofiel
Bedrijfsbenchmarks
Bij de profitsector en de non-profitsector is sprake van een grote mate van overeenstemming met het basisprofiel. Alle bedrijfsbenchmarks scoren bij alle zes aspecten (ruim) boven de 4.0 en zijn het dus ‘duidelijk of volstrekt eens’ met de stellingen. De materiële verschillen (en het substantiële afwijkingspercentage) komen dus voort uit de verschillen tussen het ‘duidelijk mee eens’ of ‘volstrekt mee eens’ zijn met een stelling/aspect van psychologische veiligheid.
.
Nagenoeg helemaal eens met basisprofiel
Persoonsgebonden benchmarks
Bij de persoonsgebonden benchmarks bij de commissarissen en de niet-commissarissen zien we alleen bij Merv een materiële afwijking. Merv wijkt één keer materieel af bij de wenselijkheid om bij elk onderwerp zorgen te delen. Merv is het daar ‘min of meer mee eens’ terwijl het basisprofiel het daar ‘duidelijk mee eens’ is.
Andere benchmarks vergeleken met het basisprofiel (als het gaat over de rvc-collega’s)
Overall is het afwijkingspercentage weliswaar substantieel bij de bedrijfsbenchmarks (81 procent), maar als we kijken naar de verschillen dan zien we dat die zich voor het merendeel afspelen op ‘duidelijk mee eens – volstrekt mee eens’ spectrum.
.
Grote overeenstemming met basisprofiel
Bedrijfsbenchmarks
Bij de profitsector en de non-profitsector is sprake van een grote mate van overeenstemming met het basisprofiel. Alle bedrijfsbenchmarks, behalve het basisprofiel, scoren bij alle zes aspecten (ruim) boven de 4.0 en zijn het dus ‘duidelijk of volstrekt eens’ met de stellingen. De meeste materiële verschillen (en het substantiële afwijkingspercentage) komen dus voort uit de verschillen tussen het ‘duidelijk mee eens’ of ‘volstrekt mee eens’ zijn met een stelling/aspect van psychologische veiligheid.
Alleen waar het basisprofiel net onder de 4.0 scoort (en in de ‘min of meer mee eens’ klasse valt), bij anderen aanspreken, fouten delen en ideeën aandragen, zien we materiële verschillen. Alle andere bedrijfsbenchmarks scoren daar (ruim) boven de 4.0.
.
Helemaal eens met basisprofiel
Persoonsgebonden benchmarks
Bij de persoonsgebonden benchmarks bij de commissarissen en de niet-commissarissen zien we geen enkele materiële afwijking.
Andere benchmarks vergeleken met het basisprofiel (als het gaat over de rvb)
Overall afwijkingspercentage eerder laag dan hoog
Overall is het afwijkingspercentage substantieel bij de bedrijfsbenchmarks (45 procent), maar als we alleen kijken naar de materiële verschillen is het laag. De verschillen komen voornamelijk vanuit de profitsector met 58 procent. Voor de non-profitsector is het percentage met 40 procent veel lager. Het overall afwijkingspercentage bij de persoonsgebonden benchmarks is met 11 procent laag.
.
Grote overeenstemming met basisprofiel
Bedrijfsbenchmarks
Bij de profitsector en de non-profitsector is sprake van een grote mate van overeenstemming met het basisprofiel. Alle bedrijfsbenchmarks, behalve het basisprofiel, scoren bij alle zes aspecten (ruim) boven de 4.0 en zijn het dus ‘duidelijk of volstrekt eens’ met de stellingen. De meeste materiële verschillen (en het substantiële afwijkingspercentage) komen dus voort uit de verschillen tussen het ‘duidelijk mee eens’ of ‘volstrekt mee eens’ zijn met een stelling/aspect van psychologische veiligheid.
Alleen waar het basisprofiel net onder de 4.0 scoort (en in de ‘min of meer mee eens’ klasse valt), bij anderen aanspreken, zien we materiële verschillen. Alle andere bedrijfsbenchmarks scoren daar (ruim) boven de 4.0.
.
Nagenoeg helemaal eens met basisprofiel
Persoonsgebonden benchmarks
Bij de persoonsgebonden benchmarks bij de commissarissen en de niet-commissarissen zien we alleen bij Jong en IA een materiële afwijking. Jong wijkt één keer materieel af en wel bij de wenselijkheid dat de rvb zich bij elk onderwerp niet geremd voelt om ideeën aan te dragen. Merv is het daar ‘min of meer mee eens’ terwijl het basisprofiel het daar ‘duidelijk mee eens’ is. De IA wijkt vijf keer materieel af, maar alleen bij het anderen aanspreken is dat relevant: IA is het ‘duidelijk mee eens’ en het basisprofiel is het ‘min of meer mee eens’. De overige materiële verschillen tussen basisprofiel en IA gaan over ‘duidelijk of volstrekt eens’ zijn met een stelling.
4.2Veranderwensen en huidige situatie
.
Voor zichzelf geen, voor rvc één en voor rvb overal verbeterwensen
Basisprofiel
Het basisprofiel heeft voor zichzelf geen verbeterwensen. Voor de rvc-collega’s wenst hij alleen dat die zich minder geremd voelen om bij elk onderwerp vragen te stellen.
Wat betreft de rvb geldt dat het basisprofiel bij alles zes aspecten forse verbeterwensen heeft.
.
Zeer laag overall veranderpercentage voor zichzelf
Andere benchmarks
Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met betrekking tot zichzelf 4 procent zeer laag. Voor de bedrijfsbenchmarks in totaal is het percentage 7 procent, voor de persoonsgebonden benchmarks is het overall veranderpercentage zelfs 0 procent.
Laag overall veranderpercentage voor rvc-collega’s
Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met betrekking tot de rvc-collega’s 26 procent laag. Voor de bedrijfsbenchmarks in totaal is het percentage 33 procent, waarbij de non-profitsector een grotere wens tot verandering heeft (40 procent) dan de profitsector (25 procent). Voor de persoonsgebonden benchmarks is het overall veranderpercentage 19 procent.
Hoog overall veranderpercentage voor rvb
Voor alle benchmarks gezamenlijk is het veranderpercentage met betrekking tot de rvb met 73 procent zeer hoog. Voor de bedrijfsbenchmarks in totaal is het percentage 94 procent, voor de persoonsgebonden benchmarks is het overall veranderpercentage 54 procent.
Verbeterwensen bij zichzelf
Alleen bij anderen aanspreken vier verbeterwensen
In de profitsector en in de non-profitsector hebben alleen GB, Fam, Corp en Cult een forse verbeterwens. Alle vier willen ze zich minder geremd voelen om bij elk onderwerp anderen aan te spreken.
Bij de commissarissen en de niet-commissarissen benchmarks zien we überhaupt geen verbeterwensen.
Verbeterwensen bij de rvc-collega’s
Rvc-collega’s mogen vaker bij elk onderwerp fouten delen en vragen stellen
In de profitsector hebben MKB en Fam beide twee verbeterwensen en basisprofiel en GB beide één. Zowel GB als MKB als Fam delen hun verbeterwens voor het meer delen van fouten. MKB deelt de verbeterwens van het basisprofiel om vragen te stellen bij elk onderwerp.
In de non-profitsector heeft Corp twee verbeterwensen: voor vragen stellen en voor fouten delen. OW en Cult hebben en delen er beide vijf. Alleen ideeën aandragen is bij beide geen verbeterwens. Voor OW is het zich minder geremd voelen bij elk onderwerp anderen aan te spreken of fouten te delen een urgente verbeterwens.
Zorg en ONP hebben geen verbeterwensen.
Bij de commissarissen hebben HR en Merv beide verbeterwensen voor vragen stellen en zich uitspreken. Dat zouden ze wenselijk vinden als hun collega’s dat vaker zouden doen/zich minder geremd zouden voelen. VR sluit aan wat betreft de verbeterwens over het vragen stellen.
Secr: rvc mag vaker fouten delen
Bij de niet-commissarissen heeft DIR één verbeterwens voor het zich meer uitspreken. Secr daarentegen heeft er maar liefst vier: voor anderen aanspreken, zorgen delen, ideeën aandragen en fouten te delen. Die laatste is zelfs urgent.
.
Gedeelde veranderwensen bij de rvc-collega's
Koplopers, met respectievelijk acht en zeven benchmarks die daar een verbeterwens hebben, zijn vragen stellen en fouten delen.
Ideeën aandragen is het minst problematisch met slechts één benchmark (Secr) die daar een verbeterwens heeft.
Verbeterwensen bij de rvb
Rvb moet of mag zich vaker laten horen
In de profitsector en in de non-profitsector hebben alle benchmarks nagenoeg bij alle zes aspecten een verbeterwens. Enkel Zorg, Cult en ONP hebben geen verbeterwens bij ideeën aandragen.
Bij de profitsector valt GB op met vier urgente verbeterwensen voor vragen stellen, anderen aanspreken, fouten delen en zorgen delen. Bij de non-profitsector valt OW op met ook vier urgente verbeterwensen voor vragen stellen, zich uit spreken, anderen aanspreken en fouten delen.
Fam heeft bij dit onderdeel te weinig waarnemingen
Grote onderlinge verschillen bij commissarissen
Bij de commissarissen vallen VZ en AC op omdat ze nergens verbeterwensen hebben. Dat staat in schril contrast met HR en Jong die bij alle zes verbeterwensen hebben en met Merv en rvbEL die er beide vijf hebben. VR heeft drie verbeterwensen.
IA en Secr: rvb mag vaker fouten delen
Bij de niet-commissarissen heeft DIR geen enkele verbeterwens voor zichzelf. Secr heeft verbeterwensen bij anderen aanspreken, fouten delen en zorgen delen. IA heeft slechts één verbeterwens voor het fouten delen.
Gedeelde veranderwensen bij de rvb
Koploper, met vijftien benchmarks, is de wens dat de rvb zich minder geremd voelt om elk onderwerp fouten te delen. Ook vragen stellen, zich uitspreken, anderen aanspreken en zorgen delen kan volgens telkens twaalf of dertien benchmarks beter.
Ideeën aandragen wijkt iets af en kan volgens acht benchmarks beter.
Huidige situatie
Ruime overtuiging over zichzelf bij de zes aspecten
Ten aanzien van zichzelf geven alle benchmarks aan dat ze het minimaal min of meer mee eens zijn met de stelling dat ze zich niet geremd voelen om bij elk onderwerp: vragen te stellen, zich uit te spreken, anderen aan te spreken, fouten te delen, hun zorgen te delen en ideeën aan te dragen. De meeste benchmarks zijn het er zelfs duidelijk of volstrekt mee eens.
Toch zijn er enkele opvallende zaken. De eerste is dat Merv zich, van alle persoonsgebonden benchmarks, het meest geremd voelt om fouten en zorgen te delen. Daarnaast valt VR op. Deze benchmark scoort van alle persoonsgebonden benchmarks gemiddeld het laagst. Of zijn deze twee juist beeld- of stereotypebevestigend?
Meer twijfel ten aanzien van rvc-collega’s, met name bij fouten delen
Ten aanzien van de rvc-collega’s zakt het overall gemiddelde wat, van 4.3 bij zichzelf naar een 4.0 hier. Dat zien we ook terug bij het basisprofiel. Deze scoorde ten aanzien van zichzelf bij vijf van de zes aspecten een 4.0 of hoger. Ten aanzien van de rvc-collega’s is dat gezakt naar nog slechts één van de zes aspecten.
Als we naar alle benchmarks kijken, zien we dat alleen het delen van zorgen door de rvc-collega’s op een meerderheid kan rekenen, 61 procent van de benchmarks is die mening toegedaan.
Met name bij het delen van fouten zien we benchmarks die daar slechts neigen naar instemming (Corp, OW) of zelfs in de ‘deels mee oneens/deels mee eens’ klasse zitten (Secr).
Omgeving kijkt anders naar rvb dan hoe rvb zichzelf ziet
Ten aanzien van de rvb zakt het overall gemiddelde verder naar een 3.9. Het individuele rvb-lid voelt zich zelf niet echt geremd, bleek al eerder. De scores zitten bij deze benchmark rond de 4.0, wat een duidelijk instemming is. Er waren door het rvb-lid ook geen verbeterwensen geformuleerd.
De omgeving van de rvb ziet dat duidelijk anders. Alleen IA heeft gemiddeld een hogere score op de zes aspecten dan het rvb-lid zelf. Daarbij is wel een tweedeling te zien onder de commissarissen. VZ en AC zitten met hun scores redelijk dicht bij die van het rvb-lid zelf, maar met name Jong rvbEL en Merv zitten met hun gemiddelde scores flink lager.
Fouten delen en andere aanspreken zijn de twee aspecten die gemiddeld het laagst scoren. Dat betekent dat bij deze dimensies het idee heerst dat de rvb zich daar wel geremd voelt.
4.3Enige bespiegelingen/vragen/kanttekeningen
Ervaren en minder ervaren commissarissen, kleine maar misschien beeldbevestigende verschillen?
We zien ook kleine verschillen tussen ervaren en minder ervaren commissarissen (minder dan vijf jaar ervaring). Deze laatste heeft de laagste instemming, van alle benchmarks, als het gaat over het zich geremd voelen om fouten te delen. Ondanks de laagste score is de minder ervaren commissaris het nog wel minimaal ‘min of meer mee eens’ met het delen van fouten. En het verschil met de andere benchmarks, waaronder de ervaren commissaris (basisprofiel), is niet groot.
Het verschil, tussen ervaren en minder ervaren, is wel groot als het gaat over het geremd voelen om bij elk onderwerp zorgen te delen. De ervaren commissaris geeft aan zich niet geremd te voelen om bij elk onderwerp zijn of haar zorgen te delen. Het zou kunnen dat nieuwe commissarissen liever eerst de kat uit de boom kijken of kijken hoe de hazen lopen. Dat kan ook te maken hebben met wat onzekerheid over het herkennen of interpreteren van signalen die deze persoon ontvangt. Het zou voor het functioneren van de totale raad echter jammer zijn als die signalen misschien te lang op de plank blijven liggen. Een aantal jaar geleden hebben we wel eens geopperd dat een nieuw rvc-lid een coach zou moeten krijgen. Misschien dat zo’n coach voor een minder ervaren commissaris ervoor kan zorgen dat deze minder remming ervaart om zorgen eerder te delen?
Collega’s in de rvc moeten zich minder geremd voelen om fouten te delen en vragen te stellen, maar de individuele commissaris doet dat blijkbaar zelf wel voldoende?
De twee meest genoemde verbeterwensen voor de collega’s in de rvc zijn dat die zich minder geremd mogen voelen om bij welk onderwerp dan ook fouten te delen of vragen te stellen. In combinatie met het ontbreken van verbeterwensen bij deze twee dimensies bij de respondent zelf leidt dat tot de interessante constatering dat als men dit niet bespreekt, er niets verandert. Immers, iedereen wijst naar elkaar, maar niet naar zichzelf. Het is tegelijkertijd ook een zorgelijke constatering voor het functioneren van de rvc en sluit aan bij wat we tijdens de interviews vaak merkten. In eerste instantie gaven respondenten aan dat ze geen remmingen zagen bij collega’s om bij elk onderwerp vragen te stellen. Echter, als wij doorvroegen of dat dan ook gold voor gebieden die niet het expertisegebied waren van collega’s, dan kwamen er bedenkingen bij de stelligheid dat er geen remmingen waren. Met als meest ‘bekende’ voorbeeld, het durven stellen van vragen over financiële zaken als ‘non-financial’.
Waarom lijkt individueel rvb-lid geen remming te ervaren, maar ziet een groot deel van de commissarissen dat anders?
Geen van de persoonsgebonden benchmarks had een verbeterwens bij de zes aspecten als het over zichzelf ging. Niemand voelt zich geremd om bij welk onderwerp dan ook vragen te stellen, zich uit te spreken, anderen aan te spreken, zijn zorgen te delen, fouten te delen of ideeën aan te dragen. Ook het individuele rvb-lid niet. Echter de omgeving van dat rvb-lid heeft wat kanttekeningen bij het zelfkritische vermogen van de rvb constateerden we in het vorige hoofdstuk. Alle benchmarks hadden bij die eigenschap van de rvb een verbeterwens. Die verbeterwens lijkt te worden gerechtvaardigd in dit hoofdstuk. Waar het rvb-lid het beeld van zichzelf heeft dat ze zich niet geremd voelt, denken de meeste andere onderscheiden benchmarks daar heel anders over. Alle bedrijfsbenchmarks hebben nagenoeg overal (urgente) verbeterwensen en dat geldt bij de persoonsgebonden benchmarks voor de commissaris die lid is van de remuneratie en/of selectiecommissie, voor de jongere commissaris, voor de minder ervaren commissaris en voor de commissaris die tevens elders in een rvb zit. Zij constateren dat de rvb wel degelijk remmingen heeft bij de genoemde zes aspecten. Tenminste, dat ervaren zij zo. Voor hen mag bij bijna alle aspecten, maar in elk geval zeker bij het delen van fouten, de rvb minder remming ervaren.
Het opmerkelijke is dat de rvc-voorzitter, de commissaris die lid is van de auditcommissie en de internal auditor zich wel degelijk herkennen in wat het rvb-lid aangeeft. Heeft dit te maken met elkaar kennen? Voelt de rvb zich meer senang om bijvoorbeeld fouten toe te geven in de auditcommissie? Heeft het te maken met een bepaald soort ‘veilige technische’ onderwerpen?
Elkaar aanspreken voelt nog wat ongemakkelijk
Wanneer we kijken naar de overall scores bij het ‘aanspreken van anderen’ en het ‘delen van fouten’, dan zien we dat deze voortdurend in zowel de huidige als de wenselijke situatie qua score telkens onderaan zit. Meestal is dat voor de huidige situatie wat pregnanter dan voor de wenselijke situatie. In absolute termen zijn de verschillen met de andere dimensies niet substantieel. Toch zoomen we wat in op wat ervaringen uit de interviews met betrekking tot het aanspreken van anderen. Niet alleen zien we hier meestal de laagste score, maar zeker in de huidige situatie ook de hoogste standaarddeviatie (dus uiteenlopende opvattingen). Daarbij gaven de respondenten aan af en toe wat ongemak en terughoudendheid ook bij zichzelf te bespeuren. Ook het moment waarop je een ander aanspreekt liet wat verschillende benaderingen zien. Niet ongebruikelijk is om dat buiten de vergadering te doen onder vier ogen. In de vergadering zelf is voor sommigen een te grote barrière. Opvallend is dat bij het onderdeel ‘zichzelf’ anderen aanspreken de enige dimensie is waar verbeterwensen voorkomen en wel bij vier benchmarks (Grootbedrijf, Familiebedrijf, Woningcorporatie en Culturele organisatie). Deze vier verbeterwensen steken wat mager af tegen de 28 bij de rvc-collega’s en de 74 bij de rvb. Is dit een indicatie van zelfoverschatting of…? En komen deze eigenschappen wel aan de orde bij het opstellen van profielen van rvc- en rvb-leden?
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand wie is de commissaris met de minste remmingen in het land?
Uiteraard hebben we het hier over de door ons onderzochte remmingen. We constateren dat bij het onderdeel ‘ikzelf’ nagenoeg geen verbeterwensen zijn. In mindere mate geldt dit ook voor ‘mijn rvc-collega’s’, maar bij ‘mijn rvb’ gaan alle remmen los. Daar constateren wij veel verbeterwensen.
Hierbij willen wij een aantal kanttekeningen plaatsen. En wel:
• In het algemeen kijkt men naar ‘zichzelf’ meestal met een zekere mildheid.
• Hetzelfde gaat op voor de groep, waarvan men deel uitmaakt.
• De rvb is een ‘andere’ partij, die zit figuurlijk aan de andere kant van de tafel.
• De onderzochte ‘elementen’/ ’dimensies’ maken meestal geen deel uit van een gestructureerde en periodieke beoordeling van rvc- en rvb-leden.
• Opvallend is dat de voorzitter van de rvc en het auditcommmissielid de twee benchmarks zijn die bij alle drie ‘doelgroepen’ geen enkele verbeterwens hebben. Van de voorzitter is dit in lijn met zijn/haar opvattingen met de in onze onderzoeken meestal het laagste aantal verbeterwensen bij deze benchmark. De voorzitter lijkt een heel brede schaal te hanteren in de categorie ‘voldoende’. Voor het auditcommissielid hebben we geen verklaring.
• De secretaris en de internal auditor zijn de enige benchmarks die vermoedelijk met wat meer distantie naar de rvc (en wellicht ook naar de rvb) kijken. Met allerlei voorbehouden zouden we adviseren hun signalen serieus te nemen. Dat betekent dat nog eens kritisch gekeken moet worden naar anderen aanspreken, fouten delen, zorgen delen en ideeën aandragen.
• Misschien is het goed om bij het kijken naar het spiegeltje aan de wand een ander over de schouder mee te laten kijken. In het verleden hebben wij geregeld gehoord dat de levenspartner daarvoor uitermate geschikt lijkt te zijn. Maar we zijn er zeker van dat er dan ook kijkers zijn die wellicht selectief doof zullen zijn voor de observaties van hun partner..